maandag 21 september 2015

Primitief vissen dat is het onderwerp deze keer. En ja...daar vang je ook bot mee, in zout- of brakwater weliswaar. Maar bij hoog zeewater ook een stuk landinwaarts als de rivier toegang heeft tot de zee (tot zo'n 20 kilometer).
Tot bij Vlaardingen werden er dan zoutwater-vissoorten gevangen op de Maas.

In een eerdere blog had ik het over visnetten boeten (Link) Maar er zijn ook andere vismethoden, zoals een lijn met meerdere haken. Voor het vissen aan de kust is er geen vergunning vereist en kun je vrijwel ongelimiteerd (behalve een aantal verbodsgebieden) experimenteren met vistuig. Houdt rekening met eb- en vloed, sterker nog, gebruik het in uw voordeel. (Getijdentabel).

Langs de kust kun je ook fourageren naar mosselen, kokkels, napslakken, scheermessen, krabben, kreeften, zeewier, zeekraal, zeesla, zeekool en heel soms lamsoor. Vergeet duindoorn niet met zijn fris zure bessen (kun je lekkere limonade van maken), by the way, de blauwe zeedistels (jonge scheuten) zijn ook eetbaar. Ik fourageer al jaren regelmatig langs de kust van Zeeland, in het water tot in de duinen, dit levert tot mijn genoegen altijd een volle pot eetbaars op.

Kokkels zijn heerlijk. Foto: Wikipedia

Schelpdieren, zoals mosselen en kokkels altijd goed spoelen met water, gaan ze niet dicht tijdens het spoelen, dan zijn deze niet goed voor consumptie. Na het koken/stomen moeten ze juist open staan. Dichte schelpen zijn niet goed, waarschijnlijk al dood voor het koken.

Oh ja, platvis is rond mei wat minder van kwaliteit. Ze trekken dan ook krom tijdens het bakken in de pan. De smaak is er niet veel minder om !

Het binnenwater is echter anders ingedeeld. Een visvereniging is meestal de houder van het water (vispacht is een veel voorkomende vorm), andere waters zijn van de staat of een staatsbedrijf. Visrechten moeten hier gekocht worden om te mogen vissen, in de vorm van een visvergunning met strikte regels. Het experimenteren valt dus al snel onder de kop  'illegaal' of 'stropen'. Ook zijn er gesloten perioden voor bepaalde vissoorten zoals bijvoorbeeld snoek, snoekbaars, barbeel, etc.  Zie de site vispas.nl en Sportvisserij Nederland.

Naast de vele regels, is er soms plaats voor het gedogen. Het vangen van de amerikaanse zoetwaterkreeften (plaag, exoten) is zo'n voorbeeld. (Vraag wel toestemming van de rechthebbende voor de zekerheid.) Deze kreeftensoorten zijn een lekkernij, die helaas de lokale soort verdrijft. Door immuniteit voor een meegebrachte schimmel en andere evolutionaire voordelen kunnen deze rode rivierkreeften zich snel voortplanten en verspreiden. (zoekkaart Naturalis)
Deze rode rivierkreeften vangt u met een fuik in een aantal gebieden in Nederland en België.

Als laatste wil ik meegeven;  neem alleen van moeder Aarde wat je kunt opeten.
Wees selectief en neem alleen wat bovenmaats is (tabel). Controleer regelmatig je lijnen en op de concurrentie (zeehonden, otters, roofvissen, etc).


Hmmm...... jou vis is lekker - Foto van Ecomare

Oude en primitieve haken
Die mooie haken van de vissportwinkel zijn ongevenaard. Super scherp, ijzersterk en vooral de juiste hoek. Pak er een stuk of tien, dertig meter vislijn 30/00, wat loodjes en een tweetal blinkertjes en je bushcraftviskit is compleet.

Vroeger waren er niet van die mooi gevulde zakjes. Er was geen mandje voor de kassa. De eerste metalen haken om te vissen, werden in gebogen vorm ongeveer 1200 voor Christus in Egypte gemaakt. Een rechte slikhaak van brons (3000 jaar oud) is gevonden in Zwitseland. Daarvoor moest er dus iets anders zijn.

Gelukkig waren er toen al een aantal andere natuurlijke middelen om haakjes van te maken, zoals; beenderen, steen, schil van een vrucht (denk aan kokosnoot), schelp, stekels van een vis, dier en plant.


Wat primitieve haken op een rijtje.



Vishaak van hardhout, visbeen en plantentouw (Australië).
De bovenstaande vishaak is ook 'kant en klaar' te verkrijgen in de natuur. Denk dan aan de éénstijlige meidoorn, braam, rozensoorten, duindoorn.

Éénstijlige meidoorn. Foto: Wikipedia
Ziet u de haak al zitten ?  Kwestie van afsnijden, bast er af halen, vormen en touw er aan doen. Aan de bovenkant een uitsparing insnijden zodat het touw er niet overheen schiet. Van droog (hard)hout, been of schelp kunt u ook een slikhaak maken. Hieronder ziet u een voorbeeld van een slikhaak die met aas er omheen parallel aan het touw wordt gelegd.

twee soorten slikhaken, die kantelen.

Nadat het aas eraf wordt gebeten trekt het touw de haak haaks in de de bek van de vis. Zorg voor een juist bemeten slikhaak. Het touw moet de haak goed dwars trekken, de haak zelf moet goede scherpe punten hebben.

Een aantal archeologen hebben via experimenten aangetoond dat deze oude haken en methoden zeer effectief waren. Er zijn zelfs vishaken gevonden die voor een enkele vissoort aangepast waren.

