zaterdag 26 maart 2016

Glas is iets fantastisch. Het geeft de buitenmens zoveel meer. Zeker als het in een bepaalde vorm is geslepen. Een parabool met een lichtbreking die ons mens iets extra's geeft om naar te kijken.

Ooit wel eens naar een plant gekeken, een dierspoor of een insect? Zeker als vergrootglas geeft het ons een scherpere en betere blik op zaken om ons heen. Maar het kan meer. Een vergrootglas kan licht bundelen tot een straal die verhit, alles in combinatie met een fruitig zonnetje. Als kind ervoer ik dit als een bijzonder fenomeen.

Nu zijn er tegenwoordig vergrootglazen en vergrootglazen. Dan bedoel ik de kwaliteit van de lens. Veel vergrootglazen van (hoogwaardig) glas worden tegenwoordig vervangen door kunstof lenzen. Maar een lens is niet zomaar een goede loep. De beste lenzen zijn nog steeds van glas, de goedkope kunstof tegenhangers krassen snel en worden dof. De betere kunstof lenzen zijn iets krasvaster, echter halen het nog steeds niet bij 'oldfashion glas'. Wel is het zo dat de prijs van de glazen loep wordt bepaald door de zuiverheid van het glas en de kwaliteit van het slijpen.
De bekende loep
Nu is deze loep handig voor thuis. Voor de buitenmens is een kleinere versie wellicht een betere optie. Want een loep is multifunctioneel; voor in de ehbo-kit, om voorwerpen beter te bekijken en ook nog eens om een vuurtje te starten. Bewaar een loep altijd in een lederen- of fluwelen zakje.

Tegenwoordig zijn er ook fresnel lenzen te koop. Dat zijn kunstof lenzen in een bepaald ringachtig patroon met een vergrotende werking, welke zeer plat zijn. Fresnel lenzen zijn in diverse formaten, goedkoop en makkelijk weg te stoppen door hun platte vorm. Voor lichtgewicht buitenspeelkits een ideale oplossing.

Fresnel lens
De fresnel lens heeft echter wel een beperking. Het aantal keren dat de lens kan vergroten is een stuk minder dan een bol geslepen lens en formaat gebonden.

De zon en de lens.
Geen zon is geen vuur door middel van een vergrotende lens. In Nederland is het helaas zo dat een ideaal zonnetje niet zo heel vaak schijnt. Een zwakkere zon betekent helaas ook een minder hete bundeling van het licht. Dit is enigzins op te vangen door de een hogere vergroting.

Veel fresnel lenzen die worden aangeboden hebben een vergroting van 2 tot 4 keer (op creditcard formaat). Dit is meer dan regelmatig net te weinig. In mijn ervaring werkt een vergroting van een loep van tenminste 5 keer een stuk beter, zeker in het Hollandse weertype. Echter deze zijn als fresnel lenzen weer een stuk moeilijker te vinden. Ze zijn er wel (lang leve internet :-) ).

Het resultaat is dan ook dat u enkele tientallen minuten bezig kunt zijn (dus veel geduld en een vaste hand hebben) met het maken van een kooltje waaruit u een vuur kan laten ontstaan.

Tondel maakt het kooltje.
Er zijn nog andere manieren waarbij u het proces kan verbeteren. Zwarte en licht onvlambare tondel werkt zeker mee aan het slagen van de poging. Bij de kleur zwart kunt u denken aan verkoold katoen (charcloth) of -hout (houtmolm c.q. punkwood). Een tonder-, kogelhoutskool- of vuurzwam (op de rode lijst) zijn bijzonder geschikte, mits goed gedroogd, paddenstoelen om een gloeiend kooltje mee te maken. Papier zal ontbranden net boven de 200 graden celcius, hout op ongeveer 250 graden, katoen op 300 graden, stro en hooi op 240 graden. Bij bewerking zoals verkolen zal dit aanzienlijk lager liggen.

Een lens, goede tondel, wat nu?
We hebben de juiste lens voor onze kit, de juiste tondel en een goede zon. Iedere lens heeft afhankelijk van de slijphoek of ingeval van een fresnel de plaatsing van de ringen een ander brandpunt. Het brandpunt is het punt waarop de bundeling van het licht het meest ideaal is, dus ook het heetst. Dit is te herkennen door de weerkaatsing op de tondel. De lichtbundel is hier klein en meest fel.


Brandpunt op de tondel

Een paar (logische) tips:

  • Ga niet tussen de tondel en de zon in zitten (schaduw vorming).
  • Zoek een plek zonder schaduw, niet tussen bomen (schaduw vorming).
  • Leg de tondel alvast op een droge plek vol in de zonneschijn (opwarmen).
  • Ga in een positie zitten die langdurig kan worden aangehouden.
  • Rond 13:00 uur is de zon het heetst, soms een beter resultaat.
  • Indien geen vaste hand, improviseer met takken een statief.
  • Verzamel meerdere soorten tondel om te proberen.
  • Wees vooral geduldig bij weinig zon.
  • Werk van afstand naar de tondel toe om het ideale brandpunt te bepalen.
  • Bij het zien van rook, niet gelijk stoppen, rustig verder opbouwen en het kooltje vergroten door zachtjes te blazen en/of wapperen met de hand. 

Dus hup, vuur maken met een vergrootglas !





zaterdag 27 februari 2016

Bushcrafters zijn meestal van die romantische houtige types, kortom een vuur zonder hout is eigenlijk geen vuur. Toch komt het voor dat de omgeving, de regels of de droge tijd van het jaar roet in het eten gooit. Trailtraveller heeft altijd een oplossing !

