Posts tonen met het label natuurbeleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuurbeleving. Alle posts tonen

zondag 18 mei 2014

Wolkewietje, de grote vriend van Pinkeltje. Het mannetje wat in de wolken leefde.
Eerlijk gezegd heb ik hem nooit kunnen ontdekken en Pinkeltje liet het ook al afweten.

Al die uren naar boven kijken heeft toch wel iets opgeleverd. Namelijk een tick van heb ik jou daar. Iedere ochtend moet ik even naar de lucht kijken om te bepalen wat het weer vandaag gaat worden. Meestal moet je dan denken aan regen of geen regen.

Voor de buitenmens is dit een  must. De inschatting welke jas en trui, of toch alleen het T-shirt. Toch maar boven in de rugzak ? Poncho mee ( vooral in de kano handig) ?
Eigenlijk kick ik op het tot nu toe behaalde resultaat. 80% van de dagen heb ik goed voorspeld, inclusief of het 's middags pas ging regenen of sneeuwen.

Ook dieren en insecten geven vaak een goede hint, wat er in de verwachting zit. Zoals muggen en vlinders, meeuwen en de zwaluw. Paarden die met de oren wapperen. De zon geeft ook nog wel eens een aanwijzing (avondrood en ochtendrood). Denneappels die met regen dicht gaan.

Laten we het nu eens hebben over de wolken (of gebrek aan), die ons aardig wat kunnen vertellen over het komende weer. Allereerst wat zijn wolken nu eigenlijk ?

"Een wolk is in de aardse atmosfeer een op het oog samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes of ijskristalletjes of een combinatie hiervan. De waterdruppeltjes en ijskristalletjes ontstaan door condensatie of verrijping van onzichtbare waterdamp daar waar de relatieve luchtvochtigheid boven de 100% is gekomen."- volgens Wikipedia.

Die wolk is vervolgens onderhevig aan temperatuur, zon, wind, luchtdruk en luchtvochtigheid. Hierdoor neemt een wolk verschillende vormen en hoogtes aan. Zou je dan op deze natuurwetenschappelijk eigenschappen wolken kunnen indelen ?
Volgens mijnheer Luke Howard wel, die is in 1783 begonnen met het bijhouden en indelen (kwam later) van de wolken. Nog steeds maken meteologen gebruik van deze indeling.

Deze classificaties zijn opgemaakt in het latiijn. Allereerst wordt bij de indeling onderscheid gemaakt wordt tussen "gelaagde" bewolking en "stapelwolken". Gelaagde bewolking wordt ook wel "stratiform" genoemd vanwege de vaak grote horizontale uitgestrektheid van de wolk en gaan in de naamgeving vergezeld van de term "stratus". Voorbeelden hiervan zijn Cirrostratus, Altostratus, Nimbostratus en Stratus; deze bewolkingstypen zijn in het algemeen achtereenvolgens zichtbaar tijdens de passage van een warmtefront.

Stapelwolken daarentegen worden wel "cumuliforme" bewolking genoemd omdat dit type bewolking zich hoofdzakelijk in verticale richting uitstrekt; in de naamgeving is dit terug te vinden in de term "cumulus" (ophoping). Wolkennamen met cumulus erin zijn bijvoorbeeld: Cumulus, Cumulonimbus, Altocumulus en Cirrocumulus. Wolken met een verticale ontwikkeling zijn altijd wolken met neerslag. Hoe 'vochtiger' de wolk des te lager deze wolk zweeft. Echter het is afhankelijk van diverse factoren wanneer deze neerslag wordt losgelaten.



Wolkenkaart - KNMI

Soms zijn ze wit, doorzichtig of donkergrijs, hoe kan dit? Dit heeft te maken met de reflectie en verstrooiing van de waterdruppels of in de altostratus c.q. cirrostratus ijskristalen. Indien de zon direct op een wolk schijnt zal deze wit zijn. Wordt dit licht al eerder een andere kant op gereflecteerd dan kan de wolk 'donker' worken. Dit gebeurd bijvoorbeeld door een overhangende wolk, of gewoonweg omdat de wolk heel dicht en groot is. Er dringt minder licht door de wolk.

Wanneer laat een wolk zijn neerslag los? Zijn de aangegroeide ijskristalletjes en de druppels op een gegeven moment groot genoeg dan wordt het te zwaar (zwaartekracht) en vallen ze. Er ontstaat dan wel neerslag. Het landschap heeft ook invloed op de wolken, zoals rivieren, zee en bergen. Als een wolk 'over' een berg wordt geblazen zal de wolk neerslag loslaten om te stijgen. Vaak verliest een wolk boven water ook zijn neerslag.

Een andere indicator is de wind, vlak voor slecht weer gaat een opkomende wind aan neerslag of onweer vooraf. Vogels en andere zoogdieren zoeken dan ook alvast een 'veilig' heenkomen. Insecten vedwijnen onder het bladerendek van bomen en struiken.
a
Wolken Determinatie Schema
Hier boven een handig hulpje om de juiste wolken te omschrijven.


Dus naar buiten...wolken kijken !



Neem een kleed mee naar het park of weiland. Druk het wolkenkaartje af en het wolken determinatie schema. Pet en eventueel zonnebril. Blocknote en een potlood. Beschijf welke wolk je ziet en op welke hoogte, ziet dit eruit als een regenwolk ? Wordt het weer beter, onveranderd of juist slechter binnen 24 uur? Teken de wolk.  Misschien zie je Wolkewietje wel....ZZzzzzzzzzz




Bron:

Wikipedia - http://www.wikipedia.nl
Kees Floor - http://www.keesfloor.nl/cursus/iedereen.htm
Meteo Julianadorp -  http://www.meteo-julianadorp.nl
KNMI - http://www.knmi.nl









zondag 20 april 2014

Zoals met veel organismen is het bepalen van de soort afhankelijk van unieke en een combinatie van eigenschappen. Deze eigenschappen noemen we determinatiesleutels.