Een voorbeeld van een haak gemaakt met een doorn en stukje hout:

 




Aas zoeken
Bushcraft is de kunde van 'het uit de natuur' halen. Dus ook het aas wat u wilt gebruiken om de vis mee te vangen. Langs waterkanten vindt u dan ook het aas wat vissen graag lusten, denk aan insecten, zoals; sprinkhanen, krekels, torren, haften, kevers, motten, slakken, rupsen, wormen, maden, pieren en zagers. Daarnaast zijn schelpdieren, garnaaltjes, kleine visjes (levend op binnenwater verboden) of stukjes kreeft en krab een lekker maaltje. Maar ook zoete vruchten zijn vaak een interessante aassoort (binnenwater) of dat stukje aardappel, mais en restje bannockbrood. Kunstaas is eigenlijk een 'last resort' maar voor een aantal roofvissoorten zeker uitstekend bruikbaar. Boillies (deegballen voor karper) werken voor een aantal binnenwatervissoorten, neem dan de kleinste balletjes.

Denk aan proteïnen, eiwitten en vetten, niet alleen voor u, maar ook wat u wilt vangen. Kreeften, krabben en veel vissen komen op dit soort voedsel af. Vooral de opportunisten. Het aanbieden van het juiste aas en de presentatie hiervan, is een middel om vistechnisch gezien de juiste vissoorten te selecteren. Een snoek zul je echt niet vangen met een stuk zoete appel, die zoekt echt naar (vissen)vlees. Een stukje spek doet wonderen bij krabben en kreeften. Garnalen worden bij veel vissen zeer gewaardeerd.

Het verdiepen in het gedrag van de soort, in uw omgeving, die u wilt vangen levert extra kansen op in een succesvolle vangst.
    
Vismethode
Ook zonder lijn kun je prima handvissen. Op het strand blijven meestal plassen staan bij eb. Soms kunnen vissen en schelpdieren daar niet meer uit. Een redelijke kans bestaat dat er iets achterblijft.

U kunt prima met één lijn en een enkele haak vissen. De vangkans is dan wel minimaal, het kan echter zeer effectief zijn. Normaliter hoe meer haken met aas des te groter is de kans op vis in visrijk water. Een stuk groter om vis te vangen is als je weet waar de vis zich ophoudt en hoe de vis zich gedraagt. Platvis verblijft het liefst op een zandbodem. Niet te diep, maar ook niet te ondiep. Tussen anderhalve meter en de tien meter voelt de platvis zich prima thuis, waar trouwens meer soorten zich regelmatig laten zien.


In een bushcraft c.q. survival situatie zou ik dus gokken op meerdere paarden eh... ik bedoel vislijnen. Een strek/uitzetlijn met meerdere haken aan één streklijn is dan een betere optie. Bij eb, zet twee palen stevig in de bodem op vijf meter uit elkaar, waar de waterlijn maximaal anderhalve meter diep komt. Maak een lijn vast, op vijftig tot zestig centimeter hoogte van de bodem en een knoop hieraan vier lijnen met een beaasde haak, met hieraan een halve meter lijn. Zoek dan naar stilstaande putten. Vissen bewaren graag energie en blijven vaak rond putten- of uitsparingen hangen waar weinig stroming staat.

vier haken op één lijn.

Een andere methode is om deze lijn aan één kant te voorzien van een vuistgrootte steen en gooi deze vanaf de kant in het water op ongeveer één meter diepte. Trek de lijn strak en bindt deze op een paal of boom langs de waterkant vast.

In een plas zou ik kiezen voor een plekje met riet, of omgevallen/overhangende boom, waar het water stilstaat of heel lichtjes stroomt. Bij een bochtige stromende rivier zijn er altijd rustige plekken, daar vinden veel vissen even rust.

Zet de streklijn op de rustige plekken.


Indien er instromend water is op stilstaandwater, dan is dit een plek waar vissen makkelijk aan voedsel komen. De vis zal hier dan regelmatig rondhangen, maar soms ook verdwijnen tot de volgende etensronde. Veel vissoorten zwemmen overigens een vaste route die soms zeer accuraat is (binnenwater). Let vooral op de wind, de vissen reizen regelmatig de wind achterna. In de winter zijn er zonnebadplekken, vissen blijven hier dan 'opwarmen', het koude water zorgt dan voor lethargisch gedrag. De aanbeten zijn dan langzaam. Dit gedrag verdwijnt boven de 9 á 10 graden watertemperatuur. Zomers bij hitte verblijven veel vissen wat dieper. Bij extreme kou zal de vis ook de temperatuur stabiele putjes en -richels opzoeken.

Roofvissen zwemmen het liefst in helder water. Als er dan voldoende aasvissen en schuilplekken zijn, dan zullen ze zeer actief zijn. De roofvis reageert op beweging, schittering, geur en geluid.


Op binnenwater is het zeer raadzaam om een aantal dagen te posten. Voel de 'ritme van het water' noem ik dit altijd, 'awareness'. Mensen die regelmatig vissen snappen het gevoel wat ik hiermee wil aangeven.

Hobo vissen
Hobostyle vissen is niets anders dan heel simpel vissen met de hand in plaats van een hengel. Een bushcraftviskit, bestaat uit onderandere een dertig meter 30/00 nylon vislijn, een tiental haken, wat loodjes diverse gewichten, twee blinkertjes. Wikkel dit om een blikje of potje waar alles in kan. Een dobber maak je van een takje, blaadje of stukje riet.

Afsluitend woord
Ik zou zeggen, even langs de vissportwinkel voor wat vislijn en op naar de kust... haakjes maken van natuurlijke materialen en fourageren. Scharrel je eigen kostje maar een keer....

dinsdag 15 september 2015

Om te beginnen met boeten zult u eerst een naald moeten maken. Maar wees gerust het boeten in deze is niets ernstigs. Pijn in de vingers kunt u wel krijgen. Steken doet u slechts in de lussen en u zult zeker de draad kwijtraken, anders wel in de knoop zitten.

