Posts tonen met het label tracking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tracking. Alle posts tonen

zondag 1 december 2013

In dit deel wil ik een stukje basis uitleggen over het uitlezen van prenten. Wat zie je precies ? Of wat kun je aan de hand van de prenten vertellen.

In mijn vorige blog heb ik reeds verteld wat je als trackingskit kunt gebruiken.
Mocht je deze nog niet gelezen hebben, lees dat stukje eerst dan wordt het duidelijk wat onder sporen valt en wat je kunt gebruiken in een kit.

Even een korte herhaling wat je kunt zien aan de hand van een prent:
  • Diersoort
  • Gedrag
  • Toestand
  • Snelheid
  • Richting
  • Geslacht (alleen bij afwijkende prenten)
  • Leeftijd
  • Wanneer was het hier?
Diersoort.
Aan de vorm van de poot/voet kun je snel vertellen met wat voor dier je te maken hebt. Dieren met een hoefvorm zijn planteneters, dieren met een hoef zijn doorgaans (vaak snelle) dieren die leven in een plantrijke omgeving.

Ter verduidelijking:
Veel dieren zijn gedomesticeerd en hebben dus een deel van de eigenschappen verloren, zoals een schaap, geit, hond en kat. Maar hebben nog wel dezelfde oorsprong van de wilde varianten.

Dieren met korte tenen en kussentjes (zoals bijvoorbeeld een hond) zijn dieren die naast snelheid ook kunnen zo stil mogelijk lopen. Dan is bijvoorbeeld sluipen/verrassen een belangrijke factor voor het dier.

Indien de poot/voet voorzien is van langere tenen naast kussentjes is snelheid van minder groot belang. Grip is dan een belangrijkere factor voor het dier.

Zwemvliezen tussen de tenen geeft aan dat het dier een belangrijke binding heeft met het voortbewegen in water.

Bij vogels is ook een onderscheiding te maken tussen vogels die op de grond fourageren en gebruikelijk hun eten uit de bomen en/of struiken halen. Vogels die veel op de grond verblijven (aangepast zijn) zullen 'loopgedrag' vertonen, terwijl vogels die geen loopgedrag hebben, zullen springgedrag hebben waarbij de poten naast elkaar blijven om vooruit te komen. Het patroon van een lopende vogel is waarbij de prent om en om worden neergezet.

Looppatroon verschil.

Gedrag.
Aan prenten kun je zien wat het gedrag is. Waar leeft het dier, heeft hij een hol of bijvoorbeeld een leger. Welke wissels worden er gebruikt. Volg de prenten (en andere sporen) en een aanzienlijke kans dat je deze tegenkomt. Waar jaagt of graast het dier. Is het een solitair dier of leeft het in een kudde. Kortom je kunt een groot deel van het gedrag bepalen in normale toestand.

Toestand.
Met toestand bedoelen we de toestand van het dier op dat moment in de zin van het gedrag. Is het rustig aan het grazen. Zien we extra afdrukken van andere lichaamsdelen op een rust of plek van besluiping. Zien we prenten met een versnelling in combinatie met een snelle uitwijk of plotselinge stop, zoals bij achtervolging (dus meerdere soorten prenten bijvoorbeeld een hert en wolven, of een vogel en een vos). Springen en spelen geeft meestal een onsamenhangend patronenspel, welke pas duidelijk wordt als je de soort goed kent.

Het stappenpatroon voor een aanval.



Snelheid.
Bij veranderende snelheid verandert ook de contactpunten en het patroon waarin de prenten worden geplaatst, naast de afstand. Je kunt aan de hand van het patroon opmaken (afhankelijk van de diersoort) hoe snel het dier zich verplaatst (x/mtr per stap). Bij stilstand heeft een prent de tijd om zich te ontwikkelen en zullen dus duidelijker zijn dan de prent van snelle beweging. Aan de hand van de afbeelding wordt dit meer duidelijk.



