Posts tonen met het label vuurslag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vuurslag. Alle posts tonen

maandag 18 juli 2016

Wie kent het niet.. Corned Beef, het heerlijke blokje gemalen zoutige vlees in blik. Nu kun je met het vlees best lekkere gerechten maken, zie mijn blogje over Cowboy Macaroni. Maar naast de streling van de tong kun je ook nog eens vuur maken met dit product.

Yummy, een blik vol corned beef

Om eerlijk te zijn is de titel wenkbrauwfronzend en zeker niet voor niets. Het is wellicht een ordinaire promotie voor het blikje Corned Beef als bushcraftvoedsel. Gewoon makkelijk en in niets ingewikkeld. Gebakken of zo uit het blik op een zelfgebakken bannockbroodje, wat mosterd en smullen maar.

Na de smulpartij blijft u meestal zitten met het blik. Dit blik is uitstekend om verkoold katoen (charcloth) te maken voor de vuurslag. Niets geen gaatjes maken om het gas te laten ontsnappen. Het onderste deel van het blik is gerafeld en sluit net niet helemaal luchtdicht aan op de deksel, maar genoeg om het katoen niet te laten ontbranden in het afgesloten blik. Nu moet het blik vrij zijn van een plastic liner, van de vettige delen en het etiket. Met een papieren zakdoekje is dit prima schoon te maken. Mocht het blik voorzien zijn van een plastic liner, dan is deze uit te branden voordat men het katoen verkoold.

Het blik en een oud hoeslaken


Zorg dat het katoen ook honderd procent katoen is. Een mix van stoffen zal niet goed werken ! Nu gebruik ik hier als alternatief een oude vijl om vonken te slaan. Deze vijl is onbewerkt en voldoet uitstekend als vuurslag (een beetje vijl is in 3 bruikbare stukken te slijpen met een slijptol, niet slecht voor 50 cent op de koningsmarkt) in tegenstelling wat vaak beweerd wordt hoeft een vijl niet eerst roodgloeiend gestookt te worden.  Een goed stuk vuursteen erbij en de set is compleet.


Knip de stroken katoen in twee centimeter breed en ongeveer vier centimeter lang. Zulke grote stroken zijn goed te klemmen met de duim, in de lengte. De breedte is voldoende om de vonken goed te landen waardoor het verkoold katoen gaat gloeien bij een voldoende hete vonk. Stop de stroken lossig in het blik, dit mag best driekwart vol zijn als de stukken maar los op elkaar liggen. Anders krijgt u een minder goed resultaat.

Zet het blik goed tussen de kooltjes of stukken hout en doorgaans is tien minuten voldoende. Voor een stuk spijkerbroek kunt u een aantal minuten langer aanhouden, ook vermolmd hout is een optie (charred punkwood). Desnoods gooit u nog wat klein hout op het vuur over het blik.

Goed tussen de kooltjes zetten

Hierna haalt u het blik voorzichtig uit het vuur. In mijn geval zette ik het blik veilig weg op een grasveldje. U moet echt wachten tot het geheel is afgekoeld, anders heeft u kans dat het katoen alsnog ontbrand.

Het resultaat mooie stukken verkoold katoen

Na zo een vijftiental minuten even voorzichtig voelen bij het blik. In mijn geval was het blik koud. Deksel eraf en dit is het resultaat. Alles was goed verkoold.
Dat ziet er goed uit !

Oude vijl en een stuk vuursteen om te testen


Nu de vijl en de vuursteen erbij om de uiteindelijke test te doen. Alleen dan komt u later niet voor verrassingen te staan.