Nettenboeten gaat het hier over. Het vermogen om uw vangkansen te vergroten in een zelfvoorzienende situatie. Daarnaast is een netje reuze handig om spullen, zoals uitrusting en eten, op te hangen of te vervoeren. Kortom het is een bijzonder handige ambacht. Ieder ambacht vereist oefening om tot kunst te worden verheven.

Wat heeft u nodig:

- Boetnaald : Deze zijn er in diverse vormen. Zowel van hout als metaal. Rechts op de foto ziet u de meest bekende naalden.

Boetnaalden van cederhout. Foto van Phoh1mey.
Phoh1mey
Phoh1mey


- Breiplankje : Met dit plankje kunt u een vaste maat mazen maken. Er is een vaste verhouding aan maat tussen plankje en naald. De boetnaald is ongeveer 3/4-4/5 grootte van de breiplank. Op de foto in het midden ziet u de breiplankjes oftewel de maasplankjes.

- Draad : Er zijn verschillende draadsoorten die geschikt zijn om netten te maken. Voor een net is een diameter van 1-2 mm voldoende. Synthetisch draad is beter bestand tegen rotten en beschadiging, echter moeilijker te verwerken als deze draad glad is. U kunt dus beter met een natuurlijke vezel beginnen om te oefenen, denk dan aan sisal, katoen of 'vliegertouw' van jutte ideaal.

- Mes : In de bushcraft en visserij is een mes een onontbeerlijk stuk gereedschap. Ook bij het maken van netten is een mes nodig. Dit kan gerust een zwitserszakmes zijn. Ook een multitool is prima bruikbaar.

- Knopenkennis : ken uw knopen ! Een visser zonder zijn knopen is als een schilder zonder kwast. Veel gebruikte knopen zijn; mastworp, schootsteek, dubbele schootsteek, paalsteek, achtknoop, halve knoop, platteknoop, vissersknoop, prusikknoop.

Eerst laat ik wat knopen zien, want nettenboeten draait nu eenmaal om draad en knopen. Indien u de knopen moet oefenen raad ik u aan 2 koordjes van 1 meter te snijden. Het liefst wat dikker koord zoals parakoord, deze is makkelijker uit elkaar te halen, eventueel met een haaknaald.

 
Mastworp
Paalsteek

Achtknoop

Vissersknoop



Schootsteek enkel


Dit zijn in principe de basisknopen om een net te maken. De schootsteek dubbel wordt niet getoond maar is gewoon een dubbele lus om het maaseinde voordat deze achter de lijn naar beneden wordt gestoken. Een dubbele schootsteek wordt gebruikt bij synthetische gladde draad.

Verschillende maasvormen.
Naast verschillen in knopen zijn er ook verschillende vormen van mazen. Op deze blog maken we gebruik van de ruitvorm (diamandvorm). Maar ook zeskantig is mogelijk of vierkant. Hieronder zie je een aantal voorbeelden van andersoortige maasvormen. Er zijn ook knooploze varianten, deze worden gemaakt met een netbreimachine en gevlochten draad.
Verschillende maasvormen
Deze netten kunnen dus vierkant oftewel recht worden, maar ook rondgevormde netten zijn veel gemaakte netten. Rondbreinetten worden niet opgezet op een rechte lijn, maar rond een ring (deze kan van metaal of iets steviger touw zijn).
Rondbreinetten zijn uitstekende netten voor het vangen van wild en in mindere mate voor vis, echter beter voor algemeen gebruik. Dit komt door het sluitende vermogen. Rechte netten zijn meer echte visnetten. 

In deel 2
In het volgende deel gaan we de boetnaalden onder de loep nemen. We beschrijven het proces van het zelf maken van een houten en metalen boetnaald.
Ook het wikkelen van het draad kom dan aan de orde.








Als u zo de titel leest, denkt u vast aan een foute blog ;-). Gelukkig is dit het allerminst. Het is nu september als ik dit schrijf, begin van de Herfst. Voor mij en ook voor de natuur om ons heen een drukke maand.

De afgelopen maanden zijn we verwend geweest met een aantal prachtige dagen. De korte broek aan, voor de dames de bikini's, lekker naar het strand. Genieten en aantrekkelijk zijn. Voor de plantjes en de bomen geldt dit natuurlijk ook, alleen manifesteert dit anders. Geurige bloemen om bijvoorbeeld insecten aan te trekken die dan de bestuiving doen, waarvan planten later de vruchten plukken.

Foto Wikipedia, Wilde lijsterbes


Vele planten zijn éénjarig, andere tweejarig en velen meerjarig. Een aantal kunnen zelfs binnen één jaar, twee keer bloeien, zoals bijvoorbeeld de fluitekruid, wilde kardebol en sommige soorten clematis.

Kijk nu eens wat voor bessen er hangen. Lonkend naar de vogels. Wees aantrekkelijk en laat iemand je zaad 'verwerken'. De zaadverwerker krijgt in dit complot als beloning dan wel een stukje lekker vruchtvlees. De vogel doet zijn poepje en als vergoeding van de beloning, wordt het zaadje verspreid.

Andere planten pakken het anders aan, door de dozen zo te vormen dat een passant de zaden wel mee moet nemen en zijn niet zo aantrekkelijk. Een mooi voorbeeld hiervan is het stekelige bolletje van nagelkruid. Blijft hangen in de vacht van een dier.