Alternatieve brandstoffen of branders zijn dan de enige mogelijkheid voor een zalige maaltijd of een warme drank. Die veel beter buiten smaakt dan binnen  (altijd een goede reden om de natuur in te gaan). Een aantal alternatieven zijn dan de hobostove (hout gestookt), gas of een stoof te maken waar een alcoholbrander in kan. Het moet licht en sterk zijn, u sjouwt het immers mee in de rugzak.

Esbit maakt al decennia's lang van die opvouwbare branders, in drie verschillende maten. Om eerlijk te zijn ken ik maar één maat, die thans verkocht wordt. Die tabletten meuren overigens behoorlijk. Voor echte nood prima, maar voor een tripje zijn er andere opties die vriendelijker zijn voor de neus en de pannen. Met wat simpele modificaties wordt zo'n esbit stoof ineens mulitfunctioneel. Tabletten, takjes of triangia, het stoofje doet ineens veel meer dan je dacht.
Esbit stoof, compact en sterk.
 
Eerst wat meer over Esbit, het merk staat gelijk aan de hexaminetabletten uitgevonden te Murrhardt in Duitsland. Jawohl.. door Aleksandr Butlarov in 1859. Althans de stof hexamine. Deze vaste poeder brandstof brandt rookloos,  vrij heet, is licht van gewicht en compact. Het duurt dan ook niet lang en er is een praktische toepassing gevonden. In 1936 was het inmiddels een vrij populair onderdeel van de buitenkeuken geworden in Duitsland, vuur maken van hout was plotsklaps ouderwets geworden. Ook gedurende de Tweede Wereld oorlog waren veel soldaten aangewezen op het simpel stukje uitvouwende staal met de witte tabletten.

Inmiddels zijn er meer merken die hexaminetabletten aanbieden (o.a. Coghlans), maar de naam Esbit is eeuwig verbonden aan dit type brander.

Esbit solid fuel tabs

De afstand vanaf de schaal van de stoof naar de pan is voor tabletten ideaal. Echter niet voor hout of alcohol. Alcoholbranders zoals de triangia of tatonka hebben een 'sweetspot' van twee en een halve centimeter boven de brander. Hier is de vlam heet en heeft het de beste spreiding. Deze afstand wordt duidelijk niet gehaald. Natuurlijk kunt u de brander aanpassen, door ééń zelf te maken van bijvoorbeeld een snoepblikje, maar ik ga uit van een triangia brander (vrij standaard). Wel heeft u een windscherm nodig, ook deze is zelf te maken van een BBQ folie schaal.

Wat heeft u nodig:

  • Stuk ijzerdraad of lasdraad 3 millimeter dik, ongeveer 60 centimeter lang.
  • Esbit stoof (nieuw of oud).
  • Stevige tang die vastgezet kan worden (klemtang).
  • IJzerzaagje.
  • Rolmaatje of lineaal.
  • Watervaste viltstift.
  • Vijl voor metaal. 
  • Spierballen.

Potten en pannen.

Ik maak voor mijn buitenavonturen graag gebruik van een degelijke kookset. De militaire mok, messtin en een billycan van twaalf centimeter. De aanpassing zal dan ook deze drie vormen moeten ondersteunen. Verreweg de moeilijkste vorm om te passen is de niervormige mok. De andere zijn rond en vierkant.

De niervormige mok
Deze bijzondere vorm zorgt voor een stukje uitdaging bij het bedenken van de aanpassing. Hieronder wordt duidelijk waarom de mok buiten de vorm nog een andere uitdaging geeft. De mok is namelijk niet breed genoeg, ook al scheelt het maar een aantal millimeters. De hoogte van de wanden werken ook niet mee. Geen optimale hoogte voor de 'sweetspot' voor alcohol.

De mok schiet net naar binnen

Welke vorm ?
De aanpassing moet simpel zijn en stevig zijn. De punten op de zijwanden zijn net zo hoog als de triangia met de reduceer-deksel. De hoogte komt dan totaal op zes en halve centimeter voor de hoek. twaalf centimeter van hoek over de brander naar de andere hoek (binnenmaat) en dan weer zes en halve centimeter naar beneden. Zoals je kunt zien wordt de standaard een X-vorm. Het voordeel is dat de hoeken de beugel vastzetten in de hoek, hierdoor zijn er geen extra bevestigingen nodig. De poten van de beugel moeten wel strak in de hoek zitten !

De hoeken houden de beugel klem
Het buigwerk.
Het buigen vereist wel wat spierballen en nauwkeurig afmeten. Met een viltstift en goede klemtang kom je al snel tot de juiste vorm. Pas op voor het 'buigverlies' van de hoeken. U kunt beter stukje voor stukje buigen en meten. Let op de binnenrand (plaatwerk) van de Esbit stoof, hierdoor kunt u zich lelijk vergissen.

Twee keer meten en daarn buigen

De tweede beugel moet een inkeping krijgen om de andere beugel te 'ontwijken', zodat beide beugels op dezelde hoogte komen. Dit voorkomt onstabiliteit van billycan, messtin of mok. Want je eten of kookwater weg door een schuivend potje of pannetje is heel naar met een knorrende maag.