Veel paddenstoelen worden gedetermineerd aan de hand van macroscopische bijzonderheden. Die we dus met het oog of klein loepje kunnen waarnemen. Bij planten is dit niet anders. Voor de flora hebben biologen gekozen voor indeling op basis van de bloem en/of vrucht.

Wat hebben we nodig om een wilde bloem (plant) zo goed mogelijk te determineren:

- Juweliersloep of sterke gewone loep.
- Lineaal.
- Geduld.
- Boek met duidelijke deteminatiesleutels.
- Een notitieblokje met potlood en gum.
- Verschillende plekken met veel variatie in planten.

Het juweliers-loepje.

Een ideaal loepje om details te kunnen waarnemen die belangrijk zijn om een juiste deteminatie.
10-20x vergroting is meestal afdoende. Neem bij voorkeur een loepje waarvan het occulair gemaakt is van glas. Een plastic occulair is meestal wat onzuiverder rond de buitenrand en minder duurzaam.





Een lineaal die een stootje kan hebben.
Metaal, met duidelijke afmetingen. Een gleuf in het midden is handig on planten netjes in het midden te houden. Echter zo'n gleuf het is een "nice to have" en geen must.

In principe voldoet een plastic lineaal, echter het "werken" in het veld vereist meestal een stevige uitvoering. Niets is vervelender als je materiaal het begeeft tijdens een onderzoek ver van huis.

Wilde bloemengids van Capitool, deze compacte gids is een plezierige gids om wilde bloemen mee te determineren.
Duidelijke beschrijvingen en een snelle indeling maakt deze veldgids erg plezierig.

In principe is het geen waterdicht systeem om op kleuren te determineren. Longkruid heeft er nog al eens een handje van om na bezoek van insecten de bloem van kleur te laten veranderen. In theorie zou je dan kunnen misdetermineren.

Om toch snel en niet te ingewikkeld de juiste naam bij het plantje te krijgen is het toch "betrouwbaar" genoeg. Als je maar in het achterhoofd houdt dat er uitzonderingen zijn en de lijst niet volledig is.

De veldgids Nederlandse Flora van Henk Eggelte is wat minder compact en heeft een nieuwe, maar volledige determineer methode. Het toepassen van de sleutels vereist wat oefenen. Begin dan met bekende planten, zodat je op een goede manier bekend raakt met de sleutels.

De volledige flora beschrijven merk je ook in het formaat en gewicht. Deze gids werkt niet met de kleuren of geeft je niet veel informatie. De informatie is zeer beperkt tot het determineren. Voor extra informatie zul je andere bronnen moeten raadplegen.

Desondanks steek ik deze maar wat graag in mijn rugzak. Het extra gewicht en beperkte info neem ik voor lief.




Het notitieblokje is natuurlijk wel logisch, je ontdekking moet opgeschreven worden met de nodige kenmerken en wat je opgevallen is aan de plant. Waarom een potlood? Omdat een potlood altijd schrijft. Een pen laat het nog wel eens afweten in het veld. Neem een notitieblokje die je makkelijk kunt omslaan.

Waar moet je op letten ?

Zoals de kop al zegt zijn een aantal kenmerken belangrijk. Wat vooral vergeten wordt is de plaats waar de plant groeit. Kijk naar de grond; zand of klei, licht/schaduw, nat/droog. Zo zul je zien dat iedere soort een voorkeur heeft, of juist geen voorkeur heeft. Bij bloemen is de kleur niet zoveel zeggend, de kleur is vaak wel belangrijk voor insecten. Een insectensoort wordt aangetrokken tot een bepaalde kleur. Een insectensoort heeft dus ook waardplanten. Waardplanten zijn dus planten waar de insect voedsel kan krijgen of kan gebruiken voor de voortplanting. Bij een vlinder is dit bijvoorbeeld heel goed te zien.

Het volgende schema laat zien hoe een volledige (perfecte), tweeslachtige of een hermafrodiete bloem is opgebouwd uit de bloemdelen. Van buiten naar binnen (dus van onder naar boven) zijn te onderscheiden:

9. de bloemstengel
3. de bloembodem
de bloembekleedselen (perianth) of het bloemdek (perigonium), bestaande uit
8. kelkbladen (sepalen)
5. kroonbladen (petalen)
4. de meeldraden (androecium) bestaande uit helmdraad en helmhokjes
2. het vruchtbeginsel (gynoecium) (met 1 of meer zaadknoppen)
7. de stamper - bestaande uit
1. stijl en
6. stempel

De vorm van de steel of tak, bladstand en de vorm van de bladeren. Behaard of onbehaard, de steel rond, gegroefd of vierkant.


Dus.... naar buiten. Wilde planten zoeken....



Bron vermelding: Bloem wikipedia.

zondag 1 december 2013

In dit deel wil ik een stukje basis uitleggen over het uitlezen van prenten. Wat zie je precies ? Of wat kun je aan de hand van de prenten vertellen.

In mijn vorige blog heb ik reeds verteld wat je als trackingskit kunt gebruiken.
Mocht je deze nog niet gelezen hebben, lees dat stukje eerst dan wordt het duidelijk wat onder sporen valt en wat je kunt gebruiken in een kit.

Even een korte herhaling wat je kunt zien aan de hand van een prent:
  • Diersoort
  • Gedrag
  • Toestand
  • Snelheid
  • Richting
  • Geslacht (alleen bij afwijkende prenten)
  • Leeftijd
  • Wanneer was het hier?
Diersoort.
Aan de vorm van de poot/voet kun je snel vertellen met wat voor dier je te maken hebt. Dieren met een hoefvorm zijn planteneters, dieren met een hoef zijn doorgaans (vaak snelle) dieren die leven in een plantrijke omgeving.

Ter verduidelijking:
Veel dieren zijn gedomesticeerd en hebben dus een deel van de eigenschappen verloren, zoals een schaap, geit, hond en kat. Maar hebben nog wel dezelfde oorsprong van de wilde varianten.

Dieren met korte tenen en kussentjes (zoals bijvoorbeeld een hond) zijn dieren die naast snelheid ook kunnen zo stil mogelijk lopen. Dan is bijvoorbeeld sluipen/verrassen een belangrijke factor voor het dier.