Foto Wikipedia, Vrucht Nagelkruid



Een ander interessant concept is het wegschieten van de zaden. De reuzenbalsemien weet er wel raad mee. Een soort oorspronkelijk uit Noord-India die sinds begin 1900 heel Europa veroverd. De dikke vruchtdozen schieten open wanneer de rijpe vrucht wordt aangeraakt, op dat moment rollen de vijf delen hiervan zich op en schieten zo de zaden weg. Tegelijkertijd valt de vrucht van de plant af.

Foto Wikipedia, Reuzenbalsemien vruchtdozen

Zo zijn er nog veel meer vormen van zaadverspreiding die in de natuur voorkomen. Dus naar buiten.... zaden zoeken !


zondag 13 september 2015

In het vorige deel heb ik al geschreven over de dichtheid van hout, oftwel hard- versus zachthout. Hardhout is veel dichter dan zachthout. De dichtheid staat gelijk aan de hoeveelheid energie die vrijkomt en de snelheid van branden.

Hardhout brandt langzamer en geeft meer energie af, dus meer hitte, meer goede kooltjes en minder vlammen. Zachthout brandt snel en produceert veelal meer rook (al is dit ook afhankelijk van de vochtigheid van het hout). Geeft minder hitte af, minder kooltjes en meer vlammen. Hardhout moet je daarom goed splijten, waarbij zachthout dit veel minder essentiëel is.

Naast deze eigenschappen kun je natuurlijk ook spelen met de manier waarop het vuurtje wordt geconstrueerd. Bouw je een vuurtje low-profile of ga je meer voor het 'vreugde' vuur.

Die opbouw is belangrijk, je wilt immers een praktisch vuur; kookvuur, gezelligheidsvuur of een warmhoudvuur. Sinds kort is de wolf regelmatig in Nederland, dus vergeet veiligheidsvuur niet :-)



Op een verkeerde manier vuur maken kan ook!
Hierboven zie je een verkeerde methode van vuurmaken. Zie jij al wat er fout gaat ? (denk o.a. aan de ring van vuur).

Wat vaak vergeten wordt te vertellen is de manier waarop je vuur reguleert.
Verspreiding van de houtblokken of het aanmaakhout, geeft meer zuurstof. In de hoogte opbouwen van de aanmaakhoutjes geeft meer zuurstof. Meer zuurstof geeft een snellere verbranding, dus ook meer vlammen. In de opstartfase is voldoende zuurstof juist wat je wilt.


Het samenvoegen van houtblokken geeft juist een langzamere verbranding. Alleen de buitenzijde zal gebruik kunnen maken van de beschikbare zuurstof (in theorie).

Vergeet de wind niet, het afschermen- of juist opvangen (dus aanjagen) van de wind kan het maken van een vuur beïnvloeden. Koken, braden en roosteren gaat het best op een gereguleerd bedje van kooltjes.



Hieronder een aantal vuurcontructies;

Tipivuur
Tipivuur is een prima vuur om mee te beginnen, ook voor andere soorten vuur. Het is echter een 'snelbrandend' vuur. Het geeft veel vlammen en dus licht. (zeer schaalbaar). Zorg voor voldoende brandhout. (The whitemen's fire).
Stervuur

Stervuur is een goed te reguleren vuur wat zeer praktisch is voor koken. Door de stammen in- en uit te schuiven, kan men het vuur laten afzwakken of juist opstoken. Bij een laag vuur is het mogelijk een juist bemeten pan te gebruiken op de ster. Dit vuur geeft niet veel licht en gematigd warmte.

Jagervuur

Jagersvuur is eigenlijk een kookvuur, waarbij men de wind kan afschermen, of juist opvangen (niet bij draaiende wind). Het geeft weinig tot gematigd licht en gematigde warmte. Het voordeel is dat de stammen gebruikt worden om pannen op te zetten en indien men roostert, de warmte goed kan concentreren. Wordt vaak gebruikt met een roosteropstelling.


Lengtevuur of longfire

Lengtevuur oftewel de 'longfire' wordt vooral gebruikt in combinatie met een even zo lang open afdak (shelter). Men creëert dan over de gehele lengte een 'muur van hitte' en dus afscherming van de kou. Dit vuur brandt lang en regelmatig. Ideaal in combinatie met een wollendeken in het najaar tot voorjaar omdat de deken dan niet genoeg isoleert. Vergeet niet de stammen met palen te zekeren tegen wegrollen, recht of ietswat schuin. Dit vuur kan men stapelen, twee op elkaar (zekeren met palen) of drie stammen gebruiken (twee onder, één midden op). Altijd opbouwen kopsekant in de wind. Maak de stammen kaal en afgeplat aan de kant waar je het vuur opbouwt, steek 2 paatjes tussen de stammen en prop dit vol met berkenbast, twijgjes, kleine takken en de houtchips van het vlak maken. Regelmatig zult u extra takken moeten toevoegen, deze manier van vuur maken is erg langzaam.
Dakotavuur


Dakotavuur (greppelvuur) is een vuur ingegraven in de grond met een rookkanaal. Naast dat dit aardig werkt om te koken, kun je hiermee makkelijk het vuur afschermen tegen zicht. Het vuur wordt vrij goed geïsoleerd. Het is niet handig is het lang geregend heeft (veel rookvorming en de hitte wordt uit het vuur getrokken) of als er veel wortels van bomen op die plek in de grond zitten, ook droog veengrond geeft een probleem (ondergronds vuur).

Apachevuur of Cross-Lay

Apachevuur is eigenlijk een klein vuur om snel even iets te koken. Men gebruikt een verhoging (dikke tak) waarop men 2 bundels kruist. Men bouwt alles steeds gekruist op volgens de ring van vuur, maar stopt qua grootte bij de duimdikke takken. De pot of mok wordt in de opening van de kruising gezet.

