maandag 14 oktober 2013

Een mes in bushcraft is een belangrijk stuk gereedschap. Vanzelfsprekend moet deze altijd scherp zijn. Botte messen zijn gevaarlijke messen. Bij het gebruik van scherp gereedschap is altijd een instructie omtrent de veiligheid zeer aan te bevelen. Een snee in de vingers is klein leed, maar een snee in de bovenbenen kan zeer gevaarlijk zijn.



Op het plaatje hierboven zie je de loop van de belangrijke aderen. Aan de binnenkant van het dijbeen (lies) de Arteria femoralis (mooi scrabble woord).
Op de armen Arteria radialis en Arteria brachialis (driedubbele woordwaarde).
Veel mensen die met een mes snijden, houden het werkstuk op de bovenbenen (de driehoeks-gevarenzone, lopende van het kruis naar beide knieën) en bewerken dit met het mes. Een ander veelgemaakte fout is het werkstuk op de onderarm leggen en vasthouden of tegen de buik aan en met een verkeerde houding snijden komt ook regelmatig voor.

Als het mes uitschiet is het leed niet te overzien, vooral niet als je alleen in het bos bezig bent. Hoe leg je dan snel een tourniquet om een slagaderlijke bloeding te stoppen? Daar zijn speciale klemmen voor (OHT modules - One Handed Tourniquet) maar vallen buiten de scope van dit artikel.

Met een correcte snijtechniek en veiligheidsinzichten kunt u het risico naar bijna nul terugbrengen. Hieronder geef ik u een aantal regels voor het veilig omgaan met een mes:

  • Mes mee is EHBO-kit (FAK) mee (op de man).
  • Een goed scherp mes is veiliger dan een bot mes. Er is immers minder kracht nodig, hierdoor is de kans op uit- of doorschieten veel minder groot.
  • Zorg voor een ruime veilige werkruimte. Je kunt deze bepalen door een gestrekte arm uit te steken, als een cirkel om je heen en niemand te raken. Indien iemand in de werkcirkel komt, stop je direct met werken en doe je het mes in de schede.
  • Snij alleen aan je werkstuk met volle aandacht.
  • Indien men vermoeid is geen mes gebruiken.
  • Indien de avond valt (dus al met schemer) is het zicht minder, geen mes gebruiken.
  • Snij nooit aan je werkstuk als deze op een lichaamsdeel rust. Bijvoorbeeld op de dijen. In de dijen lopen een belangrijke slagaderen en -spieren. Indien je deze niet kan afknijpen ben je binnen 4-5 minuten klaar.
  • Stel vast waar het mes naar toe kan gaan indien je uitschiet voordat je de snee inzet, controleer of er geen lichaamsdelen geraakt kunnen worden.
  • In zittende houding, plaats de ellebogen op de knieën met snijden en zet de onderbenen stevig rechtop (dus niet naar binnen !).
  • Laat je mes niet rondslingeren, niet (direct) gebruiken is altijd terug op in de schede aan de gordel of om de nek. Vermijdt lopen met een mes in je hand. Je kunt het verliezen, iemand kan er op gaan staan of per ongeluk tegenaan stoten.
  • Pak een schede niet rondom beet indien je het mes eruit trekt. Zelfs bij een kunststofschede kan een goed scherp mes door de schede heen snijden. Pak deze dus aan de platte kant van de schede beet, met de snijkant van de hand af.
  • Het aan- of doorgeven van een mes gebeurt of in de schede of met het scherp naar boven en naar de aangever toe liggend op de hand tussen duim en wijsvinger. Zodat de aangever zich niet snijdt (rug van het mes op de hand) en de ontvanger het handsvat pakt. Zorg eerst voor oogcontact!
  • Houdt een mes altijd stevig vast. Niet los in de hand, het mes kan vallen ! De duim gehaakt over de vingers.
  • Houdt het mes met het scherp in de lengte richting van de onderarm met een rechte pols. Dit is de beste manier om kracht te kunnen zetten en het meest comfortabel, het hele lichaam kan dan gebruikt worden om kracht te zetten. Snijden vanuit de pols alleen om het mes te ondersteunen of lichte snijwerkzaamheden.
  • Vermijdt hameren op de achterkant van een mes om de punt in het hout te krijgen.