Richting.
Als je kijkt naar de stand van de voet, zul je de afwikkeling van de poot/voet kunnen bepalen (en dus ook typische afwijkingen zoals bij mensen met een slecht been). Ook veel dieren hebben een dominante kant oftewel voorkeurs kant zoals mensen links- of rechtshandig zijn. De dominante kant is meestal iets gespierder en heeft een diepere of bredere prent in verband met afzetting. Bij plotselinge uitwijking is dit heel duidelijk te zien. Indien het dier naar links uitwijkt zul je merken dat de prent links dieper is, dan rechts en er rechts een verdrukking is van de grond, dus breder. Voor rechts geldt dit natuurlijk omgekeerd. Bij tenen zul je ook een verandering zien. Wat dacht je van een stop ?  Diepe indruk met aan de voorkant een gestuwd bergje zand of modder. Zo'n uitwijking is vooral goed te zien in zachtere grond, in harde grond is dit niet (altijd) goed te zien.  



Geslacht.
Indien het vrouwlijke- of mannelijke geslacht van het dier een afwijkende prent of looppatroon heeft. Dit kan zijn een andere stand van de poot/voet van de prent, afwijkende loop, andere prentvorm of een grotere c.q. kleinere prent. Het vereist meer ervaring om dit snel te kunnen zien, meestal ook een gehele serie van prenten.


De achterpoten staan verder uit elkaar.



Leeftijd.
Als je weet hoe groot het spoor kan zijn als de soort volgroeid is, kun je een inschatting maken of leeftijd en grootte. Er zijn natuurlijk een boel factoren die dit bemoeilijken zoals o.a. storing in de groeifase door voedselgebrek en het soort grond waar de prent op gemaakt is. Dus het schatten van leeftijd is nooit exact.



Wanneer was het hier?
Als je dit kan, dan mag je jezelf best een expert noemen. Bepaalde grondsoorten hebben een verval proces veroorzaakt door wind, regen en invallen van grond. Het invallen is afhankelijk van de samenstelling van de grond. Een vette kleigrond zal minder snel invallen dan een overwegend zandgrondsoort. Ik vind dit nog steeds erg moeilijk om er dan een tijdsfactor aan te hangen en kan hier eigenlijk geen goed advies geven. Ook omgevingfactoren zoals activiteiten kunnen verval versnellen of zelf totaal de prent onbruikbaar maken.


TIP:  Heb je een hond of kat ? Neem deze mee naar een stuk grond met zand, laat deze een aantal prenten maken en bekijk deze goed. (ja, op de knieën !) Neem je tracking kit mee ! Natuurlijk wel foto's en aantekeningen maken.

Natuurlijk is er nog veel meer te leren over dierensporen. Ik heb hier slechts een aantal puntjes aangehaald. 
 
Wil je meer weten over diersporen ? Bij het IVN wordt regelmatig een deel workshop gegeven, zoals uilenballen uitpluizen. Er zijn ook diverse bushcraft- en outdoorscholen die zo'n cursus aanbieden.


Dus naar buiten !! Prenten zoeken...



Gebruikte afbeeldingen zijn van Rick Curtis, Outdoor Action Program, The Trustees of Princeton University.

zondag 17 november 2013



Ik ben weer helemaal in mijn sas met de nieuwe titel van dit stukje over dierensporen. Zoals de titel al aangeeft denken we bij sporen aan de prenten oftewel de pootafdruk van een dier. Maar wat we onder sporen verstaan bestaat eigenlijk uit nog veel meer.

Onder sporen verstaan we:

  • Prenten (poot of lichaamsafdruk)
  • Holen, schuilplaatsen  en nesten
  • Braakballen
  • Vraatsporen
  • Uitwerpselen
  • Veren

Kort zal ik van dit lijstje het een en ander behandelen, het doel is immers de jas aan
te trekken en wat frisse lucht opsnuiven. Het bos in om de sporen te zoeken. Neem een loep, fotocamera, lampje en een boekje mee om de sporen te determineren.

Misschien niet het bestje boekje, maar erg veel plezier heb ik van 'De complete gids voor diersporen' door Klaus Richarz, uit de Witte Boekhandel. Voor 7 euro heeft u een praktische handzame gids. Met aardig wat informatie voor de beginnende spoorzoeker en natuurliefhebber. U kunt hiermee voldoende informatie uit halen en u bent zo op het goede spoor om iets meer te weten te komen van dieren uit uw wandelomgeving.