Omgekeerd- of piramidevuur


Omgekeerd vuur is eigenlijk een vuur die verkeerd wordt opgestart, in plaats van onderin begint men van bovenaf. Dit is windgevoeliger en dus niet aan te raden bij een windje (vonken blazen van de houtstapel af). Het voordeel is dat het vuur naar beneden brandt en hier veel langer over doet dan van onderaf het vuur aansteken. Het aansteekproces duurt wel langer omdat de bovenlaag goed moet branden om de volgende laag te kunnen ontsteken. Als dit eenmaal zo is, dan is dit best een goed alternatief. Als kookvuur is het minder geschikt.

Tot zover mijn relaas over het maken van vuur. Er valt nog zoveel meer over vuur te schrijven, maar ik hoop hiermee jullie een goede basis te hebben gegeven. Probeer alles uit en bepaal wat voor jou het beste werkt.

Als de vonk eenmaal goed overslaat dan wordt je door de vlammen betoverd.

Dus uit je luie stoel en ga naar buiten...... vuurtje maken (wel veilig dan !).






maandag 6 april 2015

In deel 2 hadden we het over de ring van vuur. Deze ring zorgt voor een goede overgang naar dikkere brandstof. Maar het begint bij het onsteken van de tondel.

Wat is tondel ?
Tondel is niets anders dan makkelijk ontvlambaar materiaal waarmee we succesvol naar de volgende stap kunnen. Het initiële onsteken van de tondel kost veel energie. Je zult dus materiaal nodig hebben wat die energie makkelijk op kan brengen. Bijna altijd is hier een bewerking voor nodig.

Tondel moet je dus optimaliseren om te kunnen onsteken. Daarnaast is er een verschil tussen kunstmatige- en natuurlijke tondel.

Voorbeelden van kunstmatige tondel; vaseline-watten, kaarsvetschijven, kaarsvet-jutte, wetfire, esbitblokjes, (BBQ)dragongel, (m)ethanolhouders.

Wetfire heeft een houdsbaarheiddatum
Het is zeker raadzaam om een zakje met kunstmatige tondel mee te nemen. De vuurzekerheid is een belangrijk onderdeel binnen bushcraft en survival.

Als aanbeveling en de goedkoopste optie kies ik zelf voor vaseline-watten. Een potje vaseline kost 4 euro en een zak katoenen watten 2 euro. Dit gaat zeker een paar maanden mee. Smeer en kneed de vaseline in de watten en deze zullen ongeveer 5 minuten branden. Zelfs in nat weer. Bewaar ze in een afsluitbaar zakje. Voor gebruik even iets uit elkaar trekken, zodat de vezels blootliggen. 



Natuurlijke tondel.
Berkenbast bevat een natuurlijke olie, alleen met een aansteker kun je deze direct aansteken. Dit is direct vuur. Hars van dennen en -sparren is zo'n andere mooie natuurlijke brandstof. Met iedere andere vorm van ontsteken moet je zorgen voor het vormen/de aanwezigheid van fijne vezels.

TIPS voor natuurlijke tondel:

  • Bushcraft is verzamelen. Kijk om je heen voor tondel terwijl je loopt.
  • Zorg dat de tondel echt droog is. Tondel uitslaan en het liefst van plekken van de grond en waar de zon op schijnt.
  • In vochtige omstandigheden de verzamelde tondel in je zak tegen het lichaam bewaren. Je lichaamswarmte zorgt voor droging.
  • Controleer de vochtigheid tegen je wang, vocht=koud droog=warm.
  • Droog hout geeft een duidelijk krakend geluid.

Voorbeelden van natuurlijke tondel; lissdoddesigaar, zadenpluis, bruine grassoorten/planten, vezelige binnenbast, droge bladeren/bloemen, gedroogde paddestoelen, berkenbast, fatwood (lighter pine).

Pluizen van de lisdodde en zaden zul je moeten combineren met twee handen vol fijne houtkrulletjes en/of plantenvezels van diverse grootte, aangezien de pluis zeer snel brand (als een flits).

Indien je voldoende materiaal hebt gevonden, wordt het tijd voor een vogelnestje. Soms heb je mazzel en dan vind je letterlijk een verlaten vogelnestje :-)

Vogelnestje, let op de gebroken vezels.
Draai het tondelmateriaal in een bol (met pluis niet goed mogelijk). Bewerk het voor enige minuten in een donutvorm. Kneed en draai het materiaal totdat de vezels vrijkomen zoals op de foto. Zoals je ziet is het nestje ongeveer net zo groot als een open hand. Nog zo'n bol als reserve te houden bij de aanmaak is zeker aan te bevelen.



Indien geen droge tondel.
Feathersticks zijn dan een prima alternatief, maar het maken is bewerkelijk. Dus eigenlijk pas een echt alternatief als er niets anders te vinden is. Voor een goede start zijn eigenlijk een goede serie van zeer fijne krullen opvolgend naar grote krullen nodig. Snij minimaal vier feathersticks met een bos flinke krullen (twee vuisten tegen elkaar). Dit geeft genoeg tijd om op een rustige manier de volgende stap uit te voeren. Ontsteken doen we dan bij de zeer fijne krulletjes.

TIP voor feathersticks:

  • Een goed scherp mes.
  • Snij veilig (Dus niet leunend op het bovenbeen !).
  • Snij eerst een flauwe hoek na het verwijderen van de (natte) bast, gooi het schaafsel niet weg !
  • Snij in drie hoeken, punt naar iets beneden, punt evenwijdig, punt iets naar boven. Hiermee krijg je drie feathers naast elkaar.
  • Snij de feathers zo dun mogelijk.
  • Feathers die eraf vallen kun je gewoon gebruiken.