De lijst is veelal voorzien van logische regels. We gaan verder met een aantal snijtechnieken die naast veilig zeer efficiënt werken.

Snijtechnieken:
  • Straight arm cut - Rechte greep, een snede met een gestrekte of licht gebogen arm van het lichaam af. Je houdt het mes als het ware stil en trekt het hout langs het mes.
  • Reverse grip and Chestlever grip - Tegengestelde greep, het mes is recht tegengesteld in de hand. Voor een borsthefwerking met de schouderrugspieren. (Chestlever) is het verstandig om je duim op de platte kant van het mes te houden. Je houdt het mes stil, onderkant van de hand die het mes goed vasthoudt tegen de borst en trekt het hout langs het mes.
  • Knee cut – de achterkant van het mes in de holte van de staande knie met de punt van het mes naar de binnenkant van de benen. Trek het hout langs het scherp. Voor een aantal mensen zal dit ongemakkelijk zijn, als de rug van het mes te hard in de holte wordt getrokken.
  • Stop cut and Push cut – Wiebel het scherp op de tak totdat deze 2-3mm in het hout snijdt, vervolgens van de zijkant insnijden. Het insnijden gebeurt door het mes niet te hard vast te houden en met de duim te duwen op de rug van het mes nabij de punt. Dit is met name voor het fijnere werk.
  • Sqeeze cut – Is met het mes naar de duim te snijden, echter zijwaarts naast de duim, de duim ondersteunt de tak en het mes geklemt in de vingers. Er is een korte en fijne snij actie, einde van een tak wordt dit veel gebruikt.
  • Drill cut – Grootste fout is het hout in de hand te houden/op het been te leggen. Leg de tak/stam op de grond of tegen een hard oppervlakte zoals een boom. Pak het mes in de lengte goed beet en ondersteun het blad op de zij met de duim, tegen de rug aan (of ver weg van het scherp). Draai gecontroleerd en rustig. Niet te dicht bij het been, arm of vingers.


Extra tips:
  • Een dikkere tak kun je makkelijker snijden door deze te buigen en onderspanning te brengen. De vezels worden gespannen en zijn dan makkelijker door te snijden. Dit gaat meestal met een wiebelsnij-actie met een gestrekte arm. Hierdoor kun je je lichaamsgewicht achter het mes zetten.
  • Dikke takken kun je netjes breken door middel van rondom stop- and push cuts voor een aantal mm diep. Je creëert een zwakke plek welke sneller breekt als de rest van de tak.
  • Snij voor het batonnen van hout eerst een wig, als je (enige) mes vast komt te zitten kun je deze éénvoudig vrijmaken door de wig in de split te slaan.
  • Berg een mes schoon en scherp op. Als je goed voor je gereedschap zorgt, zorgt het gereedschap ook voor jou.

De Try-stick (korte versie).

De try-stick is een uitvinding van Mors Kochanski, één van de moderne vaderen van het bushcraft uit Canada. Waarom modern? Omdat bushcraft al duizenden jaren oud is.
Het doel was om snijtechnieken te oefenen en je mes te leren kennen. Ieder mes met een andere vorm heeft andere plus- en minpunten. Door middel van deze snij-oefening creeër je mucle-memory, inzicht in het snijden en vooral hoe jezelf niet te snijden.
Als houtsoort kan ik hazelaar of wilg aanbevelen. Dit is een houtsoort die zich aardig laat snijden. Eiken is simpelweg te hard, zeker voor de beginnende oefenaar. De houtchips kun je bewaren voor een kampvuur. Een andere oefening is het maken van een featherstick. Deze delicate oefening leert je met het mes te 'voelen' hoe het scherp door het hout gaat.
Maar nu verder met de try-stick, de cuts en notches zijn als volgt:


