Posts tonen met het label zon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zon. Alle posts tonen

zaterdag 26 maart 2016

Glas is iets fantastisch. Het geeft de buitenmens zoveel meer. Zeker als het in een bepaalde vorm is geslepen. Een parabool met een lichtbreking die ons mens iets extra's geeft om naar te kijken.

Ooit wel eens naar een plant gekeken, een dierspoor of een insect? Zeker als vergrootglas geeft het ons een scherpere en betere blik op zaken om ons heen. Maar het kan meer. Een vergrootglas kan licht bundelen tot een straal die verhit, alles in combinatie met een fruitig zonnetje. Als kind ervoer ik dit als een bijzonder fenomeen.

Nu zijn er tegenwoordig vergrootglazen en vergrootglazen. Dan bedoel ik de kwaliteit van de lens. Veel vergrootglazen van (hoogwaardig) glas worden tegenwoordig vervangen door kunstof lenzen. Maar een lens is niet zomaar een goede loep. De beste lenzen zijn nog steeds van glas, de goedkope kunstof tegenhangers krassen snel en worden dof. De betere kunstof lenzen zijn iets krasvaster, echter halen het nog steeds niet bij 'oldfashion glas'. Wel is het zo dat de prijs van de glazen loep wordt bepaald door de zuiverheid van het glas en de kwaliteit van het slijpen.
De bekende loep
Nu is deze loep handig voor thuis. Voor de buitenmens is een kleinere versie wellicht een betere optie. Want een loep is multifunctioneel; voor in de ehbo-kit, om voorwerpen beter te bekijken en ook nog eens om een vuurtje te starten. Bewaar een loep altijd in een lederen- of fluwelen zakje.

Tegenwoordig zijn er ook fresnel lenzen te koop. Dat zijn kunstof lenzen in een bepaald ringachtig patroon met een vergrotende werking, welke zeer plat zijn. Fresnel lenzen zijn in diverse formaten, goedkoop en makkelijk weg te stoppen door hun platte vorm. Voor lichtgewicht buitenspeelkits een ideale oplossing.

Fresnel lens
De fresnel lens heeft echter wel een beperking. Het aantal keren dat de lens kan vergroten is een stuk minder dan een bol geslepen lens en formaat gebonden.

De zon en de lens.
Geen zon is geen vuur door middel van een vergrotende lens. In Nederland is het helaas zo dat een ideaal zonnetje niet zo heel vaak schijnt. Een zwakkere zon betekent helaas ook een minder hete bundeling van het licht. Dit is enigzins op te vangen door de een hogere vergroting.

Veel fresnel lenzen die worden aangeboden hebben een vergroting van 2 tot 4 keer (op creditcard formaat). Dit is meer dan regelmatig net te weinig. In mijn ervaring werkt een vergroting van een loep van tenminste 5 keer een stuk beter, zeker in het Hollandse weertype. Echter deze zijn als fresnel lenzen weer een stuk moeilijker te vinden. Ze zijn er wel (lang leve internet :-) ).

Het resultaat is dan ook dat u enkele tientallen minuten bezig kunt zijn (dus veel geduld en een vaste hand hebben) met het maken van een kooltje waaruit u een vuur kan laten ontstaan.

Tondel maakt het kooltje.
Er zijn nog andere manieren waarbij u het proces kan verbeteren. Zwarte en licht onvlambare tondel werkt zeker mee aan het slagen van de poging. Bij de kleur zwart kunt u denken aan verkoold katoen (charcloth) of -hout (houtmolm c.q. punkwood). Een tonder-, kogelhoutskool- of vuurzwam (op de rode lijst) zijn bijzonder geschikte, mits goed gedroogd, paddenstoelen om een gloeiend kooltje mee te maken. Papier zal ontbranden net boven de 200 graden celcius, hout op ongeveer 250 graden, katoen op 300 graden, stro en hooi op 240 graden. Bij bewerking zoals verkolen zal dit aanzienlijk lager liggen.

Een lens, goede tondel, wat nu?
We hebben de juiste lens voor onze kit, de juiste tondel en een goede zon. Iedere lens heeft afhankelijk van de slijphoek of ingeval van een fresnel de plaatsing van de ringen een ander brandpunt. Het brandpunt is het punt waarop de bundeling van het licht het meest ideaal is, dus ook het heetst. Dit is te herkennen door de weerkaatsing op de tondel. De lichtbundel is hier klein en meest fel.