De tweede beugel krijgt een V-vorm in het midden

Zoals boven te zien, heeft de tweede beugel een V-vorm in het midden, deze wordt ook met de tang gevormd. Blijf passen en meten, want de V-vorm neemt extra lengte in beslag. De V-vorm buigen vereist een beetje behendigheid. Hier is misschien een bankschroef handig. Ik heb hier gewoon de klemtang voor gebruikt.

De X-vorm past het beste onder alle drie de vormen
Na het buigen de hoogte van alle hoeken goed controleren, zonodig vijlen of afzagen. De mok mag niet (teveel) wiebelen. Buig eventueel nog bij zodat alles zo goed mogelijk aansluit. Vergeet niet de uiteinden netjes onscherp te vijlen.

Beide beugels moeten van gelijke hoogte zijn
Als alles goed aansluit zal de mok, maar ook de billycan en messtin stabiel en stevig op de beugels staan. Vergeet niet om een goed windscherm om deze stoof te zetten, dit is zeer belangrijk bij een alcoholbrander.

Tijd voor koffie !
Natuurlijk moest er even getest worden (zin in koffie) na het harde buigwerk....


En zo geeft u de esbit een tweede leven, met wat simpel draad...


Dus oude esbit stoof van zolder, wat lasdraad regelen en buigen maar !





zaterdag 2 januari 2016

De GPS en een kompas zijn wegwijzende begeleiders in de outdoor. In mijn andere blog over navigatie (klik hier) had ik het al over een aantal belangrijke wetenswaardigheden die belangrijk zijn bij het gebruik hiervan. Nu brachten de Mongolen niet alleen zuurkool mee naar het westen, maar ook de kennis van het aardmagnetisme. In de natuur bepalen bijvoorbeeld duiven aan de hand hiervan meestal hun koers op langere vluchten. Toch zijn er ook andere vormen van navigatie die aardig nauwkeurig zijn, waarbij soms kennis van het landschap en het weer nodig is. De hierbij gegeven informatie is op basis van het noordelijk halfrond.



Bomen
De bomen kunnen een belangrijke aanwijzing geven waar de noord-zuid lijn ligt. Dit geldt vooral bij bomen die enigszins recht en solitair staan. Bomen vormen reactiehout om zich te versterken tegen de wind of ter ondersteuning als ze schuin staan. Aan de kant waar de wind vandaan komt zult u dikkere jaarringen aantreffen, de kern groeit dan verschoven naar de kant met de minste druk. Tenminste bij loofbomen (trekhout), bij naaldbomen precies andersom (duwhout). Bij omgezaagde bomen kunt u mooi deze groeivorm zien. In Nederland komt de wind voornamelijk uit het zuidwesten en in mindere mate noordwesten. Takken en bladeren vormen zich vooral in de richting van de zon, soms kunt u aan de groeiwijze, door een dichtere takvorming of groeirichting, zien waar de oost-west lijn zich bevindt, dit is het sterkst te zien bij naaldbomen. Mos is typisch een vochtminnend organisme en zal dus niet aan de kant van de zon groeien. In Nederland is noord-noordwesten een kant waar mos een voorkeur voor heeft (veel groener). In bergachtige en/of dichtbegroeide gebieden is meestal op meerdere kanten schaduw, hier zal mos dus niet een alleen groeien op de noord-noordwest zijde.


De overheersende windrichtingen. Foto: Wikipedia.
Rond de keerkringen naar de polen zijn de windrichtingen voornamelijk westelijk. Vanaf de keerkringen naar de evenaar voornamelijk oostelijk.

TIP: De omgeving kan indicatoren veranderen. Vergelijk dus altijd een aantal bomen met indicatoren, het liefst die een stukje uit elkaar staan. Neem bij het oefenen een kompas mee zodat u kunt zien of de indicatoren kloppen, mocht dit niet het geval zijn probeer dan te achterhalen waarom dit niet klopt.

Indicatoren bij bomen.


Planten
De planten groeien vaak richting de zon, maar hier speelt wind een grotere factor. Hierdoor draait het blad richting de zon maar de stengel vaak met de wind mee. Aangezien planten veelal in de kruidlaag en struiklaag bevinden zult u merken dat het veel moeilijker is om hier de richting aan te ontlenen. U zult dan meer moeten kijken naar de soorten planten die zonne aanbidders zijn, deze groeien veelal op/naar het zuiden op het noordelijk halfrond. In Zuid-Afrika is er een noordpoolplant die richting het noorden (evenaar) overhelt om zoveel mogelijk zon op te vangen, in Noord-Amerika is er een kompasplant, hier groeien de bladeren op de de noord-zuid lijn.

Dieren en Insecten
Zoals al genoemd maken duiven gebruik van aardsmagnetisme tijdens hun vlucht over langere afstanden. Maar ook het bepalen van (vogel)nesten hebben dieren voorkeuren. Hier speelt voornamelijk wind, regen en zon de kenmerkende factor. Vogelnesten zul je meestal niet op de zuidwestelijke kant zien, slechts alleen als deze is afgedekt door bijvoorbeeld een andere boom.
De nesten worden meestal op noordoostelijk gebouwd (ruim twee keer zoveel). Bij veel insecten zoals bosmieren (termieten in Australië bouwen de nesten bovengronds in de noord-zuid richting) is het niet anders. Zij hebben liever de ochtendzon en de uitgang op het noordoosten om teveel vochtigheid te voorkomen.

Sterren, zon en maan.