De slagtechniek.
Sla met de gladde zijkant van de vijl op de scherpe rand van de vuursteen. Dit lijkt op een J-achtige slag. Experimenteer met de hoek waarmee u slaat. Soms levert een lichte kanteling van de vuursteen veel meer goede vonken op. De vonken zijn eigenlijk minuscule stukjes ijzer die u van de vijl of vuurslag slaat. Vuursteen is namelijk harder dan ijzer. Klem met de duim, dichtbij de rand een lapje verkoold katoen zodanig dat de vonken landen op het lapje. U ziet meestal één tot wel vier plekken waarbij het begint te gloeien. Meestal formaat speldenkop. Voorzichtig blazen zodat de gloeiplek groter wordt. Hierna kunt u het lapje in het vogelnestje van droog gras stoppen...

Het kan even duren met oefenen, maar ook dan heeft u de slag te pakken.


Succes, na een aantal vonken is het raak


Na een aantal slagen met de vijl op de vuursteen landde er een drietal vonken die heet genoeg waren om het verkoold katoen te ontbranden. Succes zoals u ziet, het proces is dus prima verlopen.

Eet smakelijk en veel plezier met het maken....


TIPS:


  • Sla het verkoold katoen en/of -vermolmd hout vochtvrij op. Een plastic zakje of kleine drybag is voldoende.
  • Haal het pas uit het zakje/doosje/blikje als het nodig is.
  • Na een aantal vochtige dagen is het raadzaam de voorraad even te verwarmen op een vuurtje om het vocht te verdrijven (1 minuut is voldoende) indien het in een blikje met gaatjes wordt bewaard.
  • Alles is te gebruiken als het maar 100% katoen is, te denken valt aan oude hoeslakens, spijkerbroeken, t-shirts, theedoeken en handdoeken.
  • Dit proces vooral lekker buiten doen, op het gasstel geeft ruzie met de vrouw des huizes (het kan behoorlijk stinken en roken).
  • Probeer het eens te ontsteken met een fire-piston.
  • Gedroogde tonderzwammer zijn een leuk alternatief.





maandag 6 april 2015

In deel 2 hadden we het over de ring van vuur. Deze ring zorgt voor een goede overgang naar dikkere brandstof. Maar het begint bij het onsteken van de tondel.

Wat is tondel ?
Tondel is niets anders dan makkelijk ontvlambaar materiaal waarmee we succesvol naar de volgende stap kunnen. Het initiële onsteken van de tondel kost veel energie. Je zult dus materiaal nodig hebben wat die energie makkelijk op kan brengen. Bijna altijd is hier een bewerking voor nodig.

Tondel moet je dus optimaliseren om te kunnen onsteken. Daarnaast is er een verschil tussen kunstmatige- en natuurlijke tondel.

Voorbeelden van kunstmatige tondel; vaseline-watten, kaarsvetschijven, kaarsvet-jutte, wetfire, esbitblokjes, (BBQ)dragongel, (m)ethanolhouders.

Wetfire heeft een houdsbaarheiddatum
Het is zeker raadzaam om een zakje met kunstmatige tondel mee te nemen. De vuurzekerheid is een belangrijk onderdeel binnen bushcraft en survival.

Als aanbeveling en de goedkoopste optie kies ik zelf voor vaseline-watten. Een potje vaseline kost 4 euro en een zak katoenen watten 2 euro. Dit gaat zeker een paar maanden mee. Smeer en kneed de vaseline in de watten en deze zullen ongeveer 5 minuten branden. Zelfs in nat weer. Bewaar ze in een afsluitbaar zakje. Voor gebruik even iets uit elkaar trekken, zodat de vezels blootliggen. 



Natuurlijke tondel.
Berkenbast bevat een natuurlijke olie, alleen met een aansteker kun je deze direct aansteken. Dit is direct vuur. Hars van dennen en -sparren is zo'n andere mooie natuurlijke brandstof. Met iedere andere vorm van ontsteken moet je zorgen voor het vormen/de aanwezigheid van fijne vezels.