Wil je wat verder gaan dan kun je een trackingkit meenemen deze bestaat uit een meetlat, voorzien van centimeters inclusief 2 elastieken en een aantal zestal gekleurde saté prikkers. Een mond kapje, latex-handschoenen een afsluitbaar bakje met wat ziplock zakjes, notitieblokje met potlood en een pincet. En helemaal compleet wordt het met een gipskit om de prenten vast te leggen.

Voorbeeld van een simpele trackingkit

Prenten.
Prenten zijn eigenlijk niets anders poot- of lichaamsafdrukken in bijvoorbeeld zand, modder of sneeuw. Aan de hand van de prent kun je bepalen wat voor dier het is. Soms het geslacht, de gemoedstoestand, het doel en de snelheid. Het is mogelijk in bepaalde gevallen om een tijd van inprenting te koppelen door middel van het vergaan van de prent. Je kunt dan een redelijke inschatting maken wanneer het dier op die plek geweest is.

Prent van een ree
Links ziet u een prent van een ree op een modderig pad. Dit soort prenten ziet u meestal op wandelpaden en op wissels. Wissels zijn niets anders dan vaste paden gebruikt door dieren. De wandelpaden van de mensen worden meestal gebruikt wanneer het stil is. Meestal in de schemer en in het donker, maar soms ook gewoon overdag. Reeën kunnen heel goed horen en ruiken en maken optimaal gebruik van hun camouflage.
Door doodstil te blijven liggen is de kans om ontdekt te worden zeer klein, pas op het laatste moment zullen ze hun leger (rustplek op de grond) plotseling verlaten.

Prent van een hond
Rechts zie je een prent van een hond. Je moet heel goed opletten want de prenten van honden kunnen verschillen, kleine hondjes hebben iets andere prenten dan grote honden. Hoe groter de hond des te breder zijn de prenten. Een prent van een kleine hond is makkelijk te verwarren met de prent van een vos. Er zijn slechts minieme verschillen. Van een vos zijn de kussentjes wat kleiner en ronder, waardoor er een groter tussenstuk ontstaat tussen de linker en rechter kussen van de poot. Verder is aan de rechterkant een grotere ophoping, hierdoor is het mogelijk dat de hond naar links is afgebogen.

Met een meetlat kun je de afstand bepalen tussen 2 stappen (gemiddelde nemen) schuif de elastieken op de gemeten afstand. Zo kun je het spoor volgen mocht deze vervagen of onduidelijk zijn, je weet immers de afstand van de volgende stap.
Ook bij versnelling zul je een andere stappenpatroon en -prenten ontdekken. Vaak worden de voor- en achterpoten anders neergezet en zullen de zowel de voor- als achterpoten verder uit elkaar staan. Dit is voor veel dierensoorten verschillend.


Holen, schuilplaatsen en nesten.
Ieder diersoort heeft zijn eigen rustplek. Dit kan een leger zijn voor bijvoorbeeld een ree of een haas. Een leger is een ondiepe kuil op een onopvallend plekje. Vaak zie je hier nog de haren van het dier wat er regelmatig verblijft. Hierin blijven ze doodstil liggen waardoor het moeilijk wordt om ze te ontdekken. Vooral voor mensen waar de waarneming vooral gericht is op beweging en afstekende kleuren. Ook de vorm en locatie van een nest kan bijvoorbeeld aangeven welke vogel dit gebruikt. Een zwaluw heeft een ander soort nest en locatie dan een houtduif. Zo ook met holen in de grond of in een oude boom zoals een specht. Wat dacht je van een bladroller, een insect wat een blad krult in een rolletje om de nakomelingen te laten uitkomen. Af en toe komt het voor dat een andere diersoort een nest of hol van een ander gebruikt. Zoals een vos bij een dassenburcht, of een roek die de hol van een specht kraakt.

Braakballen.
De braakbal van bijvoorbeeld een uil geeft inzicht in het dieet en dus wat voor eetbaars er leeft in de omgeving van de uil. Deze moet je altijd in een bakje met handschoenen en mondkapje uitpluizen. Er zitten regelmatig nog ziekmakende bacteriën in. Maar met deze veiligheidsmiddelen kun je veilig aan de slag.