Over de sterren is al veel geschreven. Veel nauwkeuriger dan de bomen, planten, dieren en insecten, maar een bewolkte hemel gooit wel eens de 'hemelpoort' dicht. Dan zult u moeten terugvallen op andere middelen. Één van de veel gebruikte sterren is de ster Polaris (poolster). Deze ligt boven de noordpool, maar niet exact boven het magnetische noorden, wel boven het werkelijke noorden. Het magnetische noorden verschuift ieder jaar een beetje, echter rond het werkelijke noorden. De poolster verschuift niet en ligt aan het einde van de Ursa Minor (kleine beer). Vaak wordt ook de Ursa Major genoemt omdat deze makkelijk te herkennen is als het steelpannetje. Het unieke aan de poolster is dat deze niet wegdraait zoals veel andere sterren. Hieronder een overzichtskaartje.

De poolster ligt recht boven het werkelijke noorden.

Omdat we weten dat de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen, kunnen we op diverse manieren een relatieve oost-west lijn bepalen. Ook hier is de zwakte een bedekte hemel. Een stok in de grond en met kleine stokjes op het einde van de schaduw een kleine markering aanbrengen. Na een uurtje kunt u wederom een markering aanbrengen. De rechte lijn tussen de markeringen geven een oost-west lijn aan. Haaks hierop vindt u de noord-zuidlijn, waar de kant van de zon het zuiden is. (er is een verschil tussen de jaargetijden op de stand van de zon, deze verschilt 45 graden in de mid-zomer ten opzichte van de mid-winter, vandaar de relatieve oost-west lijn).

Met een zon, stokje en wat tijd een oost-west lijn bepalen
Indien u een horloge omheeft, dan kunt u aan de tijd en stand van de zon de juiste richting bepalen, op het zuidelijk halfrond is alles precies omgedraaid. Het uitleggen van een kompasroos en u kunt aardig de richting van het noorden bepalen.

Op de hoogste stand gelijk aan het zuiden.
Ook de maan kan ons voorzien van de juiste richting. Een volle maan zal om 0:00 precies richting het zuiden wijzen. Een nieuwe maan zal om 0:00 precies naar het noorden wijzen. Een halve maan voor volle maan zal westelijk oplichten om 0:00. Een halve maan na volle maan zal oostelijk oplichten om 0:00. De opkomst van de maan is een andere indicator.

Ook de maan kan u de goede kant uitsturen.

Zoals u ziet zijn er een aantal methoden die nauwkeurig tot vrij nauwkeurig richting kunnen geven. Het moeilijkste is het herkennen aan de hand van planten en bomen, daar zijn veel variabelen te vinden. Dat zal alleen maar lukken indien u dit voldoende beoefend.

Nu raakt u nooit meer de weg kwijt, zelfs niet zonder kompas. Een kaart is onontbeerlijk, de regel is naar het noorden lopen. Maar dit is natuurlijk niet altijd de beste kant uit, u kunt zelfs hierdoor dieper in een moeras raken. Een rivier volgen richting zee kan goed uitpakken, maar is ook geen garantie.

Hup naar buiten, de juiste richting zoeken !













dinsdag 22 december 2015

Een zeer controversieel onderwerp waar ik liever niet over schrijf, maar het is een belangrijk onderdeel binnen survival en bushcraft. In Nederland is het zetten en laten staan van vallen en strikken verboden, dit valt onder stropen. Het oefenen op zich niet, maar dan heeft u de "groene brombeer" (alias boswachter) toch wat uit te leggen als hij/zij uw constructiepoging gade slaat. Gelukkig ken ik geen bushcrafters of survivallaars die stropen. Stropen in Nederland is grotendeels gebonden aan het op illegale wijze verdienen van geld. Stroperij kunt u in Nederland melden bij 144 (Dierenpolitie).

De wet
Het laten staan van de val levert u een Artikeltje 315  uit het Wetboek van Strafrecht op. U mag een maandje bedenktijd met spijlen tellen of een geldboete uit de vierde categorie ontvangen. Alles is dus voor eigen verantwoording, wat u hier leest is dus strikt geheim, dus mondje dicht!

Valkuilen
Zo de waarschuwing staat er. Het zomaar zetten van vallen en strikken in het wilde weg heeft totaal geen zin. U zult dus enige kennis moeten vergaren over het dier wat u probeert te vangen. Gedrag, beschikbaar voedsel, diersporen, fysiek, de habitat, wissels en de afwijkingen leveren essentiële informatie. Daarnaast is het van belang dat u naast de juiste keuze van de val of strik, deze kunt afstellen op de verwachte actie, het finetunen. Het observeren en oefenen zijn niet te onderschatte onderdelen. Ook het weer kan behoorlijk parten spelen, harde wind en/of regen kunnen fijngevoelige valletjes activeren. Presentatie is alles.


Wilde dieren hebben een bijzonder gevoel voor hun omgeving. Veranderingen merken ze snel op. Afhankelijk van de diersoort kan dit juist interessant zijn, niet veel uitmaken of blijven ze er een tijdje vandaan. Geuren zijn voor veel dieren een aanwijzing, dat er een bijzondere verandering is.
Mensen kunnen deze geuren vaak niet ruiken en laat nu juist de mensengeur een onmiskenbare verandering zijn.