Brandpunt op de tondel

Een paar (logische) tips:

  • Ga niet tussen de tondel en de zon in zitten (schaduw vorming).
  • Zoek een plek zonder schaduw, niet tussen bomen (schaduw vorming).
  • Leg de tondel alvast op een droge plek vol in de zonneschijn (opwarmen).
  • Ga in een positie zitten die langdurig kan worden aangehouden.
  • Rond 13:00 uur is de zon het heetst, soms een beter resultaat.
  • Indien geen vaste hand, improviseer met takken een statief.
  • Verzamel meerdere soorten tondel om te proberen.
  • Wees vooral geduldig bij weinig zon.
  • Werk van afstand naar de tondel toe om het ideale brandpunt te bepalen.
  • Bij het zien van rook, niet gelijk stoppen, rustig verder opbouwen en het kooltje vergroten door zachtjes te blazen en/of wapperen met de hand. 

Dus hup, vuur maken met een vergrootglas !





zaterdag 2 januari 2016

De GPS en een kompas zijn wegwijzende begeleiders in de outdoor. In mijn andere blog over navigatie (klik hier) had ik het al over een aantal belangrijke wetenswaardigheden die belangrijk zijn bij het gebruik hiervan. Nu brachten de Mongolen niet alleen zuurkool mee naar het westen, maar ook de kennis van het aardmagnetisme. In de natuur bepalen bijvoorbeeld duiven aan de hand hiervan meestal hun koers op langere vluchten. Toch zijn er ook andere vormen van navigatie die aardig nauwkeurig zijn, waarbij soms kennis van het landschap en het weer nodig is. De hierbij gegeven informatie is op basis van het noordelijk halfrond.



Bomen
De bomen kunnen een belangrijke aanwijzing geven waar de noord-zuid lijn ligt. Dit geldt vooral bij bomen die enigszins recht en solitair staan. Bomen vormen reactiehout om zich te versterken tegen de wind of ter ondersteuning als ze schuin staan. Aan de kant waar de wind vandaan komt zult u dikkere jaarringen aantreffen, de kern groeit dan verschoven naar de kant met de minste druk. Tenminste bij loofbomen (trekhout), bij naaldbomen precies andersom (duwhout). Bij omgezaagde bomen kunt u mooi deze groeivorm zien. In Nederland komt de wind voornamelijk uit het zuidwesten en in mindere mate noordwesten. Takken en bladeren vormen zich vooral in de richting van de zon, soms kunt u aan de groeiwijze, door een dichtere takvorming of groeirichting, zien waar de oost-west lijn zich bevindt, dit is het sterkst te zien bij naaldbomen. Mos is typisch een vochtminnend organisme en zal dus niet aan de kant van de zon groeien. In Nederland is noord-noordwesten een kant waar mos een voorkeur voor heeft (veel groener). In bergachtige en/of dichtbegroeide gebieden is meestal op meerdere kanten schaduw, hier zal mos dus niet een alleen groeien op de noord-noordwest zijde.


De overheersende windrichtingen. Foto: Wikipedia.
Rond de keerkringen naar de polen zijn de windrichtingen voornamelijk westelijk. Vanaf de keerkringen naar de evenaar voornamelijk oostelijk.

TIP: De omgeving kan indicatoren veranderen. Vergelijk dus altijd een aantal bomen met indicatoren, het liefst die een stukje uit elkaar staan. Neem bij het oefenen een kompas mee zodat u kunt zien of de indicatoren kloppen, mocht dit niet het geval zijn probeer dan te achterhalen waarom dit niet klopt.

Indicatoren bij bomen.


Planten
De planten groeien vaak richting de zon, maar hier speelt wind een grotere factor. Hierdoor draait het blad richting de zon maar de stengel vaak met de wind mee. Aangezien planten veelal in de kruidlaag en struiklaag bevinden zult u merken dat het veel moeilijker is om hier de richting aan te ontlenen. U zult dan meer moeten kijken naar de soorten planten die zonne aanbidders zijn, deze groeien veelal op/naar het zuiden op het noordelijk halfrond. In Zuid-Afrika is er een noordpoolplant die richting het noorden (evenaar) overhelt om zoveel mogelijk zon op te vangen, in Noord-Amerika is er een kompasplant, hier groeien de bladeren op de de noord-zuid lijn.