Indien de poot/voet voorzien is van langere tenen naast kussentjes is snelheid van minder groot belang. Grip is dan een belangrijkere factor voor het dier.

Zwemvliezen tussen de tenen geeft aan dat het dier een belangrijke binding heeft met het voortbewegen in water.

Bij vogels is ook een onderscheiding te maken tussen vogels die op de grond fourageren en gebruikelijk hun eten uit de bomen en/of struiken halen. Vogels die veel op de grond verblijven (aangepast zijn) zullen 'loopgedrag' vertonen, terwijl vogels die geen loopgedrag hebben, zullen springgedrag hebben waarbij de poten naast elkaar blijven om vooruit te komen. Het patroon van een lopende vogel is waarbij de prent om en om worden neergezet.

Looppatroon verschil.

Gedrag.
Aan prenten kun je zien wat het gedrag is. Waar leeft het dier, heeft hij een hol of bijvoorbeeld een leger. Welke wissels worden er gebruikt. Volg de prenten (en andere sporen) en een aanzienlijke kans dat je deze tegenkomt. Waar jaagt of graast het dier. Is het een solitair dier of leeft het in een kudde. Kortom je kunt een groot deel van het gedrag bepalen in normale toestand.

Toestand.
Met toestand bedoelen we de toestand van het dier op dat moment in de zin van het gedrag. Is het rustig aan het grazen. Zien we extra afdrukken van andere lichaamsdelen op een rust of plek van besluiping. Zien we prenten met een versnelling in combinatie met een snelle uitwijk of plotselinge stop, zoals bij achtervolging (dus meerdere soorten prenten bijvoorbeeld een hert en wolven, of een vogel en een vos). Springen en spelen geeft meestal een onsamenhangend patronenspel, welke pas duidelijk wordt als je de soort goed kent.

Het stappenpatroon voor een aanval.



Snelheid.
Bij veranderende snelheid verandert ook de contactpunten en het patroon waarin de prenten worden geplaatst, naast de afstand. Je kunt aan de hand van het patroon opmaken (afhankelijk van de diersoort) hoe snel het dier zich verplaatst (x/mtr per stap). Bij stilstand heeft een prent de tijd om zich te ontwikkelen en zullen dus duidelijker zijn dan de prent van snelle beweging. Aan de hand van de afbeelding wordt dit meer duidelijk.



Richting.
Als je kijkt naar de stand van de voet, zul je de afwikkeling van de poot/voet kunnen bepalen (en dus ook typische afwijkingen zoals bij mensen met een slecht been). Ook veel dieren hebben een dominante kant oftewel voorkeurs kant zoals mensen links- of rechtshandig zijn. De dominante kant is meestal iets gespierder en heeft een diepere of bredere prent in verband met afzetting. Bij plotselinge uitwijking is dit heel duidelijk te zien. Indien het dier naar links uitwijkt zul je merken dat de prent links dieper is, dan rechts en er rechts een verdrukking is van de grond, dus breder. Voor rechts geldt dit natuurlijk omgekeerd. Bij tenen zul je ook een verandering zien. Wat dacht je van een stop ?  Diepe indruk met aan de voorkant een gestuwd bergje zand of modder. Zo'n uitwijking is vooral goed te zien in zachtere grond, in harde grond is dit niet (altijd) goed te zien.  



Geslacht.
Indien het vrouwlijke- of mannelijke geslacht van het dier een afwijkende prent of looppatroon heeft. Dit kan zijn een andere stand van de poot/voet van de prent, afwijkende loop, andere prentvorm of een grotere c.q. kleinere prent. Het vereist meer ervaring om dit snel te kunnen zien, meestal ook een gehele serie van prenten.


De achterpoten staan verder uit elkaar.



Leeftijd.
Als je weet hoe groot het spoor kan zijn als de soort volgroeid is, kun je een inschatting maken of leeftijd en grootte. Er zijn natuurlijk een boel factoren die dit bemoeilijken zoals o.a. storing in de groeifase door voedselgebrek en het soort grond waar de prent op gemaakt is. Dus het schatten van leeftijd is nooit exact.



Wanneer was het hier?
Als je dit kan, dan mag je jezelf best een expert noemen. Bepaalde grondsoorten hebben een verval proces veroorzaakt door wind, regen en invallen van grond. Het invallen is afhankelijk van de samenstelling van de grond. Een vette kleigrond zal minder snel invallen dan een overwegend zandgrondsoort. Ik vind dit nog steeds erg moeilijk om er dan een tijdsfactor aan te hangen en kan hier eigenlijk geen goed advies geven. Ook omgevingfactoren zoals activiteiten kunnen verval versnellen of zelf totaal de prent onbruikbaar maken.


TIP:  Heb je een hond of kat ? Neem deze mee naar een stuk grond met zand, laat deze een aantal prenten maken en bekijk deze goed. (ja, op de knieën !) Neem je tracking kit mee ! Natuurlijk wel foto's en aantekeningen maken.

Natuurlijk is er nog veel meer te leren over dierensporen. Ik heb hier slechts een aantal puntjes aangehaald. 
 
Wil je meer weten over diersporen ? Bij het IVN wordt regelmatig een deel workshop gegeven, zoals uilenballen uitpluizen. Er zijn ook diverse bushcraft- en outdoorscholen die zo'n cursus aanbieden.


Dus naar buiten !! Prenten zoeken...



Gebruikte afbeeldingen zijn van Rick Curtis, Outdoor Action Program, The Trustees of Princeton University.

zondag 17 november 2013



Ik ben weer helemaal in mijn sas met de nieuwe titel van dit stukje over dierensporen. Zoals de titel al aangeeft denken we bij sporen aan de prenten oftewel de pootafdruk van een dier. Maar wat we onder sporen verstaan bestaat eigenlijk uit nog veel meer.