1 - Trimmed End (Tegen splijten)
2 -  V-Notch
3 - Diameter reduction (Rond)
4 - Mitred Lapped Notch (aka Wedge Notch)
5 - Latch Notch (Deadfall trap)
6 - Straight (Square) Notch (Packframe constructie/Deadfall)
7 - Cross Notch (Contruction)
8 - Pothook Notch (Rond)
9 - Squared Cut Notch.
10 - Stretched Round Notch (Packframe constructie)



Indien u dit artikel wilt gebruiken voor een workshop, dan vraag ik u deze in zijn geheel inclusief naamsvermelding aan te bieden.


Rody Klop - Trailtraveller Bushcraft. Copyright 2013.




zaterdag 31 augustus 2013

Bushcraft is een verschrikkelijk leuke bezigheid. Het is echter een bezigheid waarbij veel verschillende activiteiten en kennis samenkomt. Kortom je raakt nooit uitgeleerd. De één vindt eetbare planten een leuk item, de ander leerbewerken. Misschien iets meer met houtsnijwerk ? Geen probleem al dit soort dingen kunnen onder de paraplu die bushcraft heet. Oude ambachten komen terug in hun glorie.

Nu kun je stellen dat er teveel onder deze paraplu wordt geschoven, dat is misschien waar. Aan de andere kant hebben vele oude ambachten en bezigheden wel een link naar het verleden toen bushcraft (zelfs nu nog) de dagelijkse gang van (over)leven was. Toen bushcraften heel gewoon was....

Zoals de bovenstaande tekst al een beetje aangaf was je dus de gehele dag bezig om je kostje en het voortbestaan te garanderen. Het principe jager-verzamelaar wordt terecht gekoppeld als peiler voor de bushcraft. In de moderne tijd hebben we gelukkig tijdbesparende middelen; tarp, kleding, goed mes, vuurmakers en niet te vergeten kant en klaar voedsel.

Stel je voor dat je deze moderne middelen niet tot je beschikking zou hebben ? Struinen is dan de voornaamste bezigheid, op zoek naar materialen of voedsel voor je tocht of verblijf. Dan is de natuur niet zo'n rustgevende plek zoals lekker onder je tarp genieten van een bakkie koffie en lekker koken op een houtvuurtje. Het romantische ideaalbeeld verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Verzamelen on-the-go is de meest efficiënte methode van plukken of -verzamelen onderweg. Je hoeft dan niet meer zo lang apart te gaan zoeken en dit scheelt behoorlijk wat tijd. Hout voor een vuurtje is meestal wel aanwezig. Maar denk eens aan materiaal voor tondel (zoals brokken hars of vellen berkenbast), eten zoals bessen, zevenblad, verse toppen van een brandnetel. Stenen te gebruiken als slijpsteen of als munitie. Mooi stuk hout voor een katapult. Stukken bast om te verwerken tot touw. Burl voor het snijden van een kuksa.

Snapsack foto: KarlRobinson
Het verbaasd mij niet dat de oude bushcrafters en  militairen een verzameltas (haversack of pukkel oorspronkelijk voor o.a. het vervoeren van graan of broodkoeken) hebben, waarbij alle vondsten van onderweg makkelijk in kan worden bewaard. Mocht je nog een oude canvas tas met lange schouderband hebben liggen dan voldoet deze vaak prima.
 
Tegenwoordig kunnen we ook een side-pouch gebruiken zoals de Maxpedition-Roly Poly. Of het zelf maken van een pouch van oud bankstelleer.

Het nadeel van verzamelen on-the-go is dat het landschap dicteert wat, naast de hoeveelheid, jij kan verzamelen of -eten. Dit is ook de reden waarom in vroeger tijden houdbaar voedsel werd meegenomen.

Dan kom je automatisch in een ander stukje van de bushcraft, het houdbaar maken van voedel...