Feathersticks met fijne krullen.
One-Stick-Fire
Een one-stick-fire is niets anders dan dat je de brandstof wat in de ring van vuur valt uit één stok/dikke tak haalt. Je verwerkt dan het materiaal van klein (tondelkrulletjes) tot groot (dikker dan duimdikte) om een vuur te maken. 


Welk hout ?
Om te beginnen met een vuurtje (in theorie) heb je ander hout nodig dan als het vuur goed heet is. In de praktijk zul je gewoon hout nemen wat in de omgeving voorhanden is.

Iedere houtsoort heeft andere eigenschappen. Dit heeft te maken met de leefomgeving, maar ook met de soort. Een berk bevat natuurlijke oliën. Dennen en sparren bevatten goed brandbare harsen. Deze houtsoorten vallen niet onder de hardhoutsoorten. Ze branden dus kort en fel, net als elzen en esdoorn. Ideale starters om een vuur mee aan te maken dus. Beuken, essen en eiken zijn wel hardhoutsoorten. Dus ideaal om te branden als het vuur goed heet is. Hardhoutsoorten branden lang en heet, maar zijn moeilijker op gang te krijgen. Er zijn ook houtsoorten die je maar beter niet kunt gebruiken. O.a. kastanje (brand slecht), taxus (knettert en giftig), larix, iep (moet echt goed droog zijn), linde (alleen tussen andere soorten). Overig bomen zijn de middelmaat.

Met de amerikaanse vogelkers gaat er een fabeltje rond over giftigheid. De giftigheid zit in het sap, bladeren en bast. Deze giftigheid is veel minder indien droog en wordt afgebroken door het vuur. Het kan dus prima gebruikt worden voor een kampvuur.

Zorg dat je brandhout gespleten is. Ongespleten hout zal moeilijker branden.
Denk aan de veilig-vuur-voorschriften en leave-no-trace.


In deel 4...
Deel 4 zal gaan over de diverse soorten vuur die je kunt bouwen.



dinsdag 17 maart 2015

Iedere goede instructeur kan wel 30 pagina's vol over vuur schrijven. Laat ik verder gaan met het tweede deel. Even nog een kleine terugkoppeling naar de theorie, naast de vuurdriehoek is er een ring van vuur. In deze ring van vuur bevindt zich de volgorde van onsteking tot opéénvolgende brandbare materialen.

De ring van Vuur.
Natuurlijk zijn de maten afgeleid van het menselijk lichaam. Dit om in het veld makkelijk de benodigde materialen te vinden. Na de polsdikte kan men grotere stammen gebruiken, het vuur is dan klaar (lees heet genoeg) voor grotere stukken hout. Verwerk deze grotere stukken tot maximaal onderarm-lengte. Dit stelt je in staat het hout met weinig moeite te kloven (met een kleinere bijl).

Afhankelijk van de brandstof kun je het vuur feller maken of meer rustig. Indianen gebruiken bijvoorbeeld stompjes (stamzijde) van de grotere takken van de den/sparren/pijn-bomen. Deze stompjes zijn vaak voorzien van ophopingen van hars (lighter pine of fatwood), waardoor het vuur feller brandt. Je kunt dus stappen overslaan als je een verbeterend element gebruikt in je brandstof. Door veel te spelen in verschillende omstandigheden ontwikkel je gevoel voor vuur....



Gereedschappen.
Het gereedschap stelt je in staat het brandbare materiaal te verwerken tot een optimale maat. Naast logisch nadenken (hersenen) zijn je handen de basis voor het verwerken. Belangrijk is om deze handen goed te beschermen. Goede handschoenen behoren zeker tot het basispakket.

Rundlederen handschoenen
Goede sterke handschoenen van runderleer, vuurbestendig (potje of pannetje van het vuur mee halen) en bescherming tegen de bekende prikkers zoals doornen en stekels die er niet doorheen komen. Ook voor het versjouwen van kwarrels, dikkere stammetjes en stenen. Dunne handschoenen zijn niet bestand tegen de prikkers en kunnen minder goed tegen hitte, maar kunnen zeker afdoende zijn. All personal preference....




Enzo Trapper full-tang

Een goed scherp mes is een onmisbaar stuk gereedschap voor de bushcrafter. Ook voor het maken van vuur, bijvoorbeeld voor het maken van feathersticks of batonnen van kleinere stukken hout. Neem bij voorkeur hiervoor een full-tang mes bij het batonnen (het lemmet loopt geheel door naar het einde van het handsvat).



Bahco Laplander
Sinds niet al te lange tijd is een inklapzaag een standaard stuk uitrusting geworden. Neemt weinig plaats in, veilig en is verrassend efficiënt.

Voor al het gereedschap geldt, als je het gereedschap goed verzorgt, is het ook goed voor jou. Scherp houden, schoon en droog opbergen.

Voor de meer traditionele bushcrafter is er een bucksaw. Oftewel een spanzaag. De spanzaag is zwaarder en neemt meer ruimte in beslag dan de klapzaag. Een spanzaag zaagt wel sneller en grotere stammen, je scoort absoluut extra punten voor stijl...

Een goede bijl (geen klusmarktbijl) is je grote vriend bij het maken van de diverse dikten hout. Splijten, afkorten en ontbasten gaat snel en efficiënt. Ook deze dient scherp te zijn. Het gebruik van de bijl vereist wel een veiligheidsinstructie. Deze kun je volgen op Het Bushcraftweekend (stichting Bushcraft) of bij veel survival- c.q. bushcraftscholen.