TIPS voor natuurlijke tondel:

  • Bushcraft is verzamelen. Kijk om je heen voor tondel terwijl je loopt.
  • Zorg dat de tondel echt droog is. Tondel uitslaan en het liefst van plekken van de grond en waar de zon op schijnt.
  • In vochtige omstandigheden de verzamelde tondel in je zak tegen het lichaam bewaren. Je lichaamswarmte zorgt voor droging.
  • Controleer de vochtigheid tegen je wang, vocht=koud droog=warm.
  • Droog hout geeft een duidelijk krakend geluid.

Voorbeelden van natuurlijke tondel; lissdoddesigaar, zadenpluis, bruine grassoorten/planten, vezelige binnenbast, droge bladeren/bloemen, gedroogde paddestoelen, berkenbast, fatwood (lighter pine).

Pluizen van de lisdodde en zaden zul je moeten combineren met twee handen vol fijne houtkrulletjes en/of plantenvezels van diverse grootte, aangezien de pluis zeer snel brand (als een flits).

Indien je voldoende materiaal hebt gevonden, wordt het tijd voor een vogelnestje. Soms heb je mazzel en dan vind je letterlijk een verlaten vogelnestje :-)

Vogelnestje, let op de gebroken vezels.
Draai het tondelmateriaal in een bol (met pluis niet goed mogelijk). Bewerk het voor enige minuten in een donutvorm. Kneed en draai het materiaal totdat de vezels vrijkomen zoals op de foto. Zoals je ziet is het nestje ongeveer net zo groot als een open hand. Nog zo'n bol als reserve te houden bij de aanmaak is zeker aan te bevelen.



Indien geen droge tondel.
Feathersticks zijn dan een prima alternatief, maar het maken is bewerkelijk. Dus eigenlijk pas een echt alternatief als er niets anders te vinden is. Voor een goede start zijn eigenlijk een goede serie van zeer fijne krullen opvolgend naar grote krullen nodig. Snij minimaal vier feathersticks met een bos flinke krullen (twee vuisten tegen elkaar). Dit geeft genoeg tijd om op een rustige manier de volgende stap uit te voeren. Ontsteken doen we dan bij de zeer fijne krulletjes.

TIP voor feathersticks:

  • Een goed scherp mes.
  • Snij veilig (Dus niet leunend op het bovenbeen !).
  • Snij eerst een flauwe hoek na het verwijderen van de (natte) bast, gooi het schaafsel niet weg !
  • Snij in drie hoeken, punt naar iets beneden, punt evenwijdig, punt iets naar boven. Hiermee krijg je drie feathers naast elkaar.
  • Snij de feathers zo dun mogelijk.
  • Feathers die eraf vallen kun je gewoon gebruiken.

Feathersticks met fijne krullen.
One-Stick-Fire
Een one-stick-fire is niets anders dan dat je de brandstof wat in de ring van vuur valt uit één stok/dikke tak haalt. Je verwerkt dan het materiaal van klein (tondelkrulletjes) tot groot (dikker dan duimdikte) om een vuur te maken. 


Welk hout ?
Om te beginnen met een vuurtje (in theorie) heb je ander hout nodig dan als het vuur goed heet is. In de praktijk zul je gewoon hout nemen wat in de omgeving voorhanden is.

Iedere houtsoort heeft andere eigenschappen. Dit heeft te maken met de leefomgeving, maar ook met de soort. Een berk bevat natuurlijke oliën. Dennen en sparren bevatten goed brandbare harsen. Deze houtsoorten vallen niet onder de hardhoutsoorten. Ze branden dus kort en fel, net als elzen en esdoorn. Ideale starters om een vuur mee aan te maken dus. Beuken, essen en eiken zijn wel hardhoutsoorten. Dus ideaal om te branden als het vuur goed heet is. Hardhoutsoorten branden lang en heet, maar zijn moeilijker op gang te krijgen. Er zijn ook houtsoorten die je maar beter niet kunt gebruiken. O.a. kastanje (brand slecht), taxus (knettert en giftig), larix, iep (moet echt goed droog zijn), linde (alleen tussen andere soorten). Overig bomen zijn de middelmaat.