Dus naar buiten... verzamelen van nuttige dingen of leuke vondsten onderweg.


maandag 19 augustus 2013

Dit is een ode aan spam oftwel luncheonmeat. Luncheonmeat is een ideaal stukje geperst vlees in een blik. Veelzijdig en simpel. Toch wordt vaak gekozen voor een (vaak ook lekker) droogzakje. Maar niets, althans in mijn ogen, verslaat het zelf kokkerellen in de bush. Het koken van water en een droogzak vullen, 20 minuten wachten is voor mij meestal iets te simpel.

Het combineren met eetbare planten is al een stuk beter en een prima begin om eetbare planten te herkennen. Neem een goede veldgids mee en je komt een heel eind.

Terug naar de spam (luncheonmeat), in 1937 begon Hormel Food Corperation in de V.S. met dit stuk vlees in blik. Door gemalen schouderham te combineren met water, zout, aardappelmeel en sodium nitraat om te conserveren. De blikken zijn redelijk licht en voorzien van ongeveer 300 gram vlees. Neem de blikken met een treksluiting, dat scheelt onhandig wiebelen met een blikopener. In Nederland werd luncheonmeat na de 2e wereldoorlog gemaakt door Zwanenberg (Zwan). Het blikje werd door de Amerikaanse soldaten geïntroduceerd in Europa en werd een blijvertje. Europa had behoefte aan veelzijdig vlees wat simpel bewaard kon worden.





Met de kaasschaaf plakjes snijden en op brood. Of blokjes door de macaroni, schijven bakken als hamburger of als chinees...chinees ?? Ehh... juist. Outdoor Chinees. Dus ook in het bos tijd voor de chinese keuken.

Benodigdheden:  billy-can en eventueel een pannetje om te bakken, een lepel en een scherp mes. Hete kooltjes van het houtvuur om op te koken.

Het recept:


  • 1 blik spam (luncheonmeat)
  • 3 eetlepels olie
  • snuf peper
  • zout naar smaak (ik voeg geen zout toe persoonlijk)
  • 1 lombokje
  • 1 teen knoflook
  • 1 groene paprika
  • 1 ui
  • 1 pakje zoet-zure saus
  • water (zie pakje zoet-zuur)
  • 2 kopjes snelkookrijst
Zet alvast de rijst op, kijk op het pak voor de kookvoorschriften. Snij de spam in blokjes, uien iets wat grof, de paprika in blokjes. De lombok ontdoen van de zaadjes en snijdt deze in fijne ringetjes. (Tip: niet in je ogen wrijven). Kneus de knoflook, ontdoe deze van het schilletje en snij het teentje fijn.  Giet de rijst af en zet deze opzij. Pannetje of billy-can op het vuur met de olie, bak nu de blokjes spam lichtbruin aan. Uien en paprika, peper en lombokringetjes erbij en regelmatig roeren. Haal de pan of billy-can van de kooltjes. Gooi de inhoud van de zoet-zure saus erbij. Blijf even roeren en na 20 seconden de aangegeven hoeveelheid water. Blijf roeren tot de saus gebonden is. Warm de saus eventueel op.

Gooi wat rijst op je bord of in de messtin. Paar lepels spam met zoet-zure saus op de rijst en smullen maar. Na het sprokkelen en hakken is dit de lekkere oosterse maaltijd die je doet likkebaarden.

Natuurlijk kun je de maaltijd aanvullen met wat zevenblad, zelfs het toevoegen van zoete bramen is een optie.


Dus naar buiten... outdoor chinees maken.

woensdag 29 mei 2013

Paddestoelen zoeken is soms als een quest, zeg maar gerust een expeditie. Ik heb een hele lijst met paddestoelen die ik graag een keer wil fotograferen. Helaas komen paddestoelen niet op commando naar boven. Er zijn wel wat regels, zoals een opgewarmde grond, het juiste grondtype, de goede bomen en voldoende regen. Maar verder is het gokken en op gevoel.