In veel survivalprogramma's wordt niet gesproken over de hoeveelheid vallen en strikken die worden uitgezet om iets te vangen. Met één valletjes komt u er niet en het gokken op één diersoort is ook niet verstandig. Grote dieren zijn sterk, veelal sterker dan u denkt en zijn moeilijk te vangen, kies bij voorkeur kleinere prooidieren. Het camoufleren en tunnelen wordt vaak vergeten en is belangrijk. Camouflage zorgt er voor dat de val of strik er 'natuurlijk uitziet', dit om argwaan te verminderen. Tunnelen dwingt het dier naar de val of strik toe.

Niet bruikbare delen weggooien is een andere. Indien u een vangst heeft kunt u juist met deze delen andere dieren vangen. Zeer bruikbaar in een survival situatie.

Materialen
Ook een veel gemaakte vergissing de selectie van verkeerde materialen. Een aantal diersoorten zijn zo flexibel of krachtig dat ze snaren kunnen doorbijten. Houdt dus rekening hiermee. In een echte survivalsituatie is deze materiaalvrijheid er meestal niet en alles hangt af van wat er te vangen is, maar selecteer dan zo mogelijk prooidieren die passen bij de beschikbare materialen. U kunt met de keuze van vallen en strikken wel e.a. omzeilen. Koperdraad, dun staaldraad, de flexibele binnendraad van antennekabel, swivels, vishaken, allerlei soorten visdraad, polycoord, paracoord, et cetera zijn allemaal nuttige materialen om vallen en strikken mee te maken. Gebruik zoveel mogelijk droog hout, tenzij het een voordeel geeft. Vers hout heeft de neiging te krimpen, wat dus een variabel resultaat oplevert.

Voorbeelden
Hieronder vindt u wat voorbeelden van vallen en strikken, het gaat dan vooral om het basismechanisme, want u kunt ongelofelijk variëren met de gebruikte technieken. Indien u in een overlevingssituatie komt, is het van belang dat u de vallen en strikken regelmatig controleert. De vos, marterachtigen en een aantal roofvogels kunnen op land uw vangst zonder bedankje waarderen. In en rond het water zult u rekening moeten houden met eventuele snoeken en snoekbaarzen, diverse watervogels, hier en daar een verdwaalde paling. Nederland is een land met veel huisdieren. De kat en hond kunnen onbedoeld uw bouwwerk activeren.

Wie mijn workshop "mesveiligheid en trystick maken" heeft gevolgd, op bushcraftweekenden in Nederland en België herkent de snijwerken. De keuze voor deze cuts, notches en reductions is niet voor niets :-)

Klik HIER voor mijn blog over mesveiligheid en trystick maken.

Nogmaals geen strikken en vallen laten staan!


Een flexibele verende tak zorgt voor de vangst.
Ook hier wordt een flexibele tak gebruikt.
De flexibele tak zorgt voor de actie.
De bekende figure 4 deadfall.
Variant op de deadfall, echter veel gevoeliger.
Een simpele snaar bij een konijnenhol

Dit zijn zomaar 6 voorbeelden van vallen en strikken die bruikbaar zijn. Op internet zijn nog veel meer variaties te vinden, niet allemaal even goed helaas. Om de goede van de slechte te onderscheiden is oefening en dus ervaring nodig. Eigenlijk komt hier alles samen; knopen, snijvaardigheid, spoorzoeken, materiaalkennis, et cetera.

De meeste tijd gaat zitten in finetuning en de presentatie van de val of strik.

Een heel goed (oud) boek is "Camp life in the woods and the tricks of trapping" door W. Hamilton Gibson. Een dikke 200 pagina's vol met uitleg en tips.

Veel succes met oefenen !



maandag 14 december 2015

In het vorige deel hadden we het over de tussenlaag. Deze tussenlaag hoeft niet uit één laag te bestaan. Naar gelang de koude kunt u aan deze laag ook extra kleding toevoegen. Kies voor goed isolerende, maar vochtafvoerende lagen kleding. Het is altijd verstandig om ook het hoofd aan te kleden. Het hoofd geeft veel warmte af. Soms wordt er geopperd dat dit wel kan oplopen tot 80 procent. Volgens recente onderzoeken blijkt dit een aandeel rond de 10 procent te zijn (Bron: onderzoekers Vreeman en Carroll), wat nog steeds een aanzienlijk deel is. Het gezegde "hoedje op, warme voeten" blijkt te kloppen.

Buitenlaag
Voor de buitenlaag zijn er een aantal opties. De buitenlaag moet vooral beschermen tegen wind en nattigheid. Als de onderlagen goed zijn opgebouwd is er ruimte om te kiezen welke buitenlaag het best bij de situatie past. Het is dan ook niet vreemd om een dichtgeweven katoenen buitenlaag te dragen bij temperaturen dik onder nul. Voor bushcraft kan dit voordelen hebben bijvoorbeeld bij het maken van een vuur. Dure ademende kunststoffen zijn niet ongevoelig voor vonken, ook laat de duurzaamheid van ademende kunststoffen wel eens te wensen over. Op plekken waar de stof veel vouwen heeft gehad, vies wordt of langdurig onder druk staat (zoals door een schouderriem of heupband) zal uiteindelijk vocht van buiten binnendringen. Ook is er een speciale shampoo nodig om de werking te herstellen bij ademende kunststoffen.

Gore-tex en bilaminaat werken inmiddels redelijk, daar is wel heel wat jaartjes ontwikkeling overheen gegaan. Vanaf 1969 zijn de heren Gore al bezig om de uitvinding te verbeteren. Het werkt goed bij koude droge buitenlucht, indien de buitenlucht vochtig is, verliezen Gore-tex en bilaminaat hun voordelige werking. Hieronder ziet u de Gore-tex (expanded PTFE) laag microscopisch uitvergroot, normaal is deze verwerkt tussen een stof van 1 of 2 lagen. 