Met de amerikaanse vogelkers gaat er een fabeltje rond over giftigheid. De giftigheid zit in het sap, bladeren en bast. Deze giftigheid is veel minder indien droog en wordt afgebroken door het vuur. Het kan dus prima gebruikt worden voor een kampvuur.

Zorg dat je brandhout gespleten is. Ongespleten hout zal moeilijker branden.
Denk aan de veilig-vuur-voorschriften en leave-no-trace.


In deel 4...
Deel 4 zal gaan over de diverse soorten vuur die je kunt bouwen.



zondag 1 maart 2015

Vuur maken is iets waar ieder mens zich tot aangetrokken voelt. Vuur heeft namelijk naast een functioneel onderdeel, het biedt immers warmte en een gelegenheid tot het bereiden van voedsel en veilig drinkwater, ook een aantal psychologische functies; veiligheid, gevoel van huiselijkheid, gezelligheid en innerlijke rust. Vuur fascineert. Vele mensen zijn "vuurkijkers" en volgen de dansende vlammen.

Je kunt dus stellen dat het maken en vooral het hebben van vuur een belangrijk onderdeel is binnen het (over)leven van de mens, dus ook bij survival en bushcraft. Vele volken stellen dat zonder een vuur er geen huiselijkheid is. Het maken van een vuur is dus het eerste wat men maakt voordat men het kamp opbouwt. Een verblijfplaats moet dus naast een veilige plek voorzien in voldoende brandbaar materiaal.

De vuurdriehoek
In dit deel wil ik het hebben over de theorie achter het vuurtje. Het volgende deel zal dieper ingaan op het onderdeel vuur.

Wat is nodig voor een vuur ?

  • Brandbaar materiaal
  • Zuurstof (lucht)
  • Bepaalde hoeveelheid warmte wat het brandbare materiaal kan ontsteken.

Haal één van deze essentiële onderdelen weg en je zult zien dat de driehoek verbroken wordt. Resultaat is dat er geen vuur ontstaat.


Brandbaar materiaal.
Het materiaal wat goed te onsteken is en voldoende hitte creëert voor een doorlopende onsteking. Het materiaal is onderdeel van de "ring van vuur". De ring van vuur bestaat uit de verschillende stages die nodig zijn om een "goed" vuur te maken. Een goed vuur is een doel op zich; even een kopje thee of koffie maken, of een vuur wat je de hele nacht warm houdt ?

Laten we even de ring van vuur ontleden: 
onstekingsmiddel -> tondel -> luciferdikte -> potlooddikte -> wijsvingerdikte -> duimdikte -> polsdikte.


De ring vertelt ons dat een geleidelijke opbouw van dikte ons een goed vuur oplevert. Het vuurtje geeft ons een onstekingsmiddel om meer vuren aan te maken, vandaar de naam ring van vuur.


Onstekingsmiddel.
Lucifers, aansteker, firesteel, magnesiumbar, charcloth icm vuurslag/vuursteen, kooltje van vuurboog, vuurploeg, vuurpomp, etc.



Tondel.
De tondel kan zowel natuurlijk zijn, als bewerkt, denk aan: droog gras, lisdoddesigaar, schraapsel van hout, feathersticks, berkenbast, vaselinewatten, kaarsvetwattenschijven, fatwood, BBQ-aanmaakblokjes, BBQ-firegel, etc, etc.
Een open plek met zon en veel wind geeft droge tondel van natuurlijk materiaal.
Indien men natuurlijk materiaal gebruikt, kneus het matriaal in diverse richtingen, zodat vezels naar buiten komen, indien mogelijk meng het met grove en minder grove soorten. De opstaande vezels vatten namelijk het eerst vlam. Voor feathersticks, probeer deze zo dun als mogelijk te snijden.


Hout.
De rest van de ring bevat hout in de diverse diktes van een bomen en struiken.
Luciferdikte, van takjes, alsmede potlooddikte. Wijsvingerdikte wordt soms samengevoegd met de duimdikte, toch is het een dikte die bij wat vochtiger hout niet moet worden overgeslagen. Hierna komt de polsdikte. Als de polsdikte goed brandt kun je grotere delen op het vuur gooien.