Deze keer een dagje vrij..dus op jacht naar de voorjaarspronkridder. De voorjaarspronkridder (3x woordwaarde) is een eetbare paddestoel, met een redelijk eenvoudig te determineren voorkomen. Plopt uit de grond zo rond april-mei en is lid van de orde van anekdotes. Eerst wat sleutels van deze hoffelijke paddestoel:


  • Te vinden in weilanden, bermen, bosranden en onder heggen.
  • De hoed heeft een doorsnede van 5-10 cm en is half bolrond tot vlak met een golvende rand.
  • De hoedkleur varieert van wit tot licht geelbruinachtig in het centrum van de hoed.
  • De steel is 4 tot 7cm hoog en 1-2 cm dik. 
  • De kleur van de steel is wit.
  • De lamellen zitten zeer dicht opeen en zijn wit en bevatten witte sporen. 
  • De smaak is meelachtig. 

Foto van Wikipedia.
We weten waar we naar moeten zoeken, dus jas aan, rugtas mee en de deur achter ons in het slot.

Een wandelingetje is altijd lekker. De vorige dagen volop zon en hierna voldoende vochtige nachten.De geur van nat humus trekt door het wandelgebied, een goed voorteken !



De laantjes door, goed kijken naar links en naar rechts...

Oeps ik word ingehaald door een grasmaaivoetuig op het wandelpad. Dat belooft niet veel goeds. Dadelijk zie ik alleen nog voorgesneden plakjes. Na eental minuten loop ik langs het hertenkamp het park in. Zo te zien hebben ze hier nog niet gemaaid. Lopende langs het water zie ik een meerkoet door het gras lopen. Deze meerkoet heeft kaplaarzen aan, althans dit schiet bij mij te binnen bij het zien van de ietswat grijzige verdikkingen aan de poten. Verderop in het water zijn een paartje futen de jongen aan het voeren.

Een jonge fuut zwemt naast de ouders en de hele jonge kroost zit veilig op de rug. Samen verzorgen ze de jongen en verdelen netjes de taken. Futen hebben een uitgebreid baltsgedrag. Wat zeer vermakelijk is om naar te kijken.

Goed.. tijd om verder te gaan. Het pad loop ik verder af, kruis het fietspad en daar zie ik wat wits in de stuiken. Dat zou mooi zijn. Eenmaal dichterbij zie ik inderdaad een hoopje wat hoopgevend is. Met grote passen stap ik op het witte hoopje af.

Zakdoekzwam
Naaahhh.. een zakdoek, weer zo'n bekende zakdoekzwam. In een straal van 30 meter ligt het vol met zakdoekjes. Maar goed, het pad is nog lang, dus vol goede moed naar het volgende gedeelte van het park.


Op bepaalde plekken in dit park staat het met september en oktober vol met paddestoelen. Helaas zag ik niets wat uberhaupt in de buurt kwam van een paddestoel.

Bij de splitsing wist ik nog een plek waar daslook voorkomt, eens kijken of hier nog wat van bloeit. Daslook moet je spaarzaam gebruiken in een gerecht, want het is al snel overheersend. Er zijn een aantal gerechten waar daslook een heerlijke toevoeging is. Misschien iets voor een volgende keer.

Daslook bloemen
Prachtige lelie-achtige bladeren, het is niet voor niets dat ze soms verwisseld worden met het lelietje-van-dalen, welke giftig is. De bloemen zijn echter totaal verschillend, ook de aanhechting van het blad is anders.
Ze staan nog steeds op de lijst van beschermde planten, gelukkig niet meer op de rode lijst. De plant is mijnsinziens bezig met een goede comeback.

Nu langs wat bosranden, echter ook hier geen voorjaarspronkridder. Verderop steekt er iets boven het korte gras uit. Schrale troost, het is wel een paddestoel. Maar niet wat ik zocht....

De quest naar de voorjaarspronkridder duurt voort, warmer edoch regenachtig weer voorspeelt. Beter kun je je niet wensen toch ?