Goretex microscopic foto van Abrev - Wikipedia
Een buitenlaag hoeft niet per sé ademend te zijn. Met de tussenlaag kun je behoorlijk compenseren. Probeer zo min mogelijk te zweten, dit kan door dan bijvoorbeeld te kiezen voor een iets wijder anorak model (maar ook aangepast werktempo).  Kies een jas met een aantal ruime zakken, voorzien van een soepele grote rits of grote knopen. Het criterium is dat de zakken ook met handschoenen aan te openen zijn. Let op dat de manchetten goed afsluitbaar zijn en de mouwen niet te kort. Draag het mes aan een riem aan de buitenkant van je buitenste beschermlaag, zodat de warme lucht zoveel mogelijk in de isolerende lagen behouden blijft, omdat de buitenlaag niet steeds omhoog getrokken wordt.

Zweedse leger anorak



Handschoenen
De handschoenen kunnen we opdelen in twee soorten die vaak gebruikt worden. Wanten en de vijfvingerige. Hoe kouder het wordt, des te beter is het om de vingers bij elkaar te houden, uw handen blijven dan veel beter warm. Echter bij bushcraft bent u gebonden aan klusjes zoals hout verwerken. Met de losse wanten is dit een ongenoegelijke taak. Het advies is dan om twee handschoenen gecombineerd te dragen, een paar waarmee u makkelijk kunt werken (vijfvingerig) alsmede de warme wanten voor als u geen taken hoeft te verrichten. Deze binnenhandschoenen kunnen van wol of leer zijn. Probeer voor uwzelf wat het beste werkt, uiteraard voor u de koude wintersneeuw in duikt. Denk aan een goede overlap met de mouwen en genoeg ruimte om de duim-pink test te doen (methode om op onderkoeling te testen).


Leuke wanten, maar deze dus niet ! (foto plusonline.nl)

Deze zien er beter uit !


Alle tips vallen of staan met de temperatuur waarin u terecht komt. Het is aan te raden één laag extra aan te doen dan vermoedelijk nodig is. Makkelijker is het om deze laag uit te trekken, dan te constateren dat u niet afdoende gekleed bent. Dit kan een plezierig buitenverblijf behoorlijk verstieren. (onderkoeling is geen pretje).

Broeken
Broeken zijn een verhaal apart. Deze zijn er zowel gevoerd als ongevoerd. Spijkerbroeken kunt u vergeten, ze zijn zwaar en als ze nat worden heeft u meer zorgen dan bescherming. De benen kunnen behoorlijk afkoelen. Een sneldrogende broek of wol heeft de voorkeur. Door het ondergoed en lange sokken tot aan de knieën kunt u het proberen met een ongevoerde broek. Dit zal echter niet voor iedereen overal werken. Een gewatteerde tussenlaag kan dan uitkomst bieden (ik vermijd ze liever, anderen vinden ze heerlijk) zoals de koudweerbroek, denk dan ook aan de bretels :-)

Koudweer broek (tussenlaag)

Uithoudingsvermogen
Een andere, niet onbelangrijke, schil is het lichaam zelf. Een goed uithoudingsvermogen draagt bij aan de interne kachel en het zo droog als mogelijk blijven tijdens de klusjes buiten. Hoe romantisch winterbushcraft ook lijkt, goed voorbereid op pad gaan is een must tegen teleurstelling. Wen uw lichaam rustig aan deze omgeving. Het opereren vanuit een basecamp is een ideale tussenoplossing.


Tot slot een acroniem om de essentiële punten te benadrukken.

C O L D 

Clean - Houdt u zelf schoon alsmede de kleding. Schone kleding isoleert beter.
Overheating - Voorkom oververhitting door aangepast werktempo en lagen uit te trekken.
Layers - Kleedt uzelf in ietswat wijde lagen. Lieft één laag meer dan nodig.
Dry - Voorkom zweten en dat kleding vochtig wordt. Droge kleding isoleert, natte kleding veel minder of helemaal niet meer. Droog uw kleding bij gelegenheid.

Tip: In de Vogezen heeft Randoloup een basecamp ingericht. Wellicht een prima optie voor u. Zie https://www.randoloup.com


zaterdag 5 december 2015

Koning Winter, de enige koning zonder troon en diens rede wordt alleen uitgesproken door de notabele weerman. Telkens weer voelen we zijn macht aan het einde van het jaar.  Winterbushcraft is eigenlijk een soort SM maar dan met dikke kleding aan. Vergeet de zweepjes en knijpers. Hiervoor in de plaats is het noeste arbeid, druppel aan de neus en proberen niet te zweten...

Toch willen vele bushcrafters hun romantische trekken eens een platform geven, voornamelijk in de sneeuw in een bergachtig gebied. Alles is daar een stuk moeilijker en vergis u niet, een kleine fout wordt vaak genadeloos afgestraft. Het begint met goede kleding, de eerste beschermlaag. Om te beginnen moet de kledingkeuze (en schoeisel) aan een aantal eisen voldoen.