Ik heb veel mensen de bijl op een verkeerde manier zien gebruiken. Met gevaar voor vingers, knieën, voeten en schenen. Het is een krachtig stuk gereedschap wat respect vereist (net als een mes). Maar veilig, in geoefende handen, zeer bruikbaar.

Ook zonder gereedschap kun je een eind komen. Dikke kwarrels kun je breken tussen twee nabij staande bomen, met een hefboomtechniek. Splijten gaat helaas een stuk moeilijker zonder gereedschap !

Nu we weten welke gereedschappen nuttig zijn voor het verwerken van hout gaan we naar het volgende hoofdstuk.

Onstekingsmiddelen.
Middelen waarmee we onze tondel kunnen ontsteken. Denk hierbij aan vergrootglas, aansteker, lucifers, firesteel, mag-bar, vuurslag met vuursteen.

Een populair onstekingsmiddel is de firesteel. Een firesteel werkt altijd, nat of droog. De firesteel geeft een groot aantal zeer hete vonken af bij het schrapen. Waardoor fijne houtkrullen ontsteken en vlam vatten. Een aansteker werkt meestal niet wanneer deze nat is (maar is nog steeds de eenvoudigste methode en mijn eerste keuze om een vuur aan te maken). Lucifers zijn nat en bij koude niet je grote vriend.

Dan wordt al snel duidelijk waarom een firesteel een uitstekend middel is om je tondel te ontsteken. Draag deze op de man op een manier dat je deze niet kunt verliezen. Met een mini karabiner en koord aan de broek bijvoorbeeld.

De Mag-Bar wie kent hem niet. De voorloper van de firesteel en voor velen nog steeds de eerste keus. Vervelend is dat er inmiddels een aantal vervalsingen op de markt zijn, die slecht of totaal niet werken. Ze zijn bijna niet van de echte te onderscheiden. De meeste vervalsingen hebben een hoge metaalglans als ze uit de verpakking komen of de stift laat los, daarnaast altijd de 'Made in China' markering. Het metaal is veel harder en de schraapsels ontsteken niet. Koop ze dus bijvoorbaat van een gerenommeerd merk. Een reden des te meer van te voren te oefenen met je materiaal !

Neem daarnaast tenminste nog twee bruikbare ontstekingsmiddelen in je vuurkit mee. Bijvoorbeeld een aansteker en een reserve firesteel. Mocht de aansteker nat zijn, kun je altijd terugvallen op de firesteel. Een vuurkit dien je altijd met backup uit te voeren.
Mag-Bar made by Doan, matglans.
Een andere leuke maar minder betrouwbare manier is een vergrootglas. Het vergrootglas heeft nog twee andere sterke eigenschappen nodig. Een sterke zon en een vergroting van tenminste vijf keer. In het zuidelijker van de aardbol volstaat drie keer, maar voor de zekerheid raad ik toch tenminste vijf keer aan. De freshnel-lens is (credit-card formaat) een aardig alternatief die weinig ruimte inneemt, daarnaast is een lens ook handen om splinters (ehbo) te verwijderen of gewoon leuk om een plantje of insect beter te bekijken.

De traditionele manier (let op die punten voor stijl) is met vuursteen en vuurslag. Voor deze methode is ook een medium nodig. Dit medium moet altijd voorgebrand of vergast zijn, wat meestal in een blik gebeurd met een klein luchtgaatje. Het medium kan katoen zijn (neem niet te dun katoen), vermolmd hout of zelfs jutte. Voorkom dat het katoen verbrand bij het maken (als er geen rook meer uit het gaatje komt is het klaar). Wat ook kan is lampkatoen met een verbrand randje. Zorg wel voor honderd procent katoen. Katoen met kunstvezels werkt niet goed. Een oud t-shirt, laken of spijkerbroek kun je hier goed voor gebruiken.

Een goed gebruik is als het blikje bijna leeg is een nieuwe voorraad charcloth (voorgebrand katoen) of charred punkwood (voorgebrand vermolmd hout) te maken.

Vuurslag-setje met blikje



Whats next...

In deel 3 gaan we de tondel en hout behandelen..

zondag 1 maart 2015

Vuur maken is iets waar ieder mens zich tot aangetrokken voelt. Vuur heeft namelijk naast een functioneel onderdeel, het biedt immers warmte en een gelegenheid tot het bereiden van voedsel en veilig drinkwater, ook een aantal psychologische functies; veiligheid, gevoel van huiselijkheid, gezelligheid en innerlijke rust. Vuur fascineert. Vele mensen zijn "vuurkijkers" en volgen de dansende vlammen.

Je kunt dus stellen dat het maken en vooral het hebben van vuur een belangrijk onderdeel is binnen het (over)leven van de mens, dus ook bij survival en bushcraft. Vele volken stellen dat zonder een vuur er geen huiselijkheid is. Het maken van een vuur is dus het eerste wat men maakt voordat men het kamp opbouwt. Een verblijfplaats moet dus naast een veilige plek voorzien in voldoende brandbaar materiaal.

De vuurdriehoek
In dit deel wil ik het hebben over de theorie achter het vuurtje. Het volgende deel zal dieper ingaan op het onderdeel vuur.

Wat is nodig voor een vuur ?

  • Brandbaar materiaal
  • Zuurstof (lucht)
  • Bepaalde hoeveelheid warmte wat het brandbare materiaal kan ontsteken.

Haal één van deze essentiële onderdelen weg en je zult zien dat de driehoek verbroken wordt. Resultaat is dat er geen vuur ontstaat.


Brandbaar materiaal.
Het materiaal wat goed te onsteken is en voldoende hitte creëert voor een doorlopende onsteking. Het materiaal is onderdeel van de "ring van vuur". De ring van vuur bestaat uit de verschillende stages die nodig zijn om een "goed" vuur te maken. Een goed vuur is een doel op zich; even een kopje thee of koffie maken, of een vuur wat je de hele nacht warm houdt ?