Dus naar buiten... voorjaarpronkridders zoeken.

vrijdag 10 mei 2013

De schijf van 5, wie kent dit niet ? Zo niet, dan even een korte beschijving. De schijf van 5 was een onderdeel over gezond eten. Eten werd verdeeld in 5 onderdelen die je dagelijks zou moeten eten voor een gezonde levensstijl.

Voor bushcraft kun je dit ook zo indelen, echter zijn dit 5 tips die het bushcraften een stuk makkelijker maken. Die 5 tips kunnen echter van alles zijn, voor het maken van vuur tot de uitrusting, eetbare planten, paddestoelen, weetjes of feitjes.

De bushcraft schijf van 5 beschijf ik op een forum van Tornak Bushcraft. Hierop schrijf ik (en iedereen die wat toe te voegen heeft) iedere week een nieuwe schijf van 5.

Te vinden op URL:  tornakbushcraft.forum2go.nl

Hier kunt u praktische vragen stellen over diverse bushcraftgerelateerde onderwerpen. Het is een openbaar forum, u hoeft dus geen cursus te volgen of gevolgd te hebben. Wellicht interessant.


16e Bushcraftweekend te Hoenderloo.


Afgelopen 26-28 april 2013 was het 16e Bushcraftweekend te Hoenderloo. Wat was het weer een fantastische editie. Met 40 workshops, speciale gast Willow (ex Woodlore - Ray Mears) 5 winkeliers met speciale aanbiedingen en niet te vergeten bijna 200 deelnemers. Onder een gemoedelijke sfeer vonden gelijkgestemden elkaar weer om kennis te delen. Ik kan niet genoeg benadrukken wat een unieke bijeenkomst dit is. Van eetbare planten tot vuurmaken, uitrustingsadviezen tot broodbakken.



Workshop looien van een zalmhuid

Voorbereiden van een wildstoofpot

 Workshop lepel snijden

 Ook de kinderen komen ruim aan bod

De vuurboog, altijd even spannend

Knopen, een handig onderdeel

Een 5-tal winkeliers met speciale aanbiedingen

In het najaar is er weer een bushcraftweekend, deze wordt 2 maal per jaar gehouden. Soms is er een wintereditie, hiervoor moet u wel uw uitrusting aanpassen vanwege de temperatuur. Kijk op www.stichtingbushcraft.nl voor de volgende editie


Dus naar buiten... bushcraften!







zaterdag 13 april 2013


Veel bushcrafters hebben last van het crea-bea virus, dat betekent vaak zelf knutselen. Waar een groep bushcrafters zelf messen maakt (smeden), zijn er ook veel bushcrafters die aan de slag gaan met met stoffen en/of leer. Zelf je uitrusting maken geeft een gevoel van voldoening. Leerbewerken is verslavend, maar geeft ook rust. 2x meten en 1x snijden is een gouden regel (goed onthouden). Het is zeker geen goedkope hobby (welke wel?) en niet erg vergevingsgezind bij fouten.

U kunt al beginnen met een minimale uitrusting; wat zadelmakersnaalden, een els (soort priem), goed stanleymes, tang, een groefsnijder, sterk draad, snijmat en een metalen lineaal.