  • Kleding moet voldoende tegen de elementen beschermen.
  • Kleding moet transpiratie vocht kunnen opvangen en afvoeren.
  • Kleding moet blijven isoleren.
  • Kleding moet de gehele dag prettig zitten, makkelijk uit te trekken.
  • Kleding opbouw in meerdere lagen.
  • Kleding moet niet hinderen bij het uitvoeren van werkzaamheden/lopen.
Met deze regels in gedachten kunnen we een keuze maken, echter alles is afhankelijk van de locatie waar u de romantische gevoelens probeert te toucheren. Twee meter diepe sneeuw, korte broek met wollen sokken en sandalen is niet een lekkere combinatie.

Schoenen
De stevige bergschoenen of de 'kisten' zijn drie seizoenen een prima onderdeel van de uitrusting, in de sneeuw hoeft dit niet zo te zijn . Gelukkig kunnen we wel iets rommelen in de marge. Inlegzolen met bont, een extra paar dikke sokken en gamaschen (gaitors) zijn goedkope aanpassingen die net genoeg kunnen zijn. Dit geldt alleen voor droge sneeuw en niet voor temperaturen onder de minus tien graden celsius. Bij ieder mens is de tolerantiegrens anders qua koude. Verwacht u ook natte sneeuw of nog koudere temperaturen, dan komt u al snel uit op gevoerde laarzen, voorzien van rubberen delen.

Sorel Caribou
Schoenen zijn vaak een ondergeschoven uitrustingsstukken, maar in sneeuwlandschap kan dat u lelijk opbreken. Sorel, Baffin en Kamik maken goede winterlaarzen. Let daarbij goed op het profiel. Ik kan echter niet genoeg benadrukken om de laarzen in de winkel te proberen voor een goede pasmaat, welke per merk behoorlijk kan verschillen. Vervolgens komt de vraag waar u de schoenen mee vult, daar kan ik echter vrij kort over zijn. Wollen sokken (militaire) maken hier de maat. Neem een extra paar mee, in de betere dumphandel zijn ook de koudweer sokken verkrijgbaar. Zoals u waarschijnlijk wel begrijpt, dient u de sokken en schoenen goed te drogen na het buitenavontuur. De volgende dag is het zeer aan te bevelen om van sokken te wisselen.

Thermo ondergoed
Enfin, we gaan verder naar het ondergoed, want naakt met goede schoenen is alsnog koud. Omdat uw lichaam warm dient te blijven en dit veel makkelijker lukt met droge lucht, is het verstandig om zo droog mogelijk op de huid te blijven. In de tropen en/of woestijn klimaat is andersom vaak prettig en dan is katoen of zijde een betere optie. Transpiratie moet dus worden afgevoerd, zoals aangegeven en een aantal stoffen zijn hier goed in; wol, polypropyleen soms in combinatie met zijde.
De wolsoort bij uitstek hiervoor is merino, merino is zacht, prikt nauwelijks, neemt vocht op en voelt lekker warm op de huid. Polypropyleen, neemt vocht op en blijft net als wol lekker warm op de huid. Echter heeft als nadeel dat het ook geurtjes vasthoudt, waar wol veel minder gevoelig voor is.
Wol is echter stevig aan de prijs. Thermo-shirts en -broeken moeten goed van lengte zijn en elkaar overlappen. Vergeet een goede afsluiting op hals (die ook open kan met een rits), polsen en enkels niet. Ook bij het bukken! De sokken moeten de pijpen van de broek goed overlappen anders zou de lichaamswarmte kunnen weglekken. Natuurlijk controleren dat het ondergoed ook voor de dagelijkse daad (lees: plassen en poepen) goed bereikbaar is, open- en dicht kan.

Een goed voorbeeld is de Icebreaker Merino Oasis Long Sleeve Half Zip (scrabble woordwaarde 69 punten, zie dvorkin). Nee, ik heb geen aandelen of verbintenis met Icebreaker, maar goed spul mag genoemd worden. Sluit goed aan op de hals, de polsen en heeft een nette rits tot op de borst om bij werkzaamheden te openen. Niet alleen handig bij bushcraft, maar ook bij het skiën en op de fiets.

Icebreaker Oasis. Foto: Icebreaker

Vaak zijn we alleen kritisch op wat er in de rugzak gaat, maar in het koude landschap is de kleding qua uitrusting prioriteit nummer één!

Tussenlaag.
Als tussenlaag is de isolatie belangrijk. Fleecetruien zijn dan geen verkeerde optie. Die mogen gerust dik en luchtig zijn. Neem echter een degelijk merk, vergeet die goedkope fleecetruien maar. Goedkope fleecetruien zijn dun van weving en dikte, hierdoor houden simpelweg geen genoeg warmte vast. Geen probleem in de lente, zomer of herft in een gematigd klimaat, maar in de bergen in de winter geen optie. Ook hier kan ik één fleece soort aanbevelen; Polartec fleece heeft een dichte weving en isoleert twee tot vier keer beter dan goedkope merken. De voorkeur gaat uit naar een trui met een capuchon, anders is een ninja-style fleece hoofdkap een goed alternatief. U vindt deze helaas bij de wat duurdere producenten zoals o.a. The North Face, Killy, Patagonia, Helly Hansen. Goedkope altenatieven heb ik nog niet gevonden.

Fleece Coldweather Cap


Wilt u weten hoe fleece gemaakt wordt? Klik dan hier.

Fleece is weliswaar een goede en vooral lichte keuze, ook wol kan hier een rol van betekenis spelen. De ouderwetse dikke Noorse kabeltrui met een afsluitbare hals is een prima optie, Swandri en Buffelo goede alternatieven. Helaas is wol tegenwoordig erg prijzig. Een goede trui kost u zeker boven de 200 euro. Een ander nadeel is dat wol een stuk zwaarder is dan fleece.