Onder sporen verstaan we:

  • Prenten (poot of lichaamsafdruk)
  • Holen, schuilplaatsen  en nesten
  • Braakballen
  • Vraatsporen
  • Uitwerpselen
  • Veren

Kort zal ik van dit lijstje het een en ander behandelen, het doel is immers de jas aan
te trekken en wat frisse lucht opsnuiven. Het bos in om de sporen te zoeken. Neem een loep, fotocamera, lampje en een boekje mee om de sporen te determineren.

Misschien niet het bestje boekje, maar erg veel plezier heb ik van 'De complete gids voor diersporen' door Klaus Richarz, uit de Witte Boekhandel. Voor 7 euro heeft u een praktische handzame gids. Met aardig wat informatie voor de beginnende spoorzoeker en natuurliefhebber. U kunt hiermee voldoende informatie uit halen en u bent zo op het goede spoor om iets meer te weten te komen van dieren uit uw wandelomgeving.


Wil je wat verder gaan dan kun je een trackingkit meenemen deze bestaat uit een meetlat, voorzien van centimeters inclusief 2 elastieken en een aantal zestal gekleurde saté prikkers. Een mond kapje, latex-handschoenen een afsluitbaar bakje met wat ziplock zakjes, notitieblokje met potlood en een pincet. En helemaal compleet wordt het met een gipskit om de prenten vast te leggen.

Voorbeeld van een simpele trackingkit

Prenten.
Prenten zijn eigenlijk niets anders poot- of lichaamsafdrukken in bijvoorbeeld zand, modder of sneeuw. Aan de hand van de prent kun je bepalen wat voor dier het is. Soms het geslacht, de gemoedstoestand, het doel en de snelheid. Het is mogelijk in bepaalde gevallen om een tijd van inprenting te koppelen door middel van het vergaan van de prent. Je kunt dan een redelijke inschatting maken wanneer het dier op die plek geweest is.

Prent van een ree
Links ziet u een prent van een ree op een modderig pad. Dit soort prenten ziet u meestal op wandelpaden en op wissels. Wissels zijn niets anders dan vaste paden gebruikt door dieren. De wandelpaden van de mensen worden meestal gebruikt wanneer het stil is. Meestal in de schemer en in het donker, maar soms ook gewoon overdag. Reeën kunnen heel goed horen en ruiken en maken optimaal gebruik van hun camouflage.
Door doodstil te blijven liggen is de kans om ontdekt te worden zeer klein, pas op het laatste moment zullen ze hun leger (rustplek op de grond) plotseling verlaten.

Prent van een hond
Rechts zie je een prent van een hond. Je moet heel goed opletten want de prenten van honden kunnen verschillen, kleine hondjes hebben iets andere prenten dan grote honden. Hoe groter de hond des te breder zijn de prenten. Een prent van een kleine hond is makkelijk te verwarren met de prent van een vos. Er zijn slechts minieme verschillen. Van een vos zijn de kussentjes wat kleiner en ronder, waardoor er een groter tussenstuk ontstaat tussen de linker en rechter kussen van de poot. Verder is aan de rechterkant een grotere ophoping, hierdoor is het mogelijk dat de hond naar links is afgebogen.

Met een meetlat kun je de afstand bepalen tussen 2 stappen (gemiddelde nemen) schuif de elastieken op de gemeten afstand. Zo kun je het spoor volgen mocht deze vervagen of onduidelijk zijn, je weet immers de afstand van de volgende stap.
Ook bij versnelling zul je een andere stappenpatroon en -prenten ontdekken. Vaak worden de voor- en achterpoten anders neergezet en zullen de zowel de voor- als achterpoten verder uit elkaar staan. Dit is voor veel dierensoorten verschillend.


Holen, schuilplaatsen en nesten.
Ieder diersoort heeft zijn eigen rustplek. Dit kan een leger zijn voor bijvoorbeeld een ree of een haas. Een leger is een ondiepe kuil op een onopvallend plekje. Vaak zie je hier nog de haren van het dier wat er regelmatig verblijft. Hierin blijven ze doodstil liggen waardoor het moeilijk wordt om ze te ontdekken. Vooral voor mensen waar de waarneming vooral gericht is op beweging en afstekende kleuren. Ook de vorm en locatie van een nest kan bijvoorbeeld aangeven welke vogel dit gebruikt. Een zwaluw heeft een ander soort nest en locatie dan een houtduif. Zo ook met holen in de grond of in een oude boom zoals een specht. Wat dacht je van een bladroller, een insect wat een blad krult in een rolletje om de nakomelingen te laten uitkomen. Af en toe komt het voor dat een andere diersoort een nest of hol van een ander gebruikt. Zoals een vos bij een dassenburcht, of een roek die de hol van een specht kraakt.

Braakballen.
De braakbal van bijvoorbeeld een uil geeft inzicht in het dieet en dus wat voor eetbaars er leeft in de omgeving van de uil. Deze moet je altijd in een bakje met handschoenen en mondkapje uitpluizen. Er zitten regelmatig nog ziekmakende bacteriën in. Maar met deze veiligheidsmiddelen kun je veilig aan de slag.

Braakbal van een ransuil
Hier links zie je de braakballen van een ransuil. Een braakbal bestaat uit de onverteerde resten van dieren, zoals haren, botjes en nagels. Braakballen worden alleen afgegeven door roofdieren. Het is een vorm van  afgifte via de bek van onverteerbare resten door deze uit te braken. Hier komt de beroemde uitspraak uilenballen vandaan. Ook meeuwen, reigers en kraai-achtigen kunnen braakballen produceren.


Een ransuil is vooral 's-nachts actief en jaagt op knaagdieren en rustende kleine vogels.

Vraatsporen.
Ook sporen van wat een diersoort eet kan wat vertellen over de aanwezigheid. Bij een uil kan dit de genoemde braakbal zijn. Maar een bosmuis lust wel een eikeltje, hazelnootje, dennenappel of  beukenootje. Maar ook dierlijk voedsel is hem niet vreemd, zoals slakken, spinnen, kevers en rupsen. Ook paddestoelen zijn niet veilig.
Ook eekhoorntjes zijn dol op nootjes. Door de verschillende tanden kun je onderscheiden welke diersoort er aan het dennenappeltje geknaagd heeft.
Zo zijn zwijnen goed in het omwoelen van de grond voor lekkere hapjes. Herten en reeën zijn dol op bast en knoppen van blaadjes.