Laten we even de ring van vuur ontleden: 
onstekingsmiddel -> tondel -> luciferdikte -> potlooddikte -> wijsvingerdikte -> duimdikte -> polsdikte.


De ring vertelt ons dat een geleidelijke opbouw van dikte ons een goed vuur oplevert. Het vuurtje geeft ons een onstekingsmiddel om meer vuren aan te maken, vandaar de naam ring van vuur.


Onstekingsmiddel.
Lucifers, aansteker, firesteel, magnesiumbar, charcloth icm vuurslag/vuursteen, kooltje van vuurboog, vuurploeg, vuurpomp, etc.



Tondel.
De tondel kan zowel natuurlijk zijn, als bewerkt, denk aan: droog gras, lisdoddesigaar, schraapsel van hout, feathersticks, berkenbast, vaselinewatten, kaarsvetwattenschijven, fatwood, BBQ-aanmaakblokjes, BBQ-firegel, etc, etc.
Een open plek met zon en veel wind geeft droge tondel van natuurlijk materiaal.
Indien men natuurlijk materiaal gebruikt, kneus het matriaal in diverse richtingen, zodat vezels naar buiten komen, indien mogelijk meng het met grove en minder grove soorten. De opstaande vezels vatten namelijk het eerst vlam. Voor feathersticks, probeer deze zo dun als mogelijk te snijden.


Hout.
De rest van de ring bevat hout in de diverse diktes van een bomen en struiken.
Luciferdikte, van takjes, alsmede potlooddikte. Wijsvingerdikte wordt soms samengevoegd met de duimdikte, toch is het een dikte die bij wat vochtiger hout niet moet worden overgeslagen. Hierna komt de polsdikte. Als de polsdikte goed brandt kun je grotere delen op het vuur gooien.

Vocht in het hout.
Een vochtig weertype brengt dus kleinere stappen en vooral geduld met zich mee. Vocht zorgt ervoor dat de hitte niet snel genoeg opkomt, omdat men eerst het vocht moet verdampen. Dit resulteert in een zeer langzaam opkomend vuur. Zorg voor tondel en hout in de eerste fasen dat goed droog, dus goed brandbaar is. Hout droogt in de lucht en goed met een zonnetje. Dus geen takjes van de grond, maar dode takken. Voor het vuur gebruik je dode bomen die staan of van de grond af liggen. Groen hout is alleen geschikt om te snijden en boven een vuur iets te roosteren. Afhankelijk van de soort duurt het ongeveer 1 maand per cm dat hout droogt, mits gekloven.

Droge takjes hoor je echt knakken. Dikkere takken kun je tegen je wang aanhouden, voelt deze koel dan is deze niet droog genoeg, voelt deze warm dan is deze goed om te gebruiken.


Welk hout.
Niet iedere houtsoort is even goed. Sommige soorten branden snel en fel. Berk is een boom die natuurlijke olie bevat welke snel brandt. Den en spar bevatten veel harsen die zeer brandbaar zijn. Dit zijn bijvoorbeeld ideale starters, om daarna over te gaan op langzaam brandende soorten zoals o.a. es, beuk en eik. Vermijdt taxus, kastanje en populier. Iep en els is ideaal als mix hout, dus als het vuur al lekker een kolenbed heeft. Kloof je dikkere hout altijd, dit komt de brandbaarheid ten goede. Ook droogt het zo sneller, de schors en bast is een goede beschermer tegen vocht van buitenaf, maar houdt vocht binnenin ook goed vast.


Vuurveiligheid.
Veiligheid rondom een openvuur, of zelfs met een brander, is vaak een ondergeschoven kindje. Veeg bladeren en takken rondom weg, tot op de kale ondergrond, één meter vanaf de rand van het te maken vuur. Kijk of er geen wortelen van bomen en struiken liggen. Kijk uit voor droge turfachtige grond (deze kan ondergronds branden). Vooraf opzoeken of er geen droogtecodes zijn afgegeven. Op de website http://www.natuurbrandgevaar.nl kun je dit controleren. Zorg voor blusmiddelen (zoals water en zand) en houdt je vuurplek netjes. Geen spullen waarover je kunt struikelen, stapel hout netjes op. Als laatste maak een proportioneel vuur, dus voor een maaltijd geen twee meter hoog vuur maken. Vergeet niet na het vuurplekgebruik deze netjes volgens "Leave no trace" achter te laten!



Kookvuur.
Koken doe je eigenlijk op de kooltjes en niet direct in de vlammen. Dit omdat het koken op vlammend vuur een oncontroleerbaar resultaat geeft (Schuif eventueel wat kooltjes apart om op te koken of bakken). Met uitzondering van het koken van water. Het roosteren van vlees en vis moet rustig gebeuren. Een pan verdeelt de hitte, echter een direct vuur niet. Een truukje wat ik gebruik is je hand bij de kooltjes te houden, als ik deze 4-5 tellen op die plek kan houden voordat mijn hand te warm wordt, is deze plek goed om vlees of vis te roosteren. Dit kost wat meer tijd, echter voorkomt een zwarte kraaklaag, droog of oneetbaar voedsel. Kampvuurkoken is een leuke bezigheid en is een hobby opzich.

Tip.
Het herkennen van bomen helpt het juiste hout voor je kampvuur te selecteren.
Op de website http://www.bomengids.nl kun je leren deze te herkennen.

De volgende keer in deel 2.
In deel 2 vertel ik meer over de volgende fasen en gereedschap wat je helpt om een goed vuur te maken.


Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!