Zelf ben ik meer het traditionele type... alhoewel ik ook Polartec in bezit heb.

Vergeet niet een sneeuwbril of een goede zonnebril aan uw uitrusting toe te voegen. Zodat u op zonnige dagen niet 'sneeuwblind' wordt.

In het volgende deel gaan we in op de buitenlaag en de handschoenen.








 

dinsdag 17 november 2015

Waarom zou een bushcrafter béééhhh zeggen? Aan de andere kant waarom niet. Schapen zijn bijzondere dieren, ze kunnen verliefd worden en produceren ook nog eens wol (Een verliefd schaap is net als een dame die constant tegen je aanloopt voor aandacht). Soms is een bushcrafter niet veel anders.



Wol is tegenwoordig weer de holy-grail voor outdoorkleding, dat is wel te merken aan de prijs ook. Een leuke Noorse wollen trui hangt voor 215 euro in je kast. Hmmm...begin toch aardig op een BC-yup te lijken met mijn Swandri trui.
Swandri Ranger

Maar wat maakt wol nou zo speciaal? Bushcrafters hebben toch wel een romantische hang naar het verleden. Soms wellicht iets teveel. In het geval van de wollen trui is dat zeker terecht, maar vergeet de wollen broek niet, zeker in de winter een heerlijk warm kledingstuk. Als vulling in het dekbed zeker een pluspunt. Eerst even wat feiten op een rij;

Wol is niet voor iedereen.
Met deze uitspraak bedoel ik niet alleen het stevige prijskaartje van zo'n trui of ondergoed. Er zijn mensen met een wol-allergie. Het gekriebel geeft irritatie aan de huid. Ben je tegen dierenmishandeling, koop dan geen UGGS, dit merk slacht de schapen in plaats van scheren. Ook is de verwerking van wol niet helemaal milieuvriendelijk, daar worden nogal wat chemicaliën voor gebruikt om wol mooi, zacht, vetvrij te maken en tegen insecten te behandelen.

Verschillende soorten gebruikt voor kleding.
Wol is er in verschillende kwaliteiten, niet ieder schaap produceert dezelfde kwaliteit. Dit kan overigens per jaar, per soort schaap verschillen. Ook geiten (kasjmir), lama's (alpaca), kamelen, konijnen (angora) en muskusossen produceren wol. Al deze wolsoorten worden verwerkt in kleding. De merinowol komt van merinoschapen, die van oorsprong uit Spanje komen, de meeste merinoschapen leven in Australië. Een merinoschaap produceert zo'n 4-5 kilo wol per jaar. Merino is qua schapenwol de meest fijne wol en zeer geliefd voor kleding en ondergoed.

Merinoschapen (foto: wikipedia)
Wol is wol?
Scheerwol is een beschermd keurmerk dat momenteel in meer dan 100 landen erkend is. Kortom dit is een gegarandeerde standaard. Daarnaast bestaat er blootwol, dit is wol verkregen door chemische behandeling van huiden van dode schapen. Scheurwol is getrokken wol (gerecycled) uit lompen en gemengd met andere garen. Kunstwol is min of meer hetzelfde, echter nog lager percentage wol. Steenwol zit in de spouwmuren van je huis en heeft niets met schapen of wol te maken :-)

Verschillende soorten kledingvezels (foto woolgatherer)
 
Zo even klaar met de achtergrondfeitenstrooierij, anders wordt dit een te wollig verhaal. Even wat sterke punten van wollen kleding op een rijtje:

  • Wol is duurzaam.
  • Wol voert vocht af tot wel 30% van het eigen gewicht.
  • Wol voelt niet snel klammig.
  • Wol blijft relatief warm, ook al is het vochtig, in koude dagen.
  • Wol blijft relatief koel in warme dagen.
  • Wol kan tegen een vonkje (niet onbelangrijk).
  • Wol neemt niet snel vieze geurtjes op.
  • Wol is vuil bestendig.
Lijkt op een wonderproduct, maar wol heeft ook wat minder sterke punten:

  • Voorzichig wassen (Niet te heet, liefst met de handwas). 
  • Duur, zeker angora of kasjmir.
  • Kriebelt (in de vriezer leggen schijnt soms te helpen).
  • Allergische reacties bij sommige mensen.
  • Vlekken blijven er soms inzitten.
  • Zwaar van gewicht.
Gezien de pluspunten is wol als grondstof inderdaad een beetje onterecht in de vergetelheid geraakt voor outdooractiviteiten. Fleecetruien zijn prima, maar wie kent het niet, dat bij de eerste vonk van een vuurtje ontstaat een gat ter grootte van één euro. Peuter dan de polyester resten maar van je vel. In combinatie met vuur is het dus behoorlijk uitkijken. Daarnaast komt het nog wel eens voor dat polyester wat geurtjes absorbeert, dit is wel afhankelijk van de behandeling van de fleece trui. Als ondergoed is merinowol heerlijk regulerend zonder zweterig aan te voelen, ook zijn de merino Icebreaker truien een aanbeveling waard.

Misschien is wol niet zo flashy in de felle gifkleurtjes verkrijgbaar, maar zeker het overwegen waard om buiten in door te brengen. Sterker nog, bushcraft is hip, dus wol ook.


Bekende merken wollen shirts zijn : Swandri, Bison Bushcraft, Icebreaker en Smartwool.









Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!