Vraatsporen Foto: Robert Krampf 2011
Rechts restanten van een eekhoorn die lekker heeft gekloven op een rijpe dennenappel. Hij is helemaal ontdaan van zaden. Iedere diersoort wat een een dennenappeltje lust laat zijn sporen na en kluift het appeltje anders af. Maar wat dacht je van insecten ? Een bladmineerder is makkelijker te volgen. Deze trekt een mooi bruin streepje in het blad, zo onstaat er af en toe een kunstachtig ingewikkeld mooi sporenpatroon.

Uitwerpselen.
Onder uitwerpselen verstaan we niets anders dan poep, alhoewel braakballen natuurlijk ook een uitwerpsel is, alleen via een ander gaatje. Ook aan de hand van de vorm en inhoud van poep kun je diersoorten identificeren en (heel veel moeilijker) volgen. Ieder diersoort wat regelmatig eet, moet ook regelmatig poepen. Vogels doen alles inéén, vogels moeten licht zijn en hebben hierdoor geen ruimte voor een ingewikkeld verteringssysteem. Als je weet wat vogels eten, kun je aan de hand daarvan al snel een aantal soorten uitsluiten. Veel beter gaat het met zoogdieren, bijvoorbeeld een ree, vos, hond of een kat.

Reeën poepjes
Verschillende diersoortenpoep
Hier links zie je  de keutels van een ree. Het lijken net grote ei- vormige konijnenkeutels.
Rechts zie je een aantal verschillende poep- soorten van een kat, hond, vos, etc.


Als je de poep uitspreid zie je dat de vos ook bessen lekker vindt. Een hond krijgt gemengd voer binnen en zul je vaak ook mais aantreffen. Een kat eet voornamelijk vlees, kleine knaagdieren en vis, zo nu en dan zit daar een stukje gras tussen vanwege de haarballen.  De vos heeft een langgerekt drolletje met een typerend puntje aan het uiteinde, het lijkt net een plukje haar.

Veren.
Wat kun je zien aan veren ? Bijna alle vogels hebben een afwijkend patroon op de veren. Je kunt vaak ook een actie zien aan de hand van de veren. Een roofvogel laat bijvoorbeeld een plukplek achter als hij een prooi opgegeten heeft. Een nest zit regelmatig vol met veren zoals bij een knobbelzwaan of een eend.

Buizersveren foto roofvogels HW
Links veren van een buizerd, met een prachtige streeppatroon. Zo zijn er in het bos nog veel meer veren te vinden.

Voor het vogelspotten is een verrekijker onontbeerlijk. Buizerds maken in de lucht regelmatig katachtige geluiden en cirkelen continue op de thermiek (opwaartse luchtstromen). Het jagen gaat via een achtervolgend en stotend patroon.






Dus hup naar buiten.... sporen zoeken.

Veel plezier.

Een website met aanvullende info over het sporenzoeken van zoogdieren:
Animaltracking USSARTF

zaterdag 31 augustus 2013

Bushcraft is een verschrikkelijk leuke bezigheid. Het is echter een bezigheid waarbij veel verschillende activiteiten en kennis samenkomt. Kortom je raakt nooit uitgeleerd. De één vindt eetbare planten een leuk item, de ander leerbewerken. Misschien iets meer met houtsnijwerk ? Geen probleem al dit soort dingen kunnen onder de paraplu die bushcraft heet. Oude ambachten komen terug in hun glorie.

Nu kun je stellen dat er teveel onder deze paraplu wordt geschoven, dat is misschien waar. Aan de andere kant hebben vele oude ambachten en bezigheden wel een link naar het verleden toen bushcraft (zelfs nu nog) de dagelijkse gang van (over)leven was. Toen bushcraften heel gewoon was....

Zoals de bovenstaande tekst al een beetje aangaf was je dus de gehele dag bezig om je kostje en het voortbestaan te garanderen. Het principe jager-verzamelaar wordt terecht gekoppeld als peiler voor de bushcraft. In de moderne tijd hebben we gelukkig tijdbesparende middelen; tarp, kleding, goed mes, vuurmakers en niet te vergeten kant en klaar voedsel.

Stel je voor dat je deze moderne middelen niet tot je beschikking zou hebben ? Struinen is dan de voornaamste bezigheid, op zoek naar materialen of voedsel voor je tocht of verblijf. Dan is de natuur niet zo'n rustgevende plek zoals lekker onder je tarp genieten van een bakkie koffie en lekker koken op een houtvuurtje. Het romantische ideaalbeeld verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Verzamelen on-the-go is de meest efficiënte methode van plukken of -verzamelen onderweg. Je hoeft dan niet meer zo lang apart te gaan zoeken en dit scheelt behoorlijk wat tijd. Hout voor een vuurtje is meestal wel aanwezig. Maar denk eens aan materiaal voor tondel (zoals brokken hars of vellen berkenbast), eten zoals bessen, zevenblad, verse toppen van een brandnetel. Stenen te gebruiken als slijpsteen of als munitie. Mooi stuk hout voor een katapult. Stukken bast om te verwerken tot touw. Burl voor het snijden van een kuksa.

Snapsack foto: KarlRobinson
Het verbaasd mij niet dat de oude bushcrafters en  militairen een verzameltas (haversack of pukkel oorspronkelijk voor o.a. het vervoeren van graan of broodkoeken) hebben, waarbij alle vondsten van onderweg makkelijk in kan worden bewaard. Mocht je nog een oude canvas tas met lange schouderband hebben liggen dan voldoet deze vaak prima.
 
Tegenwoordig kunnen we ook een side-pouch gebruiken zoals de Maxpedition-Roly Poly. Of het zelf maken van een pouch van oud bankstelleer.