Hier op de foto ziet u wat gereedschap. Linksboven een groefsnijder, een tang met platte bek, een els en een vork. Achter het tasje ligt een polijstwiel voor de randen.
Rechts ziet u een project in wording. Het tasje is uitgesneden en de rand is voorzien van een versiering (lacing). Met de els worden gaten gestoken voor de riemlussen. Gebruik altijd een snijmat of -blok voor dit soort werkzaamheden. Bij deze tas is het leer pigskin (dit leer heeft kenmerkend gegroepeerde gaatjes aan de binnenkant).
Op deze foto links zijn we weer een stap verder, de onderdelen worden in elkaar gezet en er onstaat al zichtbaar een tas. De lacing dient als versiersel en gelijk als draad om de onderdelen bij elkaar te houden. Met gewaxte garen naai ik de riemlussen op de juiste plek.
Het binnenwerk is klaar. Let goed op de juiste volgorde van het in elkaar zetten. De voorkant van de tas wordt ingeregen met de lacing. In het midden is de bevestiging voor het slotje klaar, deze zit aan de binnenkant waar je later zeer moeilijk bij komt. Tijdens het rijgen komt er steeds meer kracht op de tas te staan. Door de tas te masseren komt deze steeds beter in vorm. Ronde hoeken aan de onderkant geven trekkingen in het leer. Het tussenstuk is dan ook niet recht, maar aflopend naar binnen. Hierdoor verminder je deze krachten in het tussenstuk.
Dit is het eindresultaat ! Na een boswandeling nog even het houtje gesneden voor het slotje. Het houtje is gebrand en heeft een nachtje in de olijfolie gelegen.







In winkels zoals Boomsma, Strieder of Brisa (Finland) kunt u terecht voor een arsenaal aan gereedschap en natuurlijk het leer zelf.
Tandy Leather Shop is ook een winkel met een volledig assortiment, echter niet goedkoop. Mocht u het gewoon een keer willen proberen dan kunt u tweedehands leer verzamelen (denk aan oude tassen of een bankstel), of duiken in de graaibak bij de lokale lederwarenhandel. Ook op de vrijmarkt kunt u op zoek naar oude tassen of zelfs gereedschap.
 
Happy leathering !




zondag 17 maart 2013

De lente begint en er komen plotseling van die mooie roze bloemen op steel op lang de waterkant. Ik zie nog geen bladeren, die komen kennelijk later pas. Die bladeren kunnen aardig groot worden en zijn in de vorm van een paardehoef.
Zie zo, groot hoefblad is de naam. Waterkanten staan er vol mee in Nederland, in België ook. Zoals veel planten in de natuur is ook groot hoefblad een bijzondere plant. Groot hoefblad is tweehuizig en alleen de vrouwlijke bevatten nectar.

De plant geeft een mooi aanzien op de waterkant. Schitterende bloemen op een aar en die volle grote bladeren. Toch is de bijnaam 'allemansverdriet', de wortelstokken zijn wat minder fraai en zeer moeilijk te verwijderen. Veel waterbeheerders zien de plant dan ook als een plaag.



Maar groot hoefblad is meer dan een plaag. Een waardplant voor de groot-hoefbladboorder (zeldzaam) die de plant van boven tot onder gebruikt. Als rups maakt de vlinder gebruik van deze plant. Eerst in de stengel, naarna in de wortelstokken. Vanaf juli tot september tranformeert de rups tot vlinder en rust veelal op de grote bladeren. In de volle zon geeft de plant ook schaduw geeft aan andere insecten en vissen. Mensen gebruikten de bladeren veelal als parasool of paraplu.

Naast de functie als veredeld afdakje zijn er ook interesses vanuit een andere hoek. Onderzoekers hebben regelmatig onderzoek verricht naar deze plant. Hij heeft ook een aantal medicinale werkingen. Alhoewel alle delen oneetbaar zijn (gifstoffen: pyrrolizidine alkaloïden), blijken extracten van de plant zeer goed tegen hooikoorts en migraine te werken.

De extract zou petasine bevatten en is verantwoordelijk voor dat het slijmvlies in de neus slinkt, doordat het de aanmaak van leukotrienen en het vrijmaken van histamine blokkeert. Histamine en leukotrienen spelen een belangrijke rol in de hooikoorts allergie.

Ook is het extract van groot hoefblad een probaat middel tegen migraine. Op langere termijn blijkt bij testen de migraine aanvallen tot 60% te zijn afgenomen.

Wat meer valt terug te lezen op deze site: IOCOB

Dankzij deze plant zou zomaar alle smoesjes kunnen verdwijnen om geen frisse lentewandeling te maken in de natuur...


Dus naar buiten...groot hoefblad zoeken.











Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!