Vocht in het hout.
Een vochtig weertype brengt dus kleinere stappen en vooral geduld met zich mee. Vocht zorgt ervoor dat de hitte niet snel genoeg opkomt, omdat men eerst het vocht moet verdampen. Dit resulteert in een zeer langzaam opkomend vuur. Zorg voor tondel en hout in de eerste fasen dat goed droog, dus goed brandbaar is. Hout droogt in de lucht en goed met een zonnetje. Dus geen takjes van de grond, maar dode takken. Voor het vuur gebruik je dode bomen die staan of van de grond af liggen. Groen hout is alleen geschikt om te snijden en boven een vuur iets te roosteren. Afhankelijk van de soort duurt het ongeveer 1 maand per cm dat hout droogt, mits gekloven.

Droge takjes hoor je echt knakken. Dikkere takken kun je tegen je wang aanhouden, voelt deze koel dan is deze niet droog genoeg, voelt deze warm dan is deze goed om te gebruiken.


Welk hout.
Niet iedere houtsoort is even goed. Sommige soorten branden snel en fel. Berk is een boom die natuurlijke olie bevat welke snel brandt. Den en spar bevatten veel harsen die zeer brandbaar zijn. Dit zijn bijvoorbeeld ideale starters, om daarna over te gaan op langzaam brandende soorten zoals o.a. es, beuk en eik. Vermijdt taxus, kastanje en populier. Iep en els is ideaal als mix hout, dus als het vuur al lekker een kolenbed heeft. Kloof je dikkere hout altijd, dit komt de brandbaarheid ten goede. Ook droogt het zo sneller, de schors en bast is een goede beschermer tegen vocht van buitenaf, maar houdt vocht binnenin ook goed vast.


Vuurveiligheid.
Veiligheid rondom een openvuur, of zelfs met een brander, is vaak een ondergeschoven kindje. Veeg bladeren en takken rondom weg, tot op de kale ondergrond, één meter vanaf de rand van het te maken vuur. Kijk of er geen wortelen van bomen en struiken liggen. Kijk uit voor droge turfachtige grond (deze kan ondergronds branden). Vooraf opzoeken of er geen droogtecodes zijn afgegeven. Op de website http://www.natuurbrandgevaar.nl kun je dit controleren. Zorg voor blusmiddelen (zoals water en zand) en houdt je vuurplek netjes. Geen spullen waarover je kunt struikelen, stapel hout netjes op. Als laatste maak een proportioneel vuur, dus voor een maaltijd geen twee meter hoog vuur maken. Vergeet niet na het vuurplekgebruik deze netjes volgens "Leave no trace" achter te laten!



Kookvuur.
Koken doe je eigenlijk op de kooltjes en niet direct in de vlammen. Dit omdat het koken op vlammend vuur een oncontroleerbaar resultaat geeft (Schuif eventueel wat kooltjes apart om op te koken of bakken). Met uitzondering van het koken van water. Het roosteren van vlees en vis moet rustig gebeuren. Een pan verdeelt de hitte, echter een direct vuur niet. Een truukje wat ik gebruik is je hand bij de kooltjes te houden, als ik deze 4-5 tellen op die plek kan houden voordat mijn hand te warm wordt, is deze plek goed om vlees of vis te roosteren. Dit kost wat meer tijd, echter voorkomt een zwarte kraaklaag, droog of oneetbaar voedsel. Kampvuurkoken is een leuke bezigheid en is een hobby opzich.

Tip.
Het herkennen van bomen helpt het juiste hout voor je kampvuur te selecteren.
Op de website http://www.bomengids.nl kun je leren deze te herkennen.

De volgende keer in deel 2.
In deel 2 vertel ik meer over de volgende fasen en gereedschap wat je helpt om een goed vuur te maken.


Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!