Het nadeel van verzamelen on-the-go is dat het landschap dicteert wat, naast de hoeveelheid, jij kan verzamelen of -eten. Dit is ook de reden waarom in vroeger tijden houdbaar voedsel werd meegenomen.

Dan kom je automatisch in een ander stukje van de bushcraft, het houdbaar maken van voedel...


Dus naar buiten... verzamelen van nuttige dingen of leuke vondsten onderweg.


maandag 19 augustus 2013

Dit is een ode aan spam oftwel luncheonmeat. Luncheonmeat is een ideaal stukje geperst vlees in een blik. Veelzijdig en simpel. Toch wordt vaak gekozen voor een (vaak ook lekker) droogzakje. Maar niets, althans in mijn ogen, verslaat het zelf kokkerellen in de bush. Het koken van water en een droogzak vullen, 20 minuten wachten is voor mij meestal iets te simpel.

Het combineren met eetbare planten is al een stuk beter en een prima begin om eetbare planten te herkennen. Neem een goede veldgids mee en je komt een heel eind.

Terug naar de spam (luncheonmeat), in 1937 begon Hormel Food Corperation in de V.S. met dit stuk vlees in blik. Door gemalen schouderham te combineren met water, zout, aardappelmeel en sodium nitraat om te conserveren. De blikken zijn redelijk licht en voorzien van ongeveer 300 gram vlees. Neem de blikken met een treksluiting, dat scheelt onhandig wiebelen met een blikopener. In Nederland werd luncheonmeat na de 2e wereldoorlog gemaakt door Zwanenberg (Zwan). Het blikje werd door de Amerikaanse soldaten geïntroduceerd in Europa en werd een blijvertje. Europa had behoefte aan veelzijdig vlees wat simpel bewaard kon worden.





Met de kaasschaaf plakjes snijden en op brood. Of blokjes door de macaroni, schijven bakken als hamburger of als chinees...chinees ?? Ehh... juist. Outdoor Chinees. Dus ook in het bos tijd voor de chinese keuken.

Benodigdheden:  billy-can en eventueel een pannetje om te bakken, een lepel en een scherp mes. Hete kooltjes van het houtvuur om op te koken.

Het recept:


  • 1 blik spam (luncheonmeat)
  • 3 eetlepels olie
  • snuf peper
  • zout naar smaak (ik voeg geen zout toe persoonlijk)
  • 1 lombokje
  • 1 teen knoflook
  • 1 groene paprika
  • 1 ui
  • 1 pakje zoet-zure saus
  • water (zie pakje zoet-zuur)
  • 2 kopjes snelkookrijst
Zet alvast de rijst op, kijk op het pak voor de kookvoorschriften. Snij de spam in blokjes, uien iets wat grof, de paprika in blokjes. De lombok ontdoen van de zaadjes en snijdt deze in fijne ringetjes. (Tip: niet in je ogen wrijven). Kneus de knoflook, ontdoe deze van het schilletje en snij het teentje fijn.  Giet de rijst af en zet deze opzij. Pannetje of billy-can op het vuur met de olie, bak nu de blokjes spam lichtbruin aan. Uien en paprika, peper en lombokringetjes erbij en regelmatig roeren. Haal de pan of billy-can van de kooltjes. Gooi de inhoud van de zoet-zure saus erbij. Blijf even roeren en na 20 seconden de aangegeven hoeveelheid water. Blijf roeren tot de saus gebonden is. Warm de saus eventueel op.

Gooi wat rijst op je bord of in de messtin. Paar lepels spam met zoet-zure saus op de rijst en smullen maar. Na het sprokkelen en hakken is dit de lekkere oosterse maaltijd die je doet likkebaarden.

Natuurlijk kun je de maaltijd aanvullen met wat zevenblad, zelfs het toevoegen van zoete bramen is een optie.


Dus naar buiten... outdoor chinees maken.

zondag 17 maart 2013

De lente begint en er komen plotseling van die mooie roze bloemen op steel op lang de waterkant. Ik zie nog geen bladeren, die komen kennelijk later pas. Die bladeren kunnen aardig groot worden en zijn in de vorm van een paardehoef.
Zie zo, groot hoefblad is de naam. Waterkanten staan er vol mee in Nederland, in België ook. Zoals veel planten in de natuur is ook groot hoefblad een bijzondere plant. Groot hoefblad is tweehuizig en alleen de vrouwlijke bevatten nectar.

De plant geeft een mooi aanzien op de waterkant. Schitterende bloemen op een aar en die volle grote bladeren. Toch is de bijnaam 'allemansverdriet', de wortelstokken zijn wat minder fraai en zeer moeilijk te verwijderen. Veel waterbeheerders zien de plant dan ook als een plaag.



Maar groot hoefblad is meer dan een plaag. Een waardplant voor de groot-hoefbladboorder (zeldzaam) die de plant van boven tot onder gebruikt. Als rups maakt de vlinder gebruik van deze plant. Eerst in de stengel, naarna in de wortelstokken. Vanaf juli tot september tranformeert de rups tot vlinder en rust veelal op de grote bladeren. In de volle zon geeft de plant ook schaduw geeft aan andere insecten en vissen. Mensen gebruikten de bladeren veelal als parasool of paraplu.

Naast de functie als veredeld afdakje zijn er ook interesses vanuit een andere hoek. Onderzoekers hebben regelmatig onderzoek verricht naar deze plant. Hij heeft ook een aantal medicinale werkingen. Alhoewel alle delen oneetbaar zijn (gifstoffen: pyrrolizidine alkaloïden), blijken extracten van de plant zeer goed tegen hooikoorts en migraine te werken.

De extract zou petasine bevatten en is verantwoordelijk voor dat het slijmvlies in de neus slinkt, doordat het de aanmaak van leukotrienen en het vrijmaken van histamine blokkeert. Histamine en leukotrienen spelen een belangrijke rol in de hooikoorts allergie.

Ook is het extract van groot hoefblad een probaat middel tegen migraine. Op langere termijn blijkt bij testen de migraine aanvallen tot 60% te zijn afgenomen.