Dieren en Insecten
Zoals al genoemd maken duiven gebruik van aardsmagnetisme tijdens hun vlucht over langere afstanden. Maar ook het bepalen van (vogel)nesten hebben dieren voorkeuren. Hier speelt voornamelijk wind, regen en zon de kenmerkende factor. Vogelnesten zul je meestal niet op de zuidwestelijke kant zien, slechts alleen als deze is afgedekt door bijvoorbeeld een andere boom.
De nesten worden meestal op noordoostelijk gebouwd (ruim twee keer zoveel). Bij veel insecten zoals bosmieren (termieten in Australië bouwen de nesten bovengronds in de noord-zuid richting) is het niet anders. Zij hebben liever de ochtendzon en de uitgang op het noordoosten om teveel vochtigheid te voorkomen.

Sterren, zon en maan.

Over de sterren is al veel geschreven. Veel nauwkeuriger dan de bomen, planten, dieren en insecten, maar een bewolkte hemel gooit wel eens de 'hemelpoort' dicht. Dan zult u moeten terugvallen op andere middelen. Één van de veel gebruikte sterren is de ster Polaris (poolster). Deze ligt boven de noordpool, maar niet exact boven het magnetische noorden, wel boven het werkelijke noorden. Het magnetische noorden verschuift ieder jaar een beetje, echter rond het werkelijke noorden. De poolster verschuift niet en ligt aan het einde van de Ursa Minor (kleine beer). Vaak wordt ook de Ursa Major genoemt omdat deze makkelijk te herkennen is als het steelpannetje. Het unieke aan de poolster is dat deze niet wegdraait zoals veel andere sterren. Hieronder een overzichtskaartje.

De poolster ligt recht boven het werkelijke noorden.

Omdat we weten dat de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen, kunnen we op diverse manieren een relatieve oost-west lijn bepalen. Ook hier is de zwakte een bedekte hemel. Een stok in de grond en met kleine stokjes op het einde van de schaduw een kleine markering aanbrengen. Na een uurtje kunt u wederom een markering aanbrengen. De rechte lijn tussen de markeringen geven een oost-west lijn aan. Haaks hierop vindt u de noord-zuidlijn, waar de kant van de zon het zuiden is. (er is een verschil tussen de jaargetijden op de stand van de zon, deze verschilt 45 graden in de mid-zomer ten opzichte van de mid-winter, vandaar de relatieve oost-west lijn).

Met een zon, stokje en wat tijd een oost-west lijn bepalen
Indien u een horloge omheeft, dan kunt u aan de tijd en stand van de zon de juiste richting bepalen, op het zuidelijk halfrond is alles precies omgedraaid. Het uitleggen van een kompasroos en u kunt aardig de richting van het noorden bepalen.

Op de hoogste stand gelijk aan het zuiden.
Ook de maan kan ons voorzien van de juiste richting. Een volle maan zal om 0:00 precies richting het zuiden wijzen. Een nieuwe maan zal om 0:00 precies naar het noorden wijzen. Een halve maan voor volle maan zal westelijk oplichten om 0:00. Een halve maan na volle maan zal oostelijk oplichten om 0:00. De opkomst van de maan is een andere indicator.

Ook de maan kan u de goede kant uitsturen.

Zoals u ziet zijn er een aantal methoden die nauwkeurig tot vrij nauwkeurig richting kunnen geven. Het moeilijkste is het herkennen aan de hand van planten en bomen, daar zijn veel variabelen te vinden. Dat zal alleen maar lukken indien u dit voldoende beoefend.

Nu raakt u nooit meer de weg kwijt, zelfs niet zonder kompas. Een kaart is onontbeerlijk, de regel is naar het noorden lopen. Maar dit is natuurlijk niet altijd de beste kant uit, u kunt zelfs hierdoor dieper in een moeras raken. Een rivier volgen richting zee kan goed uitpakken, maar is ook geen garantie.

Hup naar buiten, de juiste richting zoeken !













Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!