Braakbal van een ransuil
Hier links zie je de braakballen van een ransuil. Een braakbal bestaat uit de onverteerde resten van dieren, zoals haren, botjes en nagels. Braakballen worden alleen afgegeven door roofdieren. Het is een vorm van  afgifte via de bek van onverteerbare resten door deze uit te braken. Hier komt de beroemde uitspraak uilenballen vandaan. Ook meeuwen, reigers en kraai-achtigen kunnen braakballen produceren.


Een ransuil is vooral 's-nachts actief en jaagt op knaagdieren en rustende kleine vogels.

Vraatsporen.
Ook sporen van wat een diersoort eet kan wat vertellen over de aanwezigheid. Bij een uil kan dit de genoemde braakbal zijn. Maar een bosmuis lust wel een eikeltje, hazelnootje, dennenappel of  beukenootje. Maar ook dierlijk voedsel is hem niet vreemd, zoals slakken, spinnen, kevers en rupsen. Ook paddestoelen zijn niet veilig.
Ook eekhoorntjes zijn dol op nootjes. Door de verschillende tanden kun je onderscheiden welke diersoort er aan het dennenappeltje geknaagd heeft.
Zo zijn zwijnen goed in het omwoelen van de grond voor lekkere hapjes. Herten en reeën zijn dol op bast en knoppen van blaadjes.

Vraatsporen Foto: Robert Krampf 2011
Rechts restanten van een eekhoorn die lekker heeft gekloven op een rijpe dennenappel. Hij is helemaal ontdaan van zaden. Iedere diersoort wat een een dennenappeltje lust laat zijn sporen na en kluift het appeltje anders af. Maar wat dacht je van insecten ? Een bladmineerder is makkelijker te volgen. Deze trekt een mooi bruin streepje in het blad, zo onstaat er af en toe een kunstachtig ingewikkeld mooi sporenpatroon.

Uitwerpselen.
Onder uitwerpselen verstaan we niets anders dan poep, alhoewel braakballen natuurlijk ook een uitwerpsel is, alleen via een ander gaatje. Ook aan de hand van de vorm en inhoud van poep kun je diersoorten identificeren en (heel veel moeilijker) volgen. Ieder diersoort wat regelmatig eet, moet ook regelmatig poepen. Vogels doen alles inéén, vogels moeten licht zijn en hebben hierdoor geen ruimte voor een ingewikkeld verteringssysteem. Als je weet wat vogels eten, kun je aan de hand daarvan al snel een aantal soorten uitsluiten. Veel beter gaat het met zoogdieren, bijvoorbeeld een ree, vos, hond of een kat.

Reeën poepjes
Verschillende diersoortenpoep
Hier links zie je  de keutels van een ree. Het lijken net grote ei- vormige konijnenkeutels.
Rechts zie je een aantal verschillende poep- soorten van een kat, hond, vos, etc.


Als je de poep uitspreid zie je dat de vos ook bessen lekker vindt. Een hond krijgt gemengd voer binnen en zul je vaak ook mais aantreffen. Een kat eet voornamelijk vlees, kleine knaagdieren en vis, zo nu en dan zit daar een stukje gras tussen vanwege de haarballen.  De vos heeft een langgerekt drolletje met een typerend puntje aan het uiteinde, het lijkt net een plukje haar.

Veren.
Wat kun je zien aan veren ? Bijna alle vogels hebben een afwijkend patroon op de veren. Je kunt vaak ook een actie zien aan de hand van de veren. Een roofvogel laat bijvoorbeeld een plukplek achter als hij een prooi opgegeten heeft. Een nest zit regelmatig vol met veren zoals bij een knobbelzwaan of een eend.

Buizersveren foto roofvogels HW
Links veren van een buizerd, met een prachtige streeppatroon. Zo zijn er in het bos nog veel meer veren te vinden.

Voor het vogelspotten is een verrekijker onontbeerlijk. Buizerds maken in de lucht regelmatig katachtige geluiden en cirkelen continue op de thermiek (opwaartse luchtstromen). Het jagen gaat via een achtervolgend en stotend patroon.






Dus hup naar buiten.... sporen zoeken.

Veel plezier.

Een website met aanvullende info over het sporenzoeken van zoogdieren:
Animaltracking USSARTF

Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!