Wat meer valt terug te lezen op deze site: IOCOB

Dankzij deze plant zou zomaar alle smoesjes kunnen verdwijnen om geen frisse lentewandeling te maken in de natuur...


Dus naar buiten...groot hoefblad zoeken.











zondag 17 februari 2013

Nederland en zijn natuur.

Veel Nederlanders hebben een haat-liefde verhouding met de natuur. Velen zijn er weg van en anderen vinden dat Nederland te klein is voor een behoorlijk stukje natuur.

Hoe vaak hebben we in het verleden een mooi stuk natuur veranderd in een park. Waar eerst een leuk stuk bos stond, vol stoppen met palen, geasfalteerde paden en wegwijspaddestoelen. Bang dat we verdwalen ? Of willen we juist zo veel als mogelijk mensen uitnodigen het stuk bos te gebruiken ?

Hoe "verdeel" je het bos onder zoveel mogelijk bezoekers zonder dat je het gevoel krijgt van een park met veel bomen ? Is reguleren is het antwoord ?

Maar is het bos ook niet om juist even de regeltjes en verplichtingen achter je te laten. Loslaten van je dwangmatige smartphone en verplichtingen. Even rust in je hoofd en niet 150 keer per dag kijken of je toevallig iets gemist hebt. De connectie terug met de natuur. Wanneer komt het punt dat we een natuurgebied achter schermen gaan plaatsen zodat mensen niets meer kunnen aanraken, plukken, ruiken, proeven en van dichtbij bekijken ? Dus de connectie met de natuur nauwelijks meer mogelijk is ? Alles alleen nog van plaatjes en foto's bekijken. In mijn visioen alleen nog maar te bezoeken, door zware hekken, in een safari-jeep met de lokale boswachter (uitstappen verboden).


Eigenlijk is dit een oproep aan al die ambtenaren, ontwerpers en beleidsbepalers. Laat ons alstublieft gewoon weer een keertje verdwalen in onze groene omgeving. Stop met die paaltjes om de honderd meter, terug met dat avontuur. Bepaal je eigen pad. Laat uw stem horen aan de beheerders van uw natuuromgeving !

Natuurbeleving kent vele vormen, het IVN, KNNV of Bushcraft, om een paar te noemen, laten ieder van een eigen kant de pracht van de natuur zien.

Het IVN organiseert regelmatig wandelingen onder leiding van gidsen, activiteiten in uw gebied zijn terug te vinden op www.ivn.nl Stichting Bushcraft zet zich in om bushcraftkennis te verspreiden. Op 26 april is alweer het 16e bushcraftweekend, ditmaal in Hoenderloo, waar vele interessante workshops zijn te volgen. Zie www.stichtingbushcraft.nl voor meer informatie. Inschrijven kan vanaf 11 maart 19:30 a.s. (plek voor 150 personen).



Dus naar buiten...uit je luie stoel en op avontuur !

vrijdag 16 november 2012

Nederland kent ongeveer 4000 soorten paddestoelen. Ongeveer...nogal een vage uitspraak. Buiten een vaste groep, zijn er ook soorten die komen en gaan. Onder de noemer paddestoel denken we vaak aan de onderstaande schimmel, de vliegenzwam. Schimmel .. ja schimmel, deze kleurrijke verschijningen zijn de vruchten van schimmels die zich via sporen verspreiden, welke schimmeldraden of zwamvlokken vormen.

Met behulp van de wind worden tientallen- tot miljoenen sporen meegenomen naar een nieuwe kiemplek. Het is een soort schieten met hagel en hopen dat een spoortje ooit op de juiste plek terecht komt. Want iedere soort schimmel is toch wel gespecialiseerd en moet dan op een voor hem ideale plek terechtkomen. Voor de ene tussen de bladeren, voor de ander op een beschadiging van een bepaalde soort boom.

Paddestoelen zijn er ook nog eens in verschillende maten, vormen en kleuren. Wat een pracht en praal, Alhoewel het hele jaar paddestoelen te vinden zijn, is de herfst toch wel de meest productieve periode in het jaar.
Hun functie in de natuur is een schone zaak, ze breken namelijk stoffen af, waar bepaalde bomen en planten, maar ook dieren van kunnen profiteren. Ze zijn dus vooral nuttig, ook al zijn er veel niet zo mensvriendelijke varianten. Ongeveer 23 soorten zijn dodelijk giftig voor de mens en veel meer ongenietbaar, waar veel dieren er vrolijk van kunnen snoepen. Insecten smullen er van en zijn er vaak als eerste bij. Veel zwammen zijn dan bij ontdekking al aangevreten. Toch zijn er een aantal zeer de moeite waard, buiten hun pracht, bijzonder smakelijk zoals eekhoorntjesbrood en de kastanjeboleet.

Laatst bij een wandeling in 'Het Kralingse' hebben we toch meer dan 40 verschillende soorten gezien. Waar je bij het merendeel toch onachtzaam aan voorbij zal lopen. Het is noodzaak om rustig en met een scherpe blik te zoeken. Een paddestoelengids, vergrootglas, zaklampje en spiegeltje naast je camera zijn handige hulpjes. Vergeet je statief niet voor de macrofoto's.



Wimperzwammetjes en Paarse Knoopjes zijn voorbeelden van paddestoelen waar je snel aan voorbij loopt. Onder deze paddestoelen wonen geen kabouters, deze zijn te klein. Naar mijn idee zijn kabouters zo wie zo seizoensmensjes en trekken weg met het goede weer. Paddestoelen zijn erg gevoelig voor de weeromstandigheden. Bepaalde soorten floreren alleen bij voldoende vochtig weer in combinatie met de juiste temperatuur. Zo kan het zijn dat u 2 dagen later andere soorten kunt ontdekken.

De IVN, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten bij u in de buurt hebben regelmatig themawandelingen. Onder begeleiding kunt kennismaken en genieten van o.a. de paddestoelenpracht.in ons landschap. Als u heel goed kijkt ziet u misschien nog wel een kabouter ! ;-)

IVN - www.ivn.nl
Staatsbosbeheer - www.staatsbosbeheer.nl
Natuurmonumenten - www.natuurmonumenten.nl

Dus naar buiten....paddestoelen zoeken.

Veel plezier,

The Trailtraveller.

zaterdag 10 november 2012

Ik zat laatst bij een hele interessante klas van de IVN Rotterdam, waarin een vogelkenner mijn ogen opende. Natuurlijk ging het over een heleboel vogels, maar specifiek een opmerking over de wilde eend. Het was mij wel eens opgevallen dat er in de sloot geen woerden (mannetjes eend) meer waren. Waren ze verjaagd ? Klusje klaar..wegwezen ? Het enige wat ik zag waren luid kwakende vrouwtjes. Waar zijn de woerden gebleven ?

Ik was bewust even naar het park gelopen waar altijd veel eenden verbleven. Ook daar dus alleen de vrouwtjes. Mysterieus verhaal..... Tot na de nuttige opmerking van de vogelaar.



De woerden waren er dus wel, het toverwoord was 'eclipskleed'. Dit eclipskleed krijgen ze tijdens de ruiperiode, direct na het broedseizoen. Het broedseizoen van de eenden is van augustus tot september (afhankelijk van de temperatuur). Tijdens het wisselen van kleed, kunnen de woerden bijna een maand lang niet vliegen omdat ze zowel slag- als staartpennen verliezen. Het kleed is ogenschijnlijk hetzelfde als die van de vrouwtjes eenden.

Woerden trekken zich tijdens deze periode meer terug tussen de vegetatie, waar het eclipskleed prima camoufleerd. Aangezien de ruiperiode veel energie kost, is zo'n camouflerend kleedje dus noodzaak. Ook ganzen kennen dit fenomeen van het verwisselen van kleed voor de ruiperiode. In de winterperiode worden weer paartjes gevormd, klaar voor het volgende seizoen.

Toch zijn er nog een aantal verschillen tussen de woerd en het vrouwtje; De kop lijkt iets gedrongener, dus wat ronder. De snavel is geel bij de woerd, deze kan minder geel worden in de rui. De vrouwtjes kwaken luid en woerden maken een zachter geluid. De ogen van een vrouwtje lijken vaak wat meer geknepen, van het mannetje wat ronder.

Zo zijn die veel geziene 'gewone' wilde eenden, toch weer een beetje bijzonder.

Op de foto rechts staan een paartje in het gewone verenkleed. Boven het vrouwtje en onder de woerd, welke dus kort van kleed veranderd. Eenden eten verschillende soorten voedsel; grassen, waterplanten, vissen en insecten. Maar in de stad is de bekende korstje brood een welkome afwisseling. Bij ieder watertje zijn ze wel te vinden, van slootje tot grote wateren.

Er zijn naast gedomesticeerde (witte) eenden ook soepeenden, dit zijn kruisingen van wilde met gedomesticeerde eenden. En hebben een variatie aan verenkleden.

Dus naar buiten...eendjes kijken (vergeet het brood niet, kun je ze mooi van dichtbij op de foto zetten).

zondag 4 november 2012

Na heel lang twijfelen heb ik besloten om een blog te beginnen. Niet dat er geen bushcraft blogs zijn, maar ik hoop de lezers mee te nemen in mijn ervaringen en avonturen binnen de outdoor wereld. De term outdoor is eigenlijk alles wat je buiten beleefd. Maar ik beperk mijn blogging in het contact met de natuur, weliswaar in het ruimste zin des woord.

Ik geloof dat juist de natuur de stabiliserende factor is in de 'snelle' wereld waarin we leven. Groen geeft rust, groen geeft eigenlijk alles wat we nodig hebben.

Als bestuurslid van Stichting Bushcraft en actief lid van het IVN ben ik zeer betrokken bij organisaties die verweven zijn met het 'groen beleven'.

Natuur is immers geen ding wat we voorzichtig moeten koesteren en -aanbidden, maar juist actief betrekken in ons buitenleven. Natuur is iets facinerends, prachtig, inventief- en spannend tegelijk.

Kijk maar naar de verandering van de zomer naar de herft, kleurenpracht en paddestoelen alom. Dieren die van de vruchten eten en zich druk voorbereiden op de winter.

Waarom groeit die paddestoel of -plant daar ?
Hoe komt die boom daar ? Welke dieren leven hier ? Zijn hier eigenlijk insecten ? Ik zie sporen van dieren, maar welk dier is dit ?
Mooie bessen aan die struik, kan ik die zomaar eten ?

Allemaal vragen die onderdeel worden van deze blog, met verrassende verhalen of vergelijkingen. Om U en uw (klein)kinderen te laten zien dat de natuur beleven helemaal niet saai is ! In de natuur en met zijn materialen is veel te doen, dat hadden onze voorouders al heel goed ontdekt. Hoera ! We gaan weer op ontdekkingstocht !

Vaak betrek ik mijn zoon in de activiteiten. Al die game-consoles zijn natuurlijk prachtig, Wii, Xbox en playstations met schitterende spelletjes en mogelijkheden. Het naar buiten krijgen van de spruitjes is dan ook geen eenvoudige taak. Scholen laten op dit gebied vaak een steek vallen. Bang voor vieze kleding. Het 'witte broeken syndroom' noem ik dit altijd. Boze ouders van kinderen die met vieze kleding thuis komen. Kinderen horen juist vies te worden, dat is namelijk gezond...

Hoe vaak hoor je niet 'Bah...een insect dat is eng, Pas op ! Hij kan giftig zijn'. Zelfs vele grote mensen rennen net niet gillend weg. (Fijn zo'n voorbeeldfunctie...zucht) Tot dat je uitlegt dat zo'n insect best nuttig is, wat ie doet en helemaal niet geinteresseerd is in mensen. Dan is er ineens een 'begrip', dat alles een doel heeft in de natuur !

Met vriendelijke groet,

The Trailtraveller 


Subscribe to RSS Feed Follow me